Tijdens de wapenstilstand wordt het duidelijk dat Rome een bemiddelingspoging is gestart maar uiteindelijk zelf […]
Het jaar 1294. Er breekt oorlog uit tussen Engeland en Frankrijk. Beide partijen gaan op […]
Dezelfde Veurnambachters die twee jaar op rij aan de zijde gevochten hebben van graaf Lodewijk, […]
Gravin Margaretha van Constantinopel huwt met legerbevelhebber Willem van Dampierre afkomstig van een bekende, maar […]
”t Lapt zoete binnen’, zei Puuste Verdoodt en hij goot pastoors wijn in zijn ‘gilébeuze’. […]
Komen ondergaat inderdaad een grondige verwoesting en plundering. De Fransen wurgen en doorsteken de inwoners […]
Zomer 1191. Na de dood van Filips van de Elzas valt het graafschap Vlaanderen nu in handen van zijn zuster Margareta van de Elzas. Die zoals jullie weten getrouwd is met Boudewijn VIII van Henegouwen. Vlaanderen en Henegouwen komen zo voor de tweede keer onder hetzelfde bestuur.
De jeugdige Boudewijn van Henegouwen, hij moet dan een jaar of vijftien zijn, rept zich tot bij de Franse monarch om er manschap af te leggen als graaf van Vlaanderen. Philippe gaat er op in. Voor Robrecht de Fries is dat best een probleem.
1294. Er breekt oorlog uit tussen Engeland en Frankrijk. Beide partijen gaan op zoek naar bondgenoten. Koning Edward I van Engeland kijkt in de richting van Vlaanderen.
De nacht van 11 op 12 september 1315. De terugtrekken van de Fransen heeft de allure van een waarachtige vlucht. Lodewijk ziet zich genoodzaakt om al de wagens, karren, tenten, bagage en proviand in het Vlaamse slijk achter te laten. Om te voorkomen dat de Vlamingen er zich mee zouden verrijken laat hij alles in brand steken. Maar omdat alles zodanig doorweekt is komt daar maar weinig van in huis.
Tijdens de middeleeuwen, wanneer men in de stad de vervelende gewoonte had om de inhoud van de ‘geurende’ pispot over de hele breedte van de straat uit te keilen, was het af en toe een hachelijke onderneming om zich op de openbare weg te begeven.
In december 1278 volgt de 52-jarige Gwijde van Dampierre zijn moeder definitief op als 21ste graaf van Vlaanderen. Hij wordt geïnstalleerd als nieuwe graaf door de Franse koning Filips III de Stoute. Margaretha sterft de 10e februari 1280 op 78-jarige leeftijd. Vrij vlug daarna worden de ambitieuze Gwijde en Robrecht geconfronteerd met de macht van de steden van Gent, Brugge en Ieper.
Petrus Scriverius verhaalt in zijn Hollandse, Zeelandse en Friesse Chronycke dat er in 1080 zulke strenge vorst heerste dat daardoor de meren en de rivieren in de Nederlanden zo hard toevroren dat Dirk V, graaf van Holland, op het ijs van de Rijn tweemaal slag leverde aan de Friezen, bij dewelke de Friezen 10.000 mannen verloren.
Het Oosterse Rijk, uiteindelijk, of het Oster-Rike, kwam aan Sigebert die in zijn deel Auvergne, het noordoosten van Gallië en Germanië tot aan de grenzen der Saksen en Slaven bezat’. Vlaanderen, met de Westhoek als uiteinde aan de grote zee was de ooit de tegenhanger van de oostelijke gebieden van Gallië. Ons land kon dus net zo goed Westenrijk genoemd zijn en net zoals Oostenrijk de tanden van de tijd overleefd hebben.
Vanaf het jaar 1000 blijft trouwens niets zoals het was in Europa. De opinies en de zeden van de mensen ondergaan grondige wijzigingen. Het fenomeen van de steden steekt de kop op. In het prille Vlaanderen zien we hetzelfde gebeuren. De opkomst van onze steden heeft duidelijk zijn oorzaken. Eerst en vooral heeft de Romeinse bezetting die verschillende eeuwen geduurd heeft zowat het eigen cultureel erfgoed gewist. De mensen kunnen niet langer terugvallen op hun oude tradities want die zijn er niet meer.
Over de prijs van de boter Waar zijn de gelukkige tijden op de welke de […]
e zee krijgt vrij spel over dat uitgebreide kustgebied van Buck. Geen dijk of duinen zijn er om het zoute zeewater van de laagvlakte ten westen van de lijn tussen Roesbrugge en Aardenburg af te houden. Het achterland van Buck bestaat grotendeels uit ‘boschagie’, bossen en wildernis. Het is het meest westelijk gelegen aanhangsel van het bos van de Ardennen. Hier zwerven grote groepen wilde dieren rond, in het bijzonder reebokken, ‘bucken’, die uiteindelijk deze naam aan het toenmalige Vlaenderen schenken: ‘het land van Buck’. Gevangen tussen de wouden bevinden zich het dorp Oostburch en de stad Rodenburch, die later Aardenburg zal genoemd worden.
De oudste bewoners van ons land, gelijk van het overige Celtica, zijn bekend onder den naam van Kelten, naderhand Gallen, welke beide woorden ‘wit’ betekenen. De naam voegde zeer wel aan volkeren, die bij de zuidelijke Europeanen door witheid van vel moesten afsteken.