Dinsdag. ‘Dingsdag’, ‘Desdag’, ‘Disdag’, ‘Dissedag’, ‘Dienstag’, ‘Tuesday’, ‘Tisdag’, ‘Tirsdag’. ‘Tuissonsdag’. De grote dag van Tyr, […]
Ik laat de vastenperikelen achter me en schakel over op het zwaarder werk. Veel mensen […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
… Het bekendste proces is dat van ‘Jeanne Panne’, geboren Johanna of Jeanne Dedeystere. Geboren […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
De vuurdood heeft gedurende de eeuw van de hervorming een technisch aggiornamento doorgemaakt. Een handleiding […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
In Loquela lezen we: “overal op de landkaart van West-Vlaanderen vindt men stukken land die ‘kattekerkhof’ heten”. Inderdaad, Karel De Flou vermeldt negen gemeenten waar een ‘kattekerkhof’ ligt (Beselare, Belle, Cassel, Dadizele, Dikkebus, Dranouter, Kemmel (2x), Reninge en Westnieuwkerke).
Een paar decennia geleden was het nog de gewoonte met spotternijen en leuke omschrijvingen of in beeldspraak de kenmerkende eigenschappen van streek en volk uit te drukken.
’t Waren slechte boerenjaren en een boer van ‘De Brabant’, een wijk te Poperinge, hing aan de balie. Ze waren zwart van d’armoe en een gebuur zou een zwijn gaan stelen.
Behept als zij waren om het offensief van de duivel en zijn trawanten te stuiten, hebben sommige rechters niet geaarzeld om bepaalde verdachten de vreselijkste folteringen te laten ondergaan. Ze werden hierin gesteund door de demonologen of specialisten van de duivelsleer, welke eenparig verkondigden dat de heksen ook tijdens hun tortuur door de duivel werden bijgestaan en slechts door de wreedste pijnigingen konden gebroken worden.
Een slechte kerel van Veurne wilde weten hoeveel heksen er wel in de stad waren; daarom besloot hij ze eens in ’t bijzijn van geheel de gemeente in de kerk op te sluiten.
Bulte Wollekens had een ijselijk grote bulte op zijn rugge. Het was ‘ne fijne vioolspeelder, en hij ging alle avonden gaan spelen naar den buiten in d’herbergen, waar dat er iets te doen was, en hij keerde altijd met de dikke beurze weêre naar huis.
Daar was eens een man, en die man ging op reis. Als hij nu al lang gereisd had, kwam hij s’avonds geheel laat aan een herberg, en hij vroeg om daar te overnachten.
De heksenvervolging is alhier overgewaaid uit Duitsland en werd een echte besmettelijke ziekte, waarvan al de openbare besturen aangetast waren. De slachtoffers waren meestal oude en abnormale vrouwen, die dan ook onschuldig op de brandstapel stierven.
Dat was meer dan genoeg voor de mannen van leen om met de zaak korte metten te maken. Weldra zagen de mensen voor de Halle de griffier ’ten breteske’ verschijnen en het vonnis werd bekend gemaakt dat Hendrik Beun levend aan een staak zou moeten verbrand worden en dat zijn lichaam door het vuur zou moeten worden teruggebracht tot pulver en as.
Om 12 uur werd hij op een schabel voor een groot vuur gezet en met allerlei gewichten uitgerokken. Zijn voeten werden in een soort schraag gekneld. Om 12u 30 werd hij in de halsband gestoken en werden ook zijn duimen met koorden opgespannen. Enige tijd later werd hij tot driemaal toe met roeden gegeseld.
Je had toen ook overtijd, de heksen waren nogal tamelijk wel vertegenwoordigd op de boerhoven. […]