Tussen Veurne en Sint-Winoksbergen ligt een grote waterpartij van zowat 4.500 hectare, zo uitgestrekt dat […]
De winter van 1792 nadert. De weilanden langs de Ijzer staan gewoontegetrouw onder water. De […]
Al gauw gonst het van de geruchten in de Nederlanden dat er een nieuwe oorlog […]
De Franse generaal Dumouriez heeft in het noorden van Frankrijk een leger van 80.000 geoefende […]
In het Westland blijft de Boerenkrijg grotendeels achterwege. De streek heeft tijdens de Franse overrompeling […]
5 april 1567. De zaterdag voor Beloken Pasen, de afsluiter van de paasperiode. Ik vraag […]
Eind mei 1644 staat deze bevelhebber klaar om de stad Grevelingen in de tang te […]
De 11de februari van het jaar 1558 woedt er op zee een storm, ‘een tempeest […]
In oktober verschijnt mijn deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’. Een van die […]
Het tweede deel van de Veurnse jaarboeken Ik zoom in op het tweede deel van […]
Ferdinand, de koning van Spanje stuurt een bevel naar de hertog van Parma, onze Alexander Farnese dat hij met zijn Spaans leger de Nederlanden moet achterlaten om in de Frankrijk bijstand te gaan verlenen tegen de hugenoten.
De streek tussen Ieper, Waasten en Armentières had veel te lijden in de jaren 1647-1659, ten gevolge van de krijgsverrichtingen tussen de Spaanse en de Franse legers. Talrijke sporen daarvan zijn te vinden in de schepenregisters van de parochies uit deze streek.
Ze onttrekken het kustland aan de zee. Dijken en watergangen vrijwaren het veroverde land tegen overstromingen waardoor veel gebieden in poldergrond verandert. Langs alle kanten strekken zich uitgebreide ‘nieuwe landen’; ’terrae novae’ uit, die van jaar tot jaar de opbrengst en de levensvoorraad vermeerderen.
Op 12 maart 1579 arriveren er in Elverdinge honderd Waalse ruiters. Ze blijven er vier dagen en de inwoners moeten zorgen voor hun soldij. Twee schellingen per man en per dag en daarna vertrekken ze terug naar Roeselare van waar ze gekomen zijn.