In het geval van een nieuwe vrijage werd bij een eerste ontmoeting het meisje gewikt, […]
E je frites g’eten tè? Dat zegt men tegen iemand die het vertikt om goedendag te zeggen. En als die man dan vraagt waarom, luidt het antwoord ‘omdat je moend nog toeplakt van ’t vet’.
Willen appels trekken van ê pèreloare (het onmogelijke willen)
E goe verstoander hèt genoeg an’en’olf woord.
En ne n’is te leeg dat’en ze voeten van de grond heft
Je ploegt enje plant, je zoait enje moait,
’n tyd knoagt an jun leven ol buten en ol binn’n
Ik schrijf u zonder geneeren,
Ge moet me ekskuzeeren,
Dat ik zondag niet en kwam
met mijn velo of den tram.
Maar ik en mijn vrouwe Katriene
Met onze kinders alle zeventiene
Men moet geen hooi in d’eyze (ruif) laten (zijn glas uitdrinken)
Ik heb er niet bij gestaan met een keirse (ik was geen getuige)
Duveltjesdomdag (zeer druk in de zaak)
Dan zal ik dromen van het zomerland,
Zalig wandelen hand in hand.
Wek niet mijn ziel dan, wandelend uur aan uur
In droomwaranden licht van droom-azuur.
De reiziger die nu langs de wegen van het West-Vlaamse platteland reist, denkt geen ogenblik […]