2 januari 1568. Wat een hondenweer. Regen en wind geselen de Westhoek. Het noodweer houdt […]
Op 21 september 1797 gaan de Ieperse kerken dicht. De volgende dag is dat het […]
Veel van die vervolgingen vindt Lodewijk Allaeys neergeschreven in het ‘Martelaarsboek’ van Jan-Baptist van Bavegem. […]
Op de hoogte van Oost-Cappel Oktober 1792. De Fransen proberen zich meester te maken van […]
In het leven van een mens kunnen een aantal belangrijke perioden worden onderscheiden: geboorte, jeugd, vrijen en trouwen, oud worden en sterven. Bij al de fasen van zo’n leven heeft de volksmens generaties lang nagedacht en gefilosofeerd.
Op een dag in mei van het jaar 1784, stapte Jan Victoor, een struise jonge man, door de Koekuitdreef. Hij had de stad Poperinge pas verlaten langs de Pottestraat en was nu in ’t open veld gekomen. Hij ging voorbij de herberg De Koekuit, waar reeds enkele voorbijgangers binnen zaten. Dit volk ging ook naar het klooster van Sint Sixtusbos, waar vandaag de inboedel verkocht werd.
Bij het begin van dit hoofdstuk herhalen we de eerste wetenswaardigheden over onze kerk uit de vroegste tijden:
Men vermoedt dat er al een altaar of kerk bestond in de 9de eeuw. De geciteerde kroniek vermeldt het jaar 857.
Naast een degelijke kennis van de zee en haar visgronden moet men ook een dosis geluk hebben in de opbrengsten, om een schone reist en goede besomming te maken. Ten eerste komt het er op aan de vis te vangen, ten tweede zonder pech de thuishaven te bereiken en ten derde in de vismijn een goede prijs voor zijn ‘vangste’ te bekomen.
Pieter Vermeersch, een doodbraaf man die langs de Elverdingse kalsijde woont, was zo gevaarlijk ziek dat men het nodig oordeelde hem de heilige sacramenten te moeten toedienen.