Het ontstaan van woongemeenschappen in de Westhoek is, net als in de rest van België […]
Een boer, die aan de oever van een rivier woonde, had grote bezittingen. Men zag er paarden, koeien, schapen en vele geiten, ganzen, allerlei varkens, hanen, kuikens en meer van dergelijke beesten. En hij had de leiding over knechten en meiden, want er was daar in huis veel te doen.
Nu dat de plotselinge en talrijke weersveranderingen zo veel keelziekten veroorzaken, is het niet ongepast, zegt een Frans blad, een eenvoudig geneesmiddel bekend te maken dat bijna altijd lukt.
De oudste bewoners van ons land, gelijk van het overige Celtica, zijn bekend onder den naam van Kelten, naderhand Gallen, welke beide woorden ‘wit’ betekenen. De naam voegde zeer wel aan volkeren, die bij de zuidelijke Europeanen door witheid van vel moesten afsteken.