banner
feb 1, 2025
149 Views
Reacties uitgeschakeld voor Gebeten honden

Gebeten honden

Written by
banner

15 augustus 1566. Hemelvaartsdag. Mijn vrees wordt direct bewaarheid. De Ieperlingen proberen de Diksmuidsepoort gesloten te houden. Bastiaan Matten die daags voordien al lelijk huis heeft gehouden in Poperinge is nu op komst naar Ieper. De woorden van Egmont maken niet de minste indruk op hem. Matten heeft arrogantie te koop. Je zou het hem bij het eerste zicht niet toegeven. Een klein manneke van hooguit een meter zestig. Maar wat voor een aura, welke uitstraling laat hij hier toch zien. Hij dweept al heel wat jaren met zijn protestants geloof. Door zijn overtuiging moest hij ooit op de vlucht slaan naar Engeland waar hij het geschopt heeft tot een overtuigende en agressieve prediker. De veertiger heeft blijkbaar zijn Engelse episode achter zich gelaten en richt zijn vizier voortaan op de katholieke beau monde van Vlaanderen en de Westhoek. Matten ziet zichzelf als een militieleider die strijdt voor zijn geloof. Hij is vergezeld van een bende gewapend volk.

Ik overdrijf zeker niet als ik zijn entourage kan omschrijven als een privéleger van ontevreden calvinisten. Kwaad op de katholieken en hun vermaledijde symbolen. De kerken en kloosters werken op hen in als rode lappen op het netvlies van een stier. De godshuizen in Vlamertinge en Elverdinge krijgen als eersten de volle lading drek over zich heen. De toegang tot hun kerken wordt geforceerd en alle beelden worden er aan diggelen gegooid. Achteraf zullen ze de vernieling gaan omschrijven als een beeldenstorm, een perfecte omschrijving van hun haast onverzadigbare wraakzucht.

Ook een godshuisje tussen Elverdinge en Ieper loopt zware averij op. Daarna komt de kapel van de augustijnen aan de beurt, gevolgd door de kerk van Brielen, Sint-Jan en de kapel van de clarissen. De schade is er niet te overzien. In al die kerken gaat de wijn verloren. Verloren is feitelijk een verkeerde omschrijving van mijnentwege; de rebellen slobberen die natuurlijk allemaal zelf uit. De drank maakt de mannen nu nog wilder en roekelozer. Het duurt nu niet lang meer voor ze aan de stadsmuren van Ieper arriveren waar ze aandringen om binnen te mogen in het centrum.

Iets wat hen natuurlijk niet toegestaan wordt. Ze zouden wel goed gek zijn om zoiets te doen! De wachters hebben daarbij geen rekening gehouden met de wetenschap dat Ieper werkelijk uitpuilt van de poorters die grote sympathie koesteren voor het nieuw geloof en nu gewapenderhand de poorten voor hun calvinistische broeders openen. Het vervolg laat zich raden: ook hier ondergaan de Ieperse kerken een eerste vernielingsronde.

De tegenreactie van het stadsbestuur laat niet lang op zich wachten. Deze rebellie kan allerminst door de beugel. De arm der wet lacht niet met dergelijke insubordinatie. De diverse ambachten en gilden worden allemaal geconvoceerd om op de markt te verschijnen. Onder hun respectieve banieren. De ambachtslieden moeten er zich aanbieden bij hun hoofdmannen. Dertig Hondschotenaars die meegekomen zijn met predikant Matten worden gevangen genomen. De volgende nacht houden duizend mannen Ieper onder controle. Aan de vier hoeken van de stad branden er grote vuren. Het blijft nochtans de hele nacht betrekkelijk kalm. Een labiele en gevaarlijke rust. De stilte voor de storm. Bij het aanbreken van de volgende morgen is het al direct pantomime. Storm. En meer dan dat.

Wat bezielt de mensen toch om zo burgerlijk ongehoorzaam te zijn? De opruiende sermoenen moeten hun ogen echt wel geopend hebben. Wat er precies verteld werd kom ik niet direct te weten. Het zal wel weer deze goedverkopende zwans geweest zijn dat de katholieke priesters hun zakken vullen terwijl de mensen het zo moeilijk hebben om het hoofd boven water te houden. Goedkope retoriek natuurlijk, maar de effecten van de geuzenpropaganda zijn wel duidelijk. De meeste van mijn buren en vrienden laten zich als goedwillige prooien vangen aan de opruiende taal. De belofte van een nieuwe democratie vergezeld van een diep geloof in God, maar dan wel zonder deze kerk van gulzige geestelijken.

De ambachtslieden die de stad vannacht nog beveiligden, blijken vanmorgen in geen velden te bespeuren. Het lijkt er wel op dat ze de zijde hebben gekozen van de ontevreden man in de straat waar ze per slot van rekening zelf deel van uitmaken. Een groepje mensen uit Hondschote biedt zich aan om misdiensten bij te wonen in de Ieperse kerken en krijgt er warempel de toelating voor. ‘With a little bit help of your friends’. Misdoen mag ik hier wel letterlijk nemen. De heiligenbeelden krijgen er weer van langs. De kapel van de grauwe broeders deelt in de brokken. De burgemeester en zijn schepenen lopen haastig tot ginder, maar kunnen niet veel anders dan hulpeloos toe te kijken. Ze laten de briesende mannen hun gang gaan.

Wat later worden er nog eens dertig Hondschotenaars binnengelaten, maar het zijn toch onze eigen inwoners die de grootste malheuren aanrichten. De kerk van de predikheren wordt nu bestormd en tot een bouwval herleid. De priesters en hun pracht en praal zijn de gebeten honden. Kinderen, pubers en alle soorten van gewone mensen breken de inboedel af, lopen en stormen door het heilig gebouw, vreten en zuipen wat ze vinden. De kerk van Sint-Niklaas ondergaat wat later hetzelfde lot. De doopvont wordt brutaal ondersteboven gegooid. Het groot orgel en de reeks altaren worden verbrijzeld zodat er haast niets meer intact blijft binnen in het gebouw.

Dit is een fragment uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 8
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.