Onder het bestuur van Liederik de Buck komt ook geloofsverkondiger Amandus via Frankrijk aan in […]
Het is zeker mijn bedoeling niet om hier in dit boek de geschiedenis van de […]
We moeten terug in de geschiedenis. In 54 voor Christus zijn de Romeinen heer en […]
Oktober 1569. De aangekondigde belasting wordt officieel. Iedereen moet een honderdste penning van de waarde […]
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 […]
Het jaar 1750. Op 11 maart beukt een ongehoord felle noorderstorm over Oostende. De inwoners […]
De oorsprong en de oudste geschiedenis van de stad Brugge is al uitvoerig bestudeerd. ‘De […]
Tijdens die zomermaand van 1720 vaart het schip ‘De Brusselse galei’ binnen in Oostende na […]
Het jaar 1662 vangt aan met ongelooflijk felle vorst, onstuimige winden en onweer. Niemand heeft […]
In oktober verschijnt mijn deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’. Een van die […]
De volksverhuizing van Germaanse volkeren richting Noordzee is vooral het gevolg van zwervende Fridlinges hier en daar ongetwijfeld gevolgd door de Frilazzes.
Het was gisteren precies drie maand geleden dat ik begonnen ben met het schrijven van mijn ‘Kroniek van Brugge’. De voorbije dagen kwam alvast onderstaande tekst uit mijn pen gevloeid. Figuurlijk dan toch. Mijn pc heeft ook zijn rechten.
Op 31 maart verschijnt deel 7 van De Kronieken van de Westhoek. Het laatste hoofdstuk van de nieuweling gaat over de geschiedenis van Oostende. Jullie kan al een eerste keer kennismaken met mijn nieuwe creatie op de website van ‘De Standaard Boekhandel’.
Hij speelt vereenzaamd met het zand
tot het winderig één wordt met z’n hand.
Hij blaast zijn zilte adem in schubben en schelpen
die stromen met kalmte en rust behelpen.
Bij laagtij lag het eiland, of schiereiland, genaamd Leisele, op een paar vertakking na over Roesbrugge en Stavele, door zeewater omgeven. In ditzelfde werk lezen we dat de rivier ‘De Saltanava’ ontsprong op de hoogvlakte van Leiseleen vloeide in de richting van Hoogstade en Alveringem.
Naadloos en eigenlijk ongewild komen we terecht bij de naam van Veurne. Vier jaar later wel te verstaan. Zo lang is het geleden dat ik me onderdompelde in het eerste deel van zijn oude jaarboeken. Hoewel Veurne natuurlijk ook vrouwelijk kan zijn. Maar dit heeft nu niet echt belang. Enkele weken geleden, eind 2013, kreeg ik een mail van een geschiedenisfanaat die zich afvroeg of ik enig idee had waar de naam ‘Veurne’ vandaan kwam. Nee. Eigenlijk niet. En dat ergert me meer dan ik kan vermoeden. Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan?
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?