De volksverhalen worden gemeenzaam in drie verschillende groepen ingedeeld: de sprookjes, de sagen en de […]
De nostalgie van bevreemdende verhalen Na heel wat omzwervingen door de geschiedenis van mijn streek […]
We brengen vandaag een sage, opgenomen door wijlen Jozef Doise (geboren te Westvleteren op 13 maart 1908 en aldaar overleden op 3 december 1965) gewezen schoolhoofd van Westvleteren, uit de mond van Romain Gruwier, landbouwer te Westvleteren.
Die toveresseknok ligt langs de Moorselestraat. Het is een bergje met een grote boom in het midden. De berg zelf bestaat uit verschillende aarden trappen die de boom omringen tot op een hoogte van omtrent 150 centimeter.
Te Brugge woonde een paruikmaker, die met veel gasten werkte. Op een achternoen kwam een heer in de winkel en vroeg de meester of hij hem voor ’s anderendaags ’s morgens een paruik kon maken.
Op de Coin Perdu was er een klein hofstedetje en wij zijn daar op gegaan, in plaats van die heks, Fidelia Lambrey, die daar voordien woonde. Mijn vader heeft dat overgenomen van die heks. Ik was toen twaalf Jaar oud. Zo in 1903. We woonden vroeger op de Zwarte Molen.
Het was maandag na kleinen tuindag (kermis) van het jaar 1521. Drie jonge dochters, Magdalena Ghijselin, Lucia Larmeson en Maxima Vanden Driessche, als buurmeisjes verenigd, en door de koelte van de vallende avond uitgelokt, wandelden langzaam door de stad. In de Tempelstraat gekomen zijnde, ontmoetten zij aldaar een klein paard, dat zonder leidsman was en scheen te dwalen. Dit beest was zo wonderlijk schoon, aardig en bevallig van gedaante, dat de drie maagden bleven stilstaan om het te bezichtigen.
Charel Lerberghe moste nor ’t leger om soldaat te zijn. Dat wos in ’t jor drie. En achter twee, drie dagen otten weg wos, ne wos were thuus enne zei: “’k Kunnen hier ol zowel kreveren of gunter.” En die oeders vroegen an Beselaeres, want ’t wos dor een were van ’t leger die gedon had, om hem were mee te doen nor ’t leger en den deen ed hem were meegedon. Ze wilden ook èn dat dat van Prudence Bergh wos datten hij dor niet wilde bluven want z’had, voor datten deuregoeng, er tegen geklapt en ze zei: “En je moet gij nu nor ’t leger?” en ol zukke dingen.
Mijn grootvader al mama’s kant heeft nog een keer verteld van een moordzake, gebeurd in […]