banner
mrt 4, 2026
48 Views
Reacties uitgeschakeld voor De pioniersjaren van Vlaanderen

De pioniersjaren van Vlaanderen

Written by
banner

Onder het bestuur van Liederik de Buck komt ook geloofsverkondiger Amandus via Frankrijk aan in het jonge Vlaanderen. Na een doortocht in een reeks steden en dorpen vestigt hij zich in Gent waar hij veel werk aan de winkel heeft om de inwoners van de afgoderij te doen afzien. Nadat zijn job hier afgelopen is concentreert hij zich nog op de bevolkingskernen tussen de Schelde en de Leie.

Pas in het jaar 637 arriveert hij in Brugge waar hij het woord van God verkondigt. Hij adviseert aan Liederik om hier alvast een kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw te laten bouwen. Deze Liederik de Buck heeft daar helemaal niets op tegen maar hij sukkelt met een gebrek aan autoriteit om dat aan de inwoners te kunnen opleggen. Eligius houdt het in 652 voor bekeken in Kortrijk en keert terug naar Brugge.

Hij ziet tot zijn tevredenheid dat de inwoners hier wel grote vooruitgang hebben geboekt in hun godsvrucht. De prediker laat hier op verzoek van de Frankische koning Dagobert een tweede kerk bouwen, opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw en eveneens aan Wulfrand, de bisschop van Sens. Ten behoeve van de lezer wil ik toch meegeven dat die bewuste koning Dagobert al overleed in 639 en dat de bouw van de Wulfrand-kerk toch wel op een heel erg oud verzoek moet gebeurd zijn.

Forestier Liederik I zal er vermoedelijk wel zijn rol bij gespeeld hebben. Dankzij zijn huwelijk met Richilde, de zuster van Dagobert beschikt hij ondertussen wel over de nodige autoriteit over Artesië en Vlaanderen. Na de dood van Amandus laat Eligius het huis waar hij woonde ombouwen tot een kapel. De Sint-Amandstraat zal later herinneren aan die fameuze kapel. Op die plaats zal trouwens de Sint-Amandplaats met zijn bezemmarkt ontstaan.

Eligius’ collega Wulfrand bouwt een kerkje op de plaats waar nu de Sint-Salvatorkerk te zien is. Ook op andere plekken in Vlaanderen schieten er kerken uit de grond. Veel meer dan primitieve houten constructies zullen die eerste gebedshuizen wel niet voorstellen. In het jaar 660 laat Liederik in Brugge een sterkte bouwen, het ‘kasteel van den Love’, op de plek van de latere Burg.

Vermoedelijk vervangt het gebouw van Liederik de oude constructie uit de tijd van Pharamond. De Love zal bekend geraken als het landhuis van het Vrije, symbolisch heeft Brugge zich opgewerkt tot het centrum van het land van de Vrije mensen, Vriland, Vrilanderen of zeg maar Vlaanderen. Liederik zelf leeft een lang leven. Hij sterft op zijn 97 jaar in het jaar 677. Hij vindt zijn laatste rustplaats in Ariën-aan-de-Leie. Over het lot van zijn echtgenote weten de kroniekschrijvers helemaal niets te vertellen.

Anno 677. Antonius, de tweede zoon van Liederik volgt zijn vader op in het bestuur van het land. Veel van hem is er niet bekend. Volgens oude kronieken slaat hij op de vlucht naar Neustrië, verschrikt voor hele hordes binnenvallende Goten, Hunnen en Vandalen die zijn territorium verwoesten. Naar verluidt sterft hij onderweg en situeert zijn dood zich in het jaar 693 en begraven ze de vorst naast zijn vader Liederik.

Volgens geschiedschrijver Lesbroussart kan er in deze eeuw echter geen sprake zijn van de vermelde stammen. Dus zal hij wel om andere redenen zijn land hebben achtergelaten. Antonius’ jongere broer Bosschaert neemt het forestierschap op zich na diens dood. Ook bij hem is de geschiedenis karig met info. Dat hij mogelijk getrouwd is met Helwide, een nakomelinge van Pepijn van Herstal.

Deze hofmeier, één van de belangrijkste Frankische edelen van zijn generatie, is de vader van Karel Martel, de stamvader van de Karolingers die Frankrijk tot omtrent het jaar 1000 zullen besturen. Karel Martel schopt het in 718 tot koning van Frankrijk en voert een harde oorlog tegen zijn rivaal van Neustrië in het westen van het Frankenrijk. Bosschaert staat aan de zijde van Karel Martel die dus mogelijk zijn schoonbroer kan zijn.

Diederik van Neustrië lijdt de nederlaag en wreekt zich op Bosschaert door hem te beroven van zijn territorium. Het enige wat hij mag behouden is de heerlijkheid van Harelbeke. Bosschaert komt dat verlies niet meer te boven en sterft in het jaar 737. Hij laat Harelbeke over aan zijn zoon Estoreyt.

Estoreyt, de vierde forestier van Vlaanderen is dat aanvankelijk alleen maar in naam. Zijn gebied is een lege doos met alleen maar de heerlijkheid van Harelbeke. Tot hij op een dag het bezoek krijgt van zijn bloedverwant (oom?) Karel Martel vergezeld van Gerard van Roussillion en verscheidene andere edelheren. Martel beseft dat hier onrecht is geschied.

Dat hebben de Vlaamse forestiers zeker niet verdiend, vooral na hun inspanningen om hem bij te staan. Hij belast Estoreyt om Vlaanderen opnieuw onder zijn hoede te nemen zoals zijn voorouders dat hebben gedaan. Als tijdens dat bezoek nu ook nog duidelijk wordt dat Gerard van Roussillion een bloedverwant van de forestier blijkt te zijn, dan leidt dat tot een uitbundig feest aan het hof in Harelbeke. Een feest dat nog een heuglijk staartje krijgt als ze hun beide kinderen met elkaar laten trouwen.

Ik heb het over Liederik II en Gerards dochter Ermegarde. Het hele gebeuren heeft iets mee van een sprookje. Ook het vervolg leest als een roman. Estoreyt laat zich na het vertrek van zijn gasten voor de rest van zijn leven gelden als een hardwerkende forestier. Hij zuivert zijn land van rovers, moordenaars en andere kwaaddoeners en komt bijna bomen te kort om hen allemaal op te knopen. De ophanging gebeurt meestal op de plaats waar hij ze betrapt. Het jonge Vlaanderen ziet er na zijn doortocht een beetje minder wild uit, er kan op zijn minst wat veiliger gereisd worden.

De maagd Maria krijgt in 745 nog een kapel in Brugge. Ze dankt dat aan de geloofsprediker Bonifacius. Diezelfde man sticht ook de heerlijkheid van Sijsele die hij ook opdraagt aan haar. Om verwarring te vermijden met de twee O.L.V.-kapellen in Brugge krijgt de nieuwe van Sijsele de naam van Onze-Lieve-Vrouw ter Reien, verwijzend naar het feit dat het gebouw opgetrokken staat dicht bij de stadsrei.

Na de dood van Bonifacius zal de kapel voortaan de kapel van Sint-Bonifacius genoemd worden en speelt Maria haar gebouw kwijt. Enkele van zijn beenderen blijven hier als relieken achter. Bij de uitbreiding van het centrum zal de Bonifacius-kapel voortaan binnen de palen van de stad vallen. Bonifacius staat er tijdens zijn leven niet alleen voor. Hij krijgt hier in Brugge de assistentie van Walburga.

Volgens geschiedschrijver de Wree sticht die laatste madame hier in 745 ook haar kapel. Mijn kroniekschrijver vindt daar zelf geen bewijzen van maar weet wel dat deze kapel al vanaf 792 bekend staat als de Walburga-kapel. Estoreyt sterft in het jaar 765. Ze begraven zijn lijk naast dat van zijn vader, in de Sint-Salvatorskerk van Harelbeke. Bij zijn echtgenote Itta laat hij een zoon en een dochter (ook al een Itta) achter. Liederik II van Harelbeke volgt zijn vader op als forestier van Vlaanderen.

Liederik van Harelbeke, forestier nummer vijf volgt het goede voorbeeld van Estoreyt. Tijdens zijn bestuur gebeurt er nochtans een en ander in Frankrijk. Karel de Grote, de kleinzoon van Karel Martel en Belg van geboorte schopt het tot koning van heel het Frankenrijk, België inbegrepen. Liederik helpt deze vorst bij al zijn oorlogen tegen de Lombardiërs, de Saksers en andere volkeren die ze allemaal overwinnen. Diezelfde Karel de Grote blijkt een waarachtig fenomeen te zijn en brengt het zelfs tot grote heerser over West-Europa.

In december 800 krijgt hij zelfs de keizerskroon van het hele Roomse rijk op zijn hoofd geplant. Karel krijgt in het jaar 804 af te rekenen met een opstand van de Saksers en opnieuw staat Liederik van Harelbeke klaar om zijn keizer te helpen de opstandelingen te overwinnen. Een gevolg daarvan is dan zowat 10.000 Saksers naar Liederik gestuurd worden om zich hier te komen vestigen en het land te komen bewerken. Onze forestier ondervindt algauw dat deze Germanen ideaal zijn om hem te assisteren bij het opsporen van rovers en moordenaars.

Tijdens zijn afwezigheid zijn de misdadigers precies als paddenstoelen uit de grond geschoten en lijkt het er wel op dat ze zich baas gemaakt hebben over Vlaanderen. Reizigers durven zich in geen geval nog tot in onze contreien te begeven want dan verliezen ze gegarandeerd hun eigendommen en/of hun leven. Forestier Liederik II speurt naar de schuilplaatsen van al deze booswichten en rekent in grote mate met hen af.

Tot het land weer min of meer tot rust komt en er nu kan gedacht worden aan werken. Hoeveel woeste velden moeten er niet tot vruchtbare landbouwgrond teruggebracht worden? De Saksers die bereid zijn hier in Vlaanderen te leven krijgen van Liederik voldoende grond zodat elk huisgezin een leven kan uitbouwen met het beploegen en het bezaaien van zijn eigen percelen.

Liederik van Harelbeke krijgt vanaf 792 de nodige autoriteit van Karel de Grote die hem vanuit Aken aanstelt als nieuwe bestuurder over Vlaanderen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met Karels erkentelijkheid voor de hulp van deze trouwe vazal. Liederik II krijgt daarbij de titel van ‘zeeprefect’. Hij gebruikt zijn nieuw verworven machtspositie om gronden te schenken aan de inwoners van Vlaanderen en van Brugge-Ambacht.

De mensen krijgen zoveel land als ze kunnen beploegen of bezaaien en dat zorgt ervoor dat het land rond Brugge op korte tijd helemaal in cultuur staat. Er hangt wel een tegenprestatie aan vast voor de nieuwe eigenaars. Bij hun overlijden moeten hun erfgenamen een zekere som geld schenken aan de forestier. Een belasting die bekend staat als ‘het beste hoofd’.

Anno 808. Forestier Liederik van Harelbeke overlijdt na een bestuursperiode van 43 jaar. Zijn laatste rustplaats is een plek naast zijn vader en grootvader. In de Sint-Salvatorskerk van Harelbeke waarvan hij recent nog een toren heeft laten bouwen. Hij en Ermegarde van Roussillion hebben drie dochters en een zoon grootgebracht. Die laatste heet Ingelram. Hij treedt in de voetsporen van zijn vader.

808-829. Ingelram (Enguerrand van Vlaanderen), de zesde forestier van Vlaanderen gaat verder op het elan van zijn vader en is zo mogelijk nog hardvochtiger voor wie kwaad uitspookt. De goede lieden zien Ingelram graag komen, het crapuul vreest hem. Tijdens die eerste decennia van de 9de eeuw werken de inwoners best hard. De forestier laat de vervallen haven herstellen.

Ik heb er het raden naar waar die zich precies bevindt. Langs het water laat hij massaal bossen kappen en het land vruchtbaar maken. Hij bouwt verscheidene kerken en herstelt vernielde kastelen en sterkten. Ingelram focust zich in het bijzonder op het stipt naleven van de wetten en steunt ook allen die het woord van God komen verkondigen. Er mag inderdaad wel wat geschaafd worden aan de manieren van de bosmensen in zijn land.

Aan die pioniersjaren komt voor wat betreft Ingelram een eind in het jaar 829. De geschiedschrijvers geven hem een behoorlijk rapport. Ook hij vindt zijn laatste plekje in de Sint-Salvatorskerk. Ingelram en zijn echtgenote Margareta (de dochter van de kasteelheer van Antoing) hebben drie kinderen geproduceerd. Een zoon en troonopvolger Odoaker en twee dochters, Margareta en Johanna.

829. Odoaker gaat verder met het pionieren. Er is werk genoeg aan de winkel. Hij worstelt met het probleem dat het land veel te dun bewoond is en voert daarom een open immigratiepolitiek. Wie zin heeft om bossen te komen ontginnen is hier zeker welkom. Zijn campagne zorgt voor de komst van veel gezinnen die hier vrij kunnen wonen zonder van iemand gepest te worden. Zolang ze maar de wetten van het land respecteren.

In 837 krijgen Zeeland en Walcheren het vernietigend bezoek van de Noormannen te verwerken. Hun verwoestingen veroorzaken een dermate droefheid aan Odoaker dat hij daardoor van verdriet overlijdt. Het valt me op hoe weinig de historici weten over het leven van al die forestiers en ik ben me er bewust van dat veel wat ze neerschreven toch maar met haken en ogen aan elkaar vasthangt.

Meer dan een mistig beeld van die eeuwen kan ik aan mijn lezers helaas niet aanbieden. Zelfs over Odoakers echtgenote houden de geschiedschrijvers er verschillende meningen op na. Despars beweert dat dit Leonora was, de dochter van de kasteelheer van Sint-Omer. Oudegherst beweert in een oud register gelezen te hebben dat hij integendeel getrouwd was met de dochter van Anselmus, de graaf van Saint-Pol.

Wat wel zeker lijkt is het feit dat er uit dat huwelijk maar één enkel kind spruit: Boudewijn ziet het levenslicht in het jaar 840. En ook die geboortedatum kan ik met een flinke korrel zout nemen.

Odoaker sterft in 865. Maar dat betekent niet dat Boudewijn het pas dan dan van zijn vader overneemt. Hij speelt al op jonge leeftijd een grote rol in het bestuur van het land.

In een brief van bisschop Hincmar aan Boudewijn spreekt die hem aan als ‘markies’. Een aanspreektitel die laat veronderstellen dat hij dan al een belangrijke functie bekleedt. Boudewijn verzeilt in de geschiedenisboeken als ‘Boudewijn met de Ijzeren Arm’, het gevolg van een onoordeelkundige vertaling van zijn geboorteplaats aan de monding van de Ijzer, in het kasteel van het toenmalige Sandeshoved waar later Nieuwpoort zal verrijzen. Dat weten we uit een klein handschrift dat de Nieuwpoortse burgemeester Franciscus De Brauwere uit de brand kan redden. ‘Baldewinus ab Iseram’ betekent doodgewoon ‘Boudewijn van de Ijzer’.

Boudewijn heeft op zijn twintig jaar al een belangrijke taak in de verdediging van de kuststreek tegen de invallen van zijn buurman Rorik, de aanvoerder van de Noormannen. Hij oefent deze militaire opdracht uit in opdracht van Karel de Kale, de koning van Frankrijk. Tijdens een bezoek aan Senlis in 861 leert Boudewijn de dochter van deze Karel kennen. Judith Martel.

Op haar zeventien is ze al voor de tweede keer weduwe na evenveel overzeese huwelijken uitgedokterd door haar vader de koning met zijn ambitie om strategische allianties aan te gaan tegen de dreigende invasies van de Noormannen. Boudewijn leert Judith kennen tijdens een bezoek aan het klooster waar ze verblijft in afwachting van een nieuwe huwelijksdeal die Karel de Kale voor zijn dochter in petto houdt.

Het komt tot een relatie tussen Boudewijn en Judith. Zeer tegen de zin van de koning. Dochterlief is in zijn ogen een gekroonde koningin en verdient beter dan deze eenvoudige gouwgraaf uit Vlaanderen. De liefde laat zich zoals zo vaak ook hier niet temmen. Eind december 861 vlucht het koppel naar het centrum van Frankrijk waar koning Lotharius de plak zwaait. Boudewijn krijgt daarbij de hulp van Judiths broer Lodewijk met wie hij goed bevriend is. Koning Lotharius regelt het zelfs dat zijn geestelijken het huwelijk tussen de geliefden inzegenen.

De reactie van Karel de Kale is er een met veel machtsvertoon. Hij mobiliseert een leger van 100.000 man om Vlaanderen een les te leren en helemaal te verwoesten. Boudewijn, ondertussen teruggekeerd in Harelbeke, slaagt er in om een leger van 24.000 mannen daartegenover te stellen. De Vlamingen vermijden de open vlakte en verschansen zich in de bossen in de buurt van Arras, meer bepaald op de Sint-Elooisberg.

Karel de Kale trekt er dan maar met heel zijn leger naartoe en dat is beslist geen verstandige zet. Het komt tot een confrontatie op die Sint-Elooisberg van Arras, toen nog Atrecht. De Fransen krijgen er zoveel klop als ze willen. Wie niet tijdig op de vlucht kan slaan wordt krijgsgevangen genomen. Boudewijns schoonvader raakt gewond maar kan zich redden door te vluchten.

Laat me toe om even te twijfelen aan het waarheidsgehalte van deze veldslag. De Fransman geeft zichzelf amper de tijd om te herstellen van deze opdoffer en onderneemt al direct een nieuwe aanval. Dit keer niet met de wapens maar met het geloof. Karel de Kale wendt zich tot paus Nicolaas met de klacht dat zijn dochter door Boudewijn geschaakt werd. De paus slaat de Vlaming prompt in de ban van de kerk.

Een volgende veldslag met opnieuw een sterk Frans leger eindigt bij Rijsel opnieuw in een optater voor de Fransman. Het begint er nu toch op te lijken dat hij beter zijn schoonzoon te vriend kan houden. Karel en Boudewijn moeten dringend praten over een mogelijke wapenstilstand. Zoveel is zeker. Boudewijn vertrekt met zijn Judith naar Rome om die gehate banvloek ongedaan te maken en komt daar af met de specifieke vraag of de paus niet persoonlijk zou willen bemiddelen om hen weer ‘on speaking terms’ te krijgen met zijn schoonvader.

Die laatste zou eigenlijk niets liever willen. Een sterke alliantie met de Vlamingen is meer dan nodig om de druk van de Noormannen van Rorik uit Frankrijk weg te houden. Het dreigement van Boudewijn om samen te werken met deze Rorik zal wel de ommezwaai in de geest van de Franse koning verklaren.

Anno 862. Boudewijn en Judith zijn nog maar amper teruggekeerd in Brugge als er zich hier gezanten van zijn schoonvader aanbieden met de vraag om vrede te sluiten. Het koppel reist onmiddellijk naar Frankrijk. De spons kan geveegd worden over de ontvoeringszaak op voorwaarde dat Boudewijn bereid is om trouw te zweren aan de Franse kroon. Die belofte geldt ook voor zijn opvolgers.

Dat heeft voor wat betreft Vlaanderen drie grote gevolgen: Vlaanderen breidt zich nu uit tot aan de Schelde en de Somme maar wordt nu een officieel leengoed van Frankrijk. De naam van forestier wordt vervangen door die van ‘graaf van Vlaanderen’, een titel die Boudewijn van de Ijzer en al zijn nazaten mogen voeren. Daarnaast wordt de nieuwe graaf begiftigd met de relieken van de heilige Donaas van Reims die hij naar Vlaanderen laat overbrengen en voorlopig bewaart in de kerk van Torhout. Die Donaas was een paus die ooit geleefd heeft in de 4de eeuw.

Al in 864 krijgt graaf Boudewijn de kans om te bewijzen dat hij een terechte schoonzoon is van de koning. De Noormannen arriveren met een talrijke vloot van schepen in de verwachting om dit zachtgekookt eitje te beroven. Namelijk weerloze landlieden die hun havens zomaar uit schrik afstaan en best gelukkig zijn dat ze hun vege lijf kunnen redden. Het draait helemaal anders uit.

Met hun graaf aan het hoofd van de Vlamingen rukken ze uit tegen de vijand waardoor die met veel verlies van manschappen en schepen op de vlucht moet slaan en zich nu voorlopig niet meer zal laat zien hier in de lage landen bij de Noordzee. Dat blijkt toch uit de oude geschriften.

Boudewijn blijft zich verder focussen op zijn graafschap van Vlaanderen. Hij laat op diverse plaatsen kastelen bouwen om het land te beschermen tegen zijn vijanden. Daarnaast schieten er een reeks van kapellen en kerken uit de grond. De voornaamste is ongetwijfeld die van Sint-Donaas. Het eerste gebouwtje is niet veel meer dan een koor. Van een voorkerk en zijbeuken is er nog lang geen sprake.

De graaf zorgt voor een systeem van financiering (een prebende) waardoor hier twaalf kanunniken de diensten kunnen organiseren en het geloof van de Bruggelingen enigszins kunnen aanscherpen. De geestelijken beschikken over een gemeenschappelijke eetzaal en een slaapkamer die paalt aan de kapittelkamer. De relieken van Donaas die tijdelijk bewaard werden in Torhout verhuizen nu naar het nieuw Sint-Donaaskerkje waar ze voortaan vereerd zullen worden.

Het jaar 870. Ook in Gent begint graaf Boudewijn I aan grote bouwwerken en dit jaar krijgen ze daar het neusje van de zalm als de inwoners het lichaam van de honderd jaar eerder overleden ‘heilige’ Amelberga ten geschenke krijgen. Het is toch wat met die aanbidding van al die dode knoken. Deze devote edelvrouw stierf rond 777 en lag aanvankelijk begraven in Temse.

Het is bisschop Rainelmus van Doornik die haar stoffelijke resten tijdens een grote plechtigheid naar Gent laat vervoeren. De relieken van Amelberga zullen er een plaatsje vinden in de Sint-Pietersabdij. Al de edellieden van Vlaanderen tekenen er present en ook de zeer godvruchtige Boudewijn mankeert niet op de afspraak. En terwijl hij nu toch samen is met zijn belangrijkste edelen vernieuwt hij meteen al de bestaande rechten en privileges en krijgen de inwoners er ook nieuwe.

Dat gebeurt uiteraard met instemming van de geestelijke wereld. Hij belooft in Gent dat hij alles in het werk zal stellen om de privileges te (laten) onderhouden zoals dat hoort bij een rechtvaardige prins.

Dit is een fragment uit Boek 9 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 9
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.