Augustus 1566. De agitatie neemt epidemische vormen aan. Die schoorvoetende eerste Boescheepse hagenpreek uit 1562 […]
24 augustus 1566. Donderdag. Het blijft sowieso een wazige tijd. Normaal gezien een ordinaire werkdag, […]
25 augustus 1565. Hans Roothaar met twee van zijn kompanen en nog een andere jongeman […]
7 september 1566. De trommels weerklinken in de Ieperse lucht. Iedereen die zin heeft om […]
Rond 1200 is de dynamiek van de Vlaamse steden amper te bevatten. Ze kunnen nog […]
15 augustus 1566. Hemelvaartsdag. Mijn vrees wordt direct bewaarheid. De Ieperlingen proberen de Diksmuidsepoort gesloten […]
Zondag 15 december 1566. Terwijl de dagen altijd maar korter worden verhogen de spanningen in […]
9 april 1590. We krijgen een bloedige maandag voorgeschoteld. De opperschurk Jan Dou en acht […]
Schrijver Robert Pieters heeft nu nog met geen woord gerept over de gebeurtenissen in Frankrijk. […]
Het was in de maand oktober van 1867. Sissen K. was naar Rijsel gegaan met […]
Ieper in 1905 Wij lezen dat er in 1905 te Ieper 29 onwettige kinderen op […]
Op Lichtmis en is er geen vrouwtje zo arm of het maakt de koekepanne warm.
Uit onze rijke Vlaamse geschiedenis zoals die te lezen staat in deel 9 van ‘De […]
Je kunt een gat in je kous hebben, je kunt een gat in je kop hebben, je kunt een knoopsgat hebben, je kunt in een verlaten gat wonen, je kunt al een gat in een hoop kolen zien, de wind kan uit het verkeerde gat waaien, je kunt een pint in een zwelg door je keelgat gieten, je kunt je vrouw in de gaten houden en ’t gat (bodem) van je bloempot kan zelfs uitvallen.
Boertje Pé, die op een klein gedoenselke woonde, kwam zijn vrouw te verliezen. Ze was nog niet koud, toen meneer de pastoor reeds ten huize kwam.
Jan van Dadizele was begerig van die twee weldaden aan zijn eigen heerlijkheid te bezorgen en hij kreeg van zijn opperheer Filips de Goede een brief van inrichting van jaar- en weekmarkten. Die brief werd gegeven te Brussel in de junimaand van 1462. Hij was geschreven in het Frans en is in onze Franse druk voortgebracht.
Zelden gebeurt het dat een Roeselaars handelsmens niet op zijn zaken past, dat hij ‘strontaffairens doet’, dat hij ‘mê z’n gat vul schulden zit’, dat hij ‘van ponte tuut stronte’ gaat, dat hij moet ‘uutscheen van krotte’, dat hij ‘gene roste cent’ meer heeft, en dat hij ‘gereneweerd’ is.
In de laatste week van de maand september, op de zaterdag na de feestdag van de heilige Mattheüs, de patroonheilige van de wevers, is er binnen Ieper een zeldzame oproer gerezen. Een nooit eerder meegemaakt gevecht en algemeen tumult tussen de vrouwen onderling. Voornamelijk diegenen die met een kraam of een stand op de markt stonden.
In het jaar 1189 vindt er in het klooster van Ter Duinen een eigenaardig gebeuren plaats. Een op de dool zijnde en berooide Leopold is naar verluidt een jonge Oostenrijker die na zware problemen zijn land moest verlaten.
De koe is een dier op vier poten
Ze heeft horens om te stoten
En een staart van achteraan
Om naar de vliegen te slaan.
Verleden zaterdag, de zesde, hebben de politieagenten Bastin en Demerlie op onze markt een goede vangst gedaan. Drie knappe jongheden stelden er elf kiekens te koop. Die mannekens hadden voor onze wakkere agenten een verdacht voorkomen en ze werden door hen verzocht naar het politiebureel te gaan om uitleggingen te geven.
Ten oosten van de stad Veurne ligt een straat, sedert al oude tijd bekend als de Rodestraat. Die straat leidt door de weiden naar het Duivenkot, een grote hofstede met kapel, die toebehoorde tot het klooster der predikheren.
p de wijk Helletje te Wijtschate wonen de echtgenoten Verhelst, wier zoon dezer dagen op de markt van Ieper een groot stuk vlees had gekocht dat hij naar huis bracht.
Na de dooi van de grote vorst heeft de koude blijven duren met felle winden, en de sneeuw die het opkomende en groeiend koren op de landen vernietigde. En het koren, al gerezen tot 34 pond per zak, deed alle mensen beducht zijn voor een aanstaande excessieve dure tijd. Hetgeen aan het magistraat mogelijkheid gegeven heeft om reden de hoofdmannen op te roepen en met hen een bestelling te nemen van een hoeveelheid koren ten koste van stad uit Danzig te ontbieden ten dienste van de eerlijke gemene lieden en voor de armen, met verbod dat de rijken noch de welstellende personen daar niet van zouden genieten. Waartoe den heer voogd 3.000 guldens aan de stad in lening gegeven heeft zonder interest.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Gemak voor eere, zei de vint, en è reed terikke op ze zwijn deur de markt.
Hoe meer volk hoe meer neringe, zei Uilenspiegel en é zette z’n kraam in è fruttenierenest
Ha maar me kind Gods, zei Bogaert tegen z’n hoendje, je zijt gelukkiger of ik, je moe’ gij niet te biechte gaan.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?