Margaretha van den Elzas (1191). Na het overlijden van Filips nemen zijn zuster Margaretha en […]
De Westhoek en Dixmude zijn in de jonge jaren van het graafschap van Vlaanderen heel […]
In de Brugse Onze-Lieve-Vrouwekerk ontstaat er in het jaar 1228 een grote brand die meer […]
De steden en de Vlaamse edellieden starten een diplomatiek offensief om hun prinsessen Johanna en Margareta terug te zien in eigen land. Het is niet aan de koning van Frankrijk om de toekomstige gravin van Vlaanderen op te voeden en nog minder om een geschikte man voor haar te zoeken.
Werkelijk niets blijft Johanna gespaard. In Vlaanderen ontstaat een inlandse oorlog wanneer een of andere gelukszoeker uit het niets opduikt en van zichzelf beweert dat hij Boudewijn van Constantinopel is, de vader van de gravin die nu al 19 jaar verdwenen is na de slag voor Andrinopel.
Johanna kampt met een depressie, dat lijkt ondertussen duidelijk te worden. Haar gemoedstoestand gaat er nog op achteruit met het nieuws van de dood van haar oudste zus Isabella als die op 23 augustus 1498 sterft op het kraambed van haar eerste kindje. Geen twee zonder drie en de wetenschap dat zij nu de eerste in lijn van de opvolging is, maakt haar onzeker.
Kardinaal Petrus à Colle komt officieel de kruistocht verkondigen en meldt zich ook aan in de Sint-Walburgakerk van Veurne waar hij een groot sermoen afsteekt en de inwoners van de casselrie oproept om in deugd en godvruchtigheid hun duit in het zakje te doen en mee te helpen aan deze goddelijke opdracht. De inwoners van de casselrie Veurne slagen er in een schip gevuld met gereedschappen, goederen en proviand klaar te krijgen om de lange zeetocht naar het oosten te maken.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.