Toch is dit geen stad
van liggen.
Hier staat een stad.
Het roert, rumoert.
Het glas is vol.
De tafel ook.
André Paeldinck, burger van Ieper en eveneens kapitein van de Boterpoort, heeft de voorhoede van de Engelse en Gentse legers opgemerkt. Ze zijn op komst langs de weg die leidt van Poperinge tot Ieper. Hij slaat vliegensvlug alarm. De nadering van de vijand gebeurt zo plots dat enkele bewoners van de Ieperse buitenwijken er door verrast worden. Een zekere Braem De Meule krijgt niet eens de tijd om zich terug te trekken in de stad.
In “Mémoires historiques de Poperinghe” van 1837 loop ik enkele interessante wetenswaardigheden over de geschiedenis van Poperinge tegen het lijf. Ik waag me aan een vrije vertaling uit zijn Franse taal van die tijd. Het gaat over het prille ontstaan van de stad.
Alzo ter kennis van mijne heren van ’t magistraat van deze stede en jurisdictie gekomen is;
dat de klokluiders van de parochiale kerk van Sint-Bertijns zich hier
bezig houden en het bezondigen
om te pissen en hun vuiligheid te maken
Ten tijde van de Romeinse inval in onze streken die later “Het Westland” zal worden genoemd, is de streek deels grondgebied van de Menapiers en deels van de Morinen. De regio is bezaaid met immense moerassen en reusachtige wouden. De Menapi¨¨ers en Morinen leven er in armoedige dorpen (vici). Er zijn geen steden in België en van Ieper zal er de volgende (bijna) 1000 jaar geen sprake zijn.
Geschiedenisstukken van 1147 en 1208 melden, dat reeds in deze verre tijden, de abten van St Bertinusklooster van Poperinghe het recht hadden om te vonnissen. Dit voorrecht met al de baten en voordeelen uit het ambt spruitende wierd hun, als heere nvan de stad, bij gezegelden brief van 26 febrauri 1620, door de Aartshertogen Albrecht en Isabella hernieuwd en bevestigd in hoog-, middel- en nedergerecht.
Was de streek tussen Ieper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde eenzame en eindeloze woestenij?
Wanneer men te Westouter de Molenberg afdaalt, dan ziet men hoog boven de kerk verheven, een groot gebouw oprijzen, en als men dan de ene of de andere landman dan vraagt; ‘welk gebouw is dat?’
Aanranding in Zonnebeke Zekere Jules Saelens van Zonnebeke, thans wonende te Roncq in Frankrijk, was zondag laatst naar hier overgekomen. ’s Avonds rond 6 uur en half trok hij met zijn velo naar de statie om de trein te nemen, toen hij al met eens door twee drie mannen overvallen werd die hem afranselden en hem zijn velo ontnamen.
Twee kinders, Gaston en Antoinette Sergier waren donderdagmorgen rond 7 3/4 ure op het trekpad langs de vaart van Ieper naar Komen. Op ongeveer 150 meters der brug die over de weg naar Dikkebus ligt, al de kant van de woonhuizen Glissoux, bemerkten zij twee kleine handjes die uit het water staken en dachten dat er een pop ingeworpen was geweest.
De bolling der kermisweek heeft nog al tal liefhebbers naar stad aangelokt en voorzeker een schoon profijt bijgebracht oor al de herbergiers der Duinkerkstraat. Om 3 ure waren er omtrent 1200 ingeschrevenen. De bolling opgeluisterd door eenige leden van het stadsmuziek, heeft veel bijval genoten. Van tijd tot tijd kwam wel eene duchtige regenvlaag de bolders verfrisschen, maar deze zagen er nooit voor om.
Geschiedenisstukken van 1147 en 1208 melden, dat reeds in deze verre tijden, de abten van het Sint-Bertinusklooster van Poperinge het recht hadden om te vonnissen. Dit voorrecht met al de baten en de voordelen uit het ambt spruitende, wierd hun, als heren van de stad, bij gezegelde brief van 26 februari 1620, door de aartshertogen Albrecht en Isabella hernieuwd en bevestigd in hoog- middel en nedergerecht.
Dank zij Julietje was de overval mislukt. Het enige noodlottig gevolg was dat Gabriëlle Veys-Goethals, die een tweede kindje verwachtte, door deze gebeurtenissen een miskraam had. Julie Capelle (°Staden 13-05-1859 +Westrozebeke 05-03-1952) werd te Vlamertinge “Julietje van Feysens” genoemd omdat ze gedurende 75 jaar te Vlamertinge in dienst geweest is bij de familie Veys, waar ze bij drie generaties vergroeid en vastgeworteld was.
Wat moet ons dorp Vlamertinge in die tijd geleden hebben! Wegens de ligging langs een grote weg, die men in die tijd als strategisch kon beschouwen moet het dorp vreselijk behandeld zijn geweest.
Al van heel lang gelden, toen we nog groen achter ons oren waren, leerden we al snel een onderscheid maken tussen ‘seuten’ en ’toffe mokken’. En een ’toffe makke’ was een knap meisje.
Een katholieke muzikant aangevallen Rond 10 uur vertrok Cyrille Merlevede, wonende in de schrijnwerkerij Watoustraat uit de Katholieke Kring en ging langs de Hondstraat huiswaarts. Halverwege de straat gekomen, riepen enige mannen hem toe; ‘nog een van die kaloten die benauwd heeft.’ Merlevede bemoeide zich daar echter niet mee.
Zowat 10% van de Europese bevolking sterft op enkele jaren tijd door ziekte, honger en armoede. En ook de schapen worden geteisterd door ziektes en plagen. De malaise in de goedkopere lakens is niet ver te zoeken. De klantenkring ervoor is flink uitgedund.
’t Was waar: de gendarmes stonden daar. Ze brachten de vluchtelingen onder in 2 zalen. Wij lagen in de eerste zaal. Daar brandde een grote stoof. We sliepen in rijen in ’t stro. We moesten gaan eten in ’t hospice. Drie keer per dag: ’s morgens een kom frutsop en een snee droog brood, ’s noens een kom soep – ze stonk; ’t was lijk van de schoteldoek gekookt -, ’s avonds weer een snee brood en frutsop.
Vakvereniging van de bouwwerkers te Poperinge Dat eerste die onder onze werkersbevolking tot stand gekomen is. Drie achtereenvolgende zondagen werd er ten dien einde vergadering gehouden, en reeds van in de tweede vergadering kon men bemerken welke werklieden de zaken goed opnamen en het nut van de vakvereniging verstonden.
Ik zie mij aan de dikke pol van mijn grootvader samen naar een motorbal gaan. Dat was geen dansbal, maar een (voet)balmatch tussen motorcrossers op het veld van de Blue Star op de Abeelseweg. Ik herinner me hoe die motorduivels zo fel tekeer gingen en de ‘knoape’ van het plein daarna zo kwaad was omdat ze – zoals hij voorspeld had – “heel ’t pling aan de kloaten hadden gereden.”
Hier in Poperinge hebben we het geluk een vrouw te bezitten die in januari aanstaande de gezegende ouderdom van 99 jaren zal bereiken. Gij ziet ze hier bezig aan de hommelpluk, zij heeft het dit jaar verschillende dagen gedaan, altijd blijmoedig, rap en welgezind. Deze vrouw, genaamd Sophie Sohier, is geboren te Poperinge den 25 januari 1812 en is in volle gezondheid; gezicht, gehoor en geheugen, alles is even goed, dank aan God en aan de goede zorgen en de grote genegenheid waarvan zij omringd is. Zij vertelt graag graag van haar jeugd: toen zij 6 jaren oud was ging zij wonen naar Cappel (bij Belle) bij haar meter, waar men toen een priester gedurende 3 maanden verdoken hield en die daar in het geheim zijn heilig ministerie moest uitoefenen.
Op de Franse zijde van de Zwarteberg, op het uiteinde der gemeente Sint-Jans-Cappel, is zondag een vreselijk drama afgelopen. In de herberg ‘Hotte en Bas’, had een bloedige twist plaats die eindigde met een moord. Er waren ook verscheidene gekwetsten. Ziehier hoe de zaken gebeurd zijn:
Een pijnlijk ongeluk is zaterdagavond voorgevallen ten huize van Alphonse Vanhollebeke-Laconte, bakker, wonende langs de Elverdinghe-kalsiede. Rond 6 ½ ure moest de vrouw naar de winkel gaan om iemand te bestellen, hare twee kinderen, Albert, 6 ½ jaren en Henri, 3 jaren, die rond de stoof zaten, alleen in de keuken latend. Het 3-jarig knaapje trok een ijzeren kom met kokend water van de stoof en wierp ze zoo ongelukkiglijk omver, dat zijn ouder broertje over gans het lichaam erg verbrand werd. Op het hulpgeroep kwam de moeder toegelopen, maar ondanks al de goede zorgen is het arme kindje dinsdagmorgen ten gevolge van deze schrikkelijke brandwonden overleden.
De leeggelopen kust- en Scheldestreek is al vanaf de 4de eeuw deels herbewoond door Saksische groepen die hun Germaanse cultuur en taal met zich meebrengen. Daarvan getuigen de ontelbare Germaanse dorpsnamen die we op vandaag nog kennen. De Salische Franken zelf vestigen zich in de 5e eeuw in het huidige Noord-Frankrijk en Wallonië, vooral rond de steden Kamerijk, Doornik en Bavay.
Er waren, men weet het genoegzaem, geene bestendige legers in dien tyd, maer de gilden en ambachten oefenden zich vrylyk in het wapengebruik, en er bestonden wapengilden (confréries militaires) in byna al de groote steden van Vlaenderen. De overheden waren de dekens der gilden, en al deze wapenbroeders waren goed uitgerust en allerrykst gekleed: de eene in het blauw, de andere in het gheel, vele in het wit met een rood kruis, kleeding die van den kruisvaerderstyd overbleef.
We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens?
Rechtbank van Yper. Op woensdag. Brundo Decock van Handzaeme, die op 22 october laatst een vest stool in de herberg ‘Het Lammetje” te Poperinghe, werd voor die zaak veroordeeld tot 4 maanden gevang: hij kreeg nog 3 maanden erbij omdat hij in de banbreuk was.
Onze gedachten glijden verder weg op zoek naar de herinnering van soldaten en handelaars die veel eeuwen voor ons die weg hebben afgelegd in hun zoektocht naar gewin of victorie. Maar laat ons verder stappen in onze tocht naar Pupurningahem dat twee mijl van ons verwijderd ligt. Haastig zetten we de laatste etappe van onze trip verder. We houden noodgedwongen halt aan een waterloop die ons pad doorsnijdt. Het is de Fleterna rivier. Het water van de Vleterbeek, ontsprongen op de Catsberg, stroomt hier in volle snelheid naar de Saksische kust, de Littus Saxus. We stappen over de primitieve brug gemaakt van stenen en rotsen en eindelijk komen we aan bij de antieke residentie van Pupurn.