In 1468 wordt Vlaanderen geteisterd door valse reeuwers die profiteren van de pest om overal […]
Sinds aloude tijden is de weefnijverheid de voornaamste bron van welvaart voor de bevolking van de Roeselaarse binnenstad geweest. In de hoge middeleeuwen was de lakennijverheid in het schependom de spil waarrond zich de economische bedrijvigheid van gilden (koopliedenverenigingen) en ambachten (handwerkersverenigingen) bewoog.
De Samenwerkende Bouwmaatschappij ‘De Mandel’, in 1920 gesticht, bouwde 337 werkmanswoningen op het Mandelkwartier (gezegd ‘Nieuw Kwartier’), herbouwde en herstelde de vernielde huizen op de Vredewijk en in andere straten, bond de strijd aan tegen de ‘krotwoningen’, en richtte een groep ouderlingenhuisjes op het zuidelijk uiteinde van de Mandellaan op.
De Vlamingen werden direct aan drie zijden omsingeld. De legerbenden van de ruwaard liepen op elkaar, vluchtten zonder het gevecht van man op man af te wachten. Ze liepen ongeordend in alle mogelijke richtingen om toch maar een volledige omsingeling te voorkomen. Op minder dan één uur was de helft van het leger gedood. Enkele duizenden mannen konden vluchten richting Kaaiaard.
’t Vertellement van reuze Rolarius en vuile Sjarlotte Geleerde bollen en wijsneuzen zeggen dat de name Roeselare betekent: wiegewaggend riet in een open plekke in ’t bos.
‘k Peize dat ze ’t bij ’t rechte ende hebben, want zo zag er die streke uit, vele eeuwen geleden. En in dat waaiende rietveld langs de brede Mandel bouwt de reuze Roelaar een groot kasteel, en is here en meester over Roeselare en heel de streke rondom. De boeren moeten hem tarwebroden leveren en de schippers op de Mandel betalen hun contributie met wijn en mede.