Op 3 januari 1806 rond 10u heeft een groot onweer op diverse plaatsen grote schade […]
7 december 1793. Wervik stond nog maar een keer in grote beroering. Een Franse patrouille […]
De kerk van Wervik was in maart 1800 nog altijd ontbloot van haar kap omdat […]
10 november 1382. De eerste Fransen bereiken de brug van Komen, aan de overkant van […]
Op 1 november 1788 is in Wervik de buitengewone mode van het geld vragen voor […]
Nieuwe kerkhoven 18 juli 1784. Er werd een plakkaat van onze keizer gepubliceerd in verband […]
Een goede voorspelling 12 september 1793. Rond 15u begonnen de Fransen sterk op te komen […]
Ook onderstaand fragment zal te lezen zijn in deel 10 van ‘De Kronieken van de […]
Een waanzinnige schiet op de menigte Maandagavond om 19u50, na de aankomst in de statie […]
Hij komt van Kanegem betekent zoveel als: hij weet alweer van niets. Volgens een oude […]
Komen ondergaat inderdaad een grondige verwoesting en plundering. De Fransen wurgen en doorsteken de inwoners […]
De Gentse arrogantie druipt er van af. De boodschap wordt overgemaakt aan de Franse koning die zich ondertussen al in Péronne bevindt en die er uiteraard niet om kan lachen. Het enig gevolg ervan is dat er nog een tandje bijgestoken wordt bij de opbouw van de troepenmacht.
Filips van Artevelde stelt zich aan het hoofd van 9.000 Gentenaars en vertrekt uit zijn thuisstad. Een gelijk aantal volk van het Vrije, de Vier-Ambachten, Geraardsbergen, Aardenburg, Damme, het land van Waas en uit andere gewesten komt zich bij hem aansluiten. Samen met zijn leger bij Oudenaarde beschikt hij nu over een leger van 40.000 vechtbare mannen.
’t En zal maar juiste en wel besteed zijn ook. Waarlijk men moet Boezingse Jannen zijn om zullen beestigheden en meesterstreken te begaan. Maar die olijkaards die zo de puntjes op de i’s willen stellen, waarom hebben ze niet eerste het goede voorbeeld gegeven?
Dank zij die nieuwe keure krijgen de Ieperse gilden nu de mogelijkheid om die voorheen moeilijk aan banden te leggen randindustrie, onder de knoet te krijgen. De vaak gegoede poorters van Ieper, Brugge en Gent bezitten al decennia de macht van het geld.
1382 en 1383 zijn geen boerenjaren geweest voor de Westhoek. Dat is wel het minste wat ik kan zeggen. Ik heb intens meegeleefd met het beleg van Ieper tijdens de zomer van 1383 en was erbij toen Filips van Artevelde, de leider van de Vlamingen, de confrontatie aanging met het Franse leger ergens in de mistige en modderige velden van Westrozebeke.
Na zekere tijd kwam Maximiliaan 88, zoon van Frederik III aan het hoofd van ons graafschap Vlaanderen. Maximiliaan kon niet overweg met de oproerlingen. Vandaar bezttingen, boetes, leveringen, kortom al de nadelige gevolgen van een bezetting. Door deze onmenselijke straffen, zoals halsrechting, het heffen van nieuwe belastingen, de waardevermindering van het geld, werd hij door het Vlaamse volk verwnest, vervloekt en gehaat.
Op 12 maart 1579 arriveren er in Elverdinge honderd Waalse ruiters. Ze blijven er vier dagen en de inwoners moeten zorgen voor hun soldij. Twee schellingen per man en per dag en daarna vertrekken ze terug naar Roeselare van waar ze gekomen zijn.
’s Morgens om 7u10 deed een ontzaglijke slag heel Komen schudden en beven. Enige momenten later kondigde de noodklok een ijselijk ongeluk aan. De ketel van de blekerij en weverij van de heren Blanquart en Co kwam te ontploffen!
Jan Taccoen schijnt geleefd te hebben voor en van zijn reis naar het H. Graf. De reis heeft hij eigenlijk driemaal aangepakt.
Onze-Lieve-Vrouw, je weet wel; die maagd-moeder van Jezus, laat voor een eerste keer van zich spreken in het nabijgelegen Dadizele. ‘Eenen persoon van Kortrijk word miraculeuzelijk genezen van stomheid in de kerk van O.L. Vrouwe tot Dadizeele’. In 1413 wordt Vlaanderen opnieuw geplaagd door een soort van pest of besmettelijke ziekte, ‘beginnende met pijne in de kele en hoest
Het duel speelt zich af ter hoogte van de brug over de Leie in Komen. De Vlamingen zijn in groten getale toegestroomd en houden de doorgang bezet. Een deel van de constructie wordt zelfs afgebroken en deels met mest gecamoufleerd waarop ze zich zelf verdekt opstellen en de komst van de bende van de Haese afwachten. Het wachten duurt niet lang. Ik schakel even over op de rechtstreekse commentaar van de jaarboeken voor me: ‘wanneer de ridders met gevelde lancien op hun aanvielen, zo dat zij de doortocht vrij ziende, op de brugge reden. Het gelukte aan omtrent dertig andere van daar over te geraken, maar de brugge dan brekende, onder de volgende, is er een deel van deze zwaar bewapende ruiters in de riviere gevallen en verdronken.’
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.