In 1468 wordt Vlaanderen geteisterd door valse reeuwers die profiteren van de pest om overal […]
Pauwel komt nu plots aandraven met een historie over een zekere Geeraert Lambrecht, een ‘slechte’ man en een arme dagloner uit de parochie van Haringe. In de meimaand van 1681
Dat het niet al suiker en zeem is in het huwelijk, dat wist Narden van Sussens warempel goed. Narden had thuis nooit erg veel te zeggen gehad en meestal gestaan waar dat de borstel staat.
Ik zal u een vertelderke vertellen, dat ik gehoord heb in mijn jongste jaren, en dat ik nog nievers geboekt en hebbe gevonden; ’t is het vertelderke van Ko Lukkeboone. Luistert:
André Paeldinck, burger van Ieper en eveneens kapitein van de Boterpoort, heeft de voorhoede van de Engelse en Gentse legers opgemerkt. Ze zijn op komst langs de weg die leidt van Poperinge tot Ieper. Hij slaat vliegensvlug alarm. De nadering van de vijand gebeurt zo plots dat enkele bewoners van de Ieperse buitenwijken er door verrast worden. Een zekere Braem De Meule krijgt niet eens de tijd om zich terug te trekken in de stad.
Onze-Lieve-Vrouw, je weet wel; die maagd-moeder van Jezus, laat voor een eerste keer van zich spreken in het nabijgelegen Dadizele. ‘Eenen persoon van Kortrijk word miraculeuzelijk genezen van stomheid in de kerk van O.L. Vrouwe tot Dadizeele’. In 1413 wordt Vlaanderen opnieuw geplaagd door een soort van pest of besmettelijke ziekte, ‘beginnende met pijne in de kele en hoest
De huysvrauwe van Jan Weghervoet, geseyt Paulin, Elisabeth genaemt, woonachtich op de prochie van St. Nicolaes, hadde eenigen tijdt geweest dat sy niet spreken en conde, als of sy geslagen hadde geweest van eene geraecktheyt.’ Ik krijg er het raden naar wat er bedoeld wordt met een geraaktheid, hoe dan ook, onze mevrouw gaat op bedevaart naar het heilig kruis van de Sint-Walburgakerk
In 1861 was de Brugse bisschop Malou in Ieper en hij kreeg daar enorme buikpijn. Zijn dokter werd er uit Brugge bijgehaald en die verklaarde onomwonden: ‘c’est un homme perdu’. Maar de bisschop gaf het niet zo maar op en stuurde zijn zuster naar Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele, waar ze een ‘neuvaine de messes’ liet doen. Ze bracht een lint mee dat het genadebeeld aangeraakt had. De bisschop had dit lint nog maar een uur rond zijn lichaam gedragen of hij voelde zich beter. Drie weken later is hij in staat om in Dadizele een plechtige dankmis op te dragen.