22 juli 1566. Broeder Anthonis Algoet uit Belle, een lange slungel van nog geen vijftig […]
‘Het volk van Morinum of Terwaan heeft (zo men beschreven vindt) het evangelie voor het […]
Veurne anno 1526. Nadat de koning van Frankrijk in de slag van Pavia genomen was, […]
We dwarrelen met onze geest naar Vlamertingahem. We horen er dat op acht kilometer van […]
Onze gedachten glijden verder weg op zoek naar de herinnering van soldaten en handelaars die […]
Te Cassel op die roemrijke grond 22 februari 1071. Vlaanderen was in deze 11de eeuw […]
Na de verschijning van ‘eener sterre met eenen steert’ in 874 en andere voortekens van plagen wordt datzelfde jaar verschroeiend droog en onmenselijk heet waardoor het graan op de akkers er totaal opgedroogd bij ligt. Er breekt een nooitgeziene sprinkhanenplaag uit. Precies de achtste plaag van de farao.
Ze onttrekken het kustland aan de zee. Dijken en watergangen vrijwaren het veroverde land tegen overstromingen waardoor veel gebieden in poldergrond verandert. Langs alle kanten strekken zich uitgebreide ‘nieuwe landen’; ’terrae novae’ uit, die van jaar tot jaar de opbrengst en de levensvoorraad vermeerderen.
Die mevrouw Medem moet niet alleen een vrouw van standing en niveau geweest zijn. Ze is vooral een eigenzinnige tante die het niet altijd zo nauw neemt met haar engagement tegenover de proosdij van Sint-Maarten.
Sommige pelgrims waren door het water en de ratten uit hun woningen verdreven, anderen door werkloosheid; sommigen handelden uit wanhoop, anderen uit geloof en bijgeloof; maar al deze dolende stumperds hadden slechts een doel voor ogen: sterven in de schijn van een gewijde kaars en in de schaduw van een vermaard heiligdom.
‘Wie denkt de paus van zichzelf dan wel te zijn?’ Het lijkt een atheïstische opmerking van ondergetekende, maar verrassend genoeg zijn een aantal mensen in Duitsland zich in het begin van de jaren 1500 diezelfde vraag gaan stellen. Karel is eenentwintig als hij plots te maken krijgt met iets wat de westerse wereld nog nooit eerder heeft meegemaakt. Dissidentie tegen het ware katholieke geloof is een volstrekt onbekend fenomeen waar mijn kersverse keizer plots mee te maken krijgt.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.