banner
dec 17, 2024
185 Views
Reacties uitgeschakeld voor De bruggen van Elzendamme en de Peereboom

De bruggen van Elzendamme en de Peereboom

Written by
banner

Eind mei 1644 staat deze bevelhebber klaar om de stad Grevelingen in de tang te nemen. En dat ondanks de wetenschap dat Don Francisco de Melo, luitenant-gouverneur van de Spaanse Nederlanden met zijn leger in de kasselrij van Broekburg klaarligt om de Fransen de overtocht van de Vlaamse dijk te beletten. Terwijl Grevelingen vanaf het land zwaar beschoten wordt door de Fransen krijgen ze aan de zeekant te maken met de Hollandse zeevloot van admiraal Tromp. Ingesloten door de coalitiepartners kan deze havenstad niet veel anders dan zich op 20 juli 1644 over te geven aan de Fransen. De gebeurtenissen volgen elkaar nu in snel tempo op. Kort na de overgave van Grevelingen nemen de Fransen ook Broekburg en het fort van Lyncken in. Tijdens het zomerseizoen veroveren ze eveneens de steden Lens, Bethune, Sint-Venant, Lilers, en Menen.

De grote vijandelijke progressie heeft zo zijn gevolgen voor het Westland. Wel dagelijks zien de mensen Spaanse legerbenden opduiken. Ze blijven nooit lang ter plekke maar eisen wel continu paarden, wagens en schepen op. De inwoners behoeden zich voor hun kwaadwilligheid door de huurlingen vrijwillig voedsel en eetwaren te schenken. Veel erger is de schrik dat de Fransen wel eens zouden kunnen doordringen tot in Veurne-Ambacht. Hun verwoestingen en de daarmee gepaard gaande ellende komt gevaarlijk dicht in de buurt. Veel landlieden grabbelen hun beste goederen bijeen en zoeken de veiligheid van de besloten steden op. Een groot deel rijke lieden van de stad en de kasselrij van Veurne gaan nog verder. Ze verlaten hun streek om zich te gaan vestigen in Brugge en Gent. Dat ze over voldoende financiële middelen beschikken zal ongetwijfeld een groot gemak zijn.

Met Armentières, St-Venant en Menen onder controle wachten de Fransen niet al te lang om brandschattingen op te eisen in Veurne-Ambacht. Wie daar niet op ingaat riskeert meteen om geplunderd te worden, of het slachtoffer van brandstichting, met het risico op ontvoering. Het magistraat laat die gegronde vrees weten aan het hof te Brussel. Veel veranderingen brengt dat niet met zich mee. Het hof geeft het advies aan de landlieden om zich met eigen wapens te beveiligen en om de streek te bewaken. Er komen dadelijk sterke wachtposten langs de Ijzer. De bruggen van Elzendamme, de Peereboom en Stavele worden op 8 oktober afgebroken. Aan de binnenzijde van die wegen maakt men een soort borstweringen. Hier kunnen wachters zich verschuilen om indien nodig de doortocht van de Fransen te beletten. Het magistraat stelt enkele schepenen aan om de coördinatie van de wachtposten te regelen. Frans Van Wyckhuyse neemt de Peereboombrug onder zijn hoede en Remys Zaman doet dat in Elzendamme.

Op alle kerktorens van de kasselrij komen er wachters met de opdracht om de klokken te luiden indien er tekenen zijn dat de Fransen over de Ijzer geraken. In dat geval moeten de eigenaars zich met hun wapens naar de betreffende wachtpost haasten. Door al die maatregelen blijven de mensen ten noorden van de Ijzer bevrijd van de Franse brandschattingen. Ten zuiden van de rivier en in de Acht Parochies is dat zeker het geval niet. De inwoners zien zich daar verplicht om brandschattingen af te staan aan de gouverneur van Armentières.
Er moeten dringend middelen komen

De Spaanse bevelhebber Don Francisco de Melo is er niet in geslaagd om de Fransen te verjagen in Grevelingen en dat was voornamelijk te wijten aan een gebrek aan middelen en manschappen. De commissarissen van het hof contacteren de magistraten van de diverse kasselrijen met het dringend verzoek om fondsen vrij te maken en leningen toe te staan met de koninklijke domeinen als onderpand. Omdat dit proces nogal tijdrovend is en er dringend geld nodig is eisen de commissarissen al voorschotten op de korentaksen, de afrekening ervan zal dan wel te gepasten tijde moeten gebeuren. De leden van het magistraat voelen zich solidair met de koning maar willen natuurlijk alles doen om de vijand uit de streek te verjagen. Ze bezorgen de commissarissen een voorschot van 40.000 gulden. Ze regelen de details van de lening met Ambroos Van Oncle, de ontvanger-generaal van de koning. Het geld komt sowieso te laat om de val van Grevelingen ongedaan te maken.

Het hof gaat verder met zijn plannen om de korenschulden te laten aflossen. Na een bezoek van enkele commissarissen blijkt het om de opbrengsten van 1.500 hectare te gaan. Ze bekijken de opbrengsten over de laatste 26 jaar en verhogen dat gemiddelde met pakweg 20%, daar komt de ingewikkelde formule een beetje op neer. Dat heeft tot gevolg dat de landeigenaars zich niet al te gehaast voelen om hun voorschottaks te betalen, met de oorlog op komst verkiezen velen van hen om hun geld ‘gesloten’ te houden. Het voelt best pijnlijk aan hoe het succes van oorlog in grote mate bepaald wordt door de financiële slagkracht van de partijen.

De leden van het hof van Brussel blijven alle mogelijke middelen zoeken om aan geld te geraken om te weerstaan aan de machtigste vijanden van hun koning. Dat zijn uiteraard de Fransen en de Hollanders. Ze gaan zo ver om het issuerecht en de leenverheffingen te verpanden aan het magistraat van de stad en de kasselrij van Veurne. Het gaat hier over een voorschot op toekomstige erfbelastingen en transacties van onroerende eigendommen. Op 9 mei 1644 betaalt het magistraat daar 40.000 gulden voor.

Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 10
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.