11 juli 1302. Bij het eerste ochtendlicht laat Robrecht van Artesië zijn leger oprukken. De Vlamingen staan dan al in slagorde langs de vier meter brede Groeningebeek. Gwijde van Namen voert het bevel over de linkervleugel waar onder andere die van Veurne en de leden van de kleine Brugse gilden de dienst uitmaken.
Uit Wijtschate Over 14 dagen was het alhier de gemeentekermis. Dat de feestelijkheden weinig belang […]
De nostalgie van bevreemdende verhalen Na heel wat omzwervingen door de geschiedenis van mijn streek […]
Als men honger heeft, smaakt het eten nog zo goed: ‘Honger is de beste saus.’ Om te zeggen dat men honger heeft: ‘Mijn beer begint te grollen’, of ‘Mijn merelare schuifelt’; ook nog: ‘’k Zie ze vliegen.’
Het volksonderwijs, door Karel de Grote ingericht, was reeds in de 9de eeuw in de handen van de kerk overgegaan, terwijl het door de burgerlijke overheid veronachtzaamd werd. Zo staat de oudste Roeselaarse volksschool, die voor de eerste maal in 1152 wordt vermeld, onder het oppertoezicht van de abt van Zonnebeke.
+ De zottigheid is ’t land meêstre.
+ ’t Is beter in de gazette te stoan of in de regen.
+ Dronk’e zeid is nuchtr’e peisd.
Zaterdagnamiddag, rond 17u, werd de gemeente Izenberge in opschudding gebracht door een vreselijk ongeluk welke zich had afgespeeld op de boerderij van de landbouwer Marcel Luyssen, wijk ‘De Ouden Molen’.
Rijk worden is niet zijn rijkdom vermeerderen maar zijn begeerten verminderen.
Geld is het land meester.
Geld maakt een huwelijk niet gelukkig! Nee, maar het is tenminste nog een troost in het ongeluk.
Die mensen zijn familie van Alexander, alles voor zich en niets voor een ander.
Te Brugge woonde een paruikmaker, die met veel gasten werkte. Op een achternoen kwam een heer in de winkel en vroeg de meester of hij hem voor ’s anderendaags ’s morgens een paruik kon maken.
Je gif’t ’n veel te vele voet (je geeft hem veel te veel zijn zin)
Je moet er joen voet’n an voagen (trek het je niet aan)
’t Hangt mijn voet’n uut (ik ben het moe)
Hèn is de voet’n uut (hij is vertrokken)
‘De Germanen’, zegt Montesquieu, ‘hingen de verraders op en verdronken de lafhartigen’. De doodstraf door verdrinking is in de Nederlandse rechtspleging van de middeleeuwen en zelfs van de nieuwere tijd gebleven, maar werd zeer weinig toegepast, vooral in Vlaanderen.
‘’n Zeg geen kwaad van mijnen hond; hij ’n heeft maar de sprake te kort’… En, inderdaad, de huishond verdient zijn faam van aanhankelijkheid en trouw, en de lof van zijn meester. Hoe echter de hond aan zijn naam komt is nog met veel geheimzinnigheid omhuld. Vroeger was de naamgeving nauw verbonden met de kleur, de gestalte, en andere uiterlijke kentekenen. Nu is het een loutere kwestie van naäpen, modegril of welluidendheid geworden.