We gaan naar de West-Vlaamse bergen! Aan de horizon krijgen de bulten van deze bergen een vaster gestalte. Het is alsof ze naar ons toe komen: de Kemmelberg, de Scherpenberg, de Rodeberg, de Molenberg en juist over de grens de mooie trits van de Zwarteberg, de Katsberg en de Casselberg, in Frans-Vlaanderen, ooit onze eigen Vlaamse grond.
Binnen de jaren 1793 en 1794 plunderden de Franse republikeinen deze kerk, die als één van de schoonste van het bisdom van Ieper gehouden werd. Ze gebruikten het gebouw gedurende elf maanden voor kazerne, paardenstal en beenhouwerij. Ze vernielden en verbrandden al de meubelen, als de boisering, predikstoel, biechtstoelen en altaren, terwijl ze de sacristie voor gevangenis hielden.
De Samenwerkende Bouwmaatschappij ‘De Mandel’, in 1920 gesticht, bouwde 337 werkmanswoningen op het Mandelkwartier (gezegd ‘Nieuw Kwartier’), herbouwde en herstelde de vernielde huizen op de Vredewijk en in andere straten, bond de strijd aan tegen de ‘krotwoningen’, en richtte een groep ouderlingenhuisjes op het zuidelijk uiteinde van de Mandellaan op.
Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant.
Anno 13 januari 1285: Jan Li Noir, baljuw van Veurne, Lambert van Staden en Halin le Reke worden door de graaf van Vlaanderen aangesteld om een onderzoek in te stellen naar verscheidene geschillen die ontstaan zijn tussen ridder Jan van Spierre en het hospitaal van Elverdinge. In de archieven van de kasselrij Veurne zien we dat deze geschillen nog niet opgelost waren in 1507.
De naam van de gemeente die men heden als Watou spelt, vindt men in de Latijnse oorkonden van de middeleeuwen als Watua; soms ook, in Franse en Vlaamse geschriften, zal men om de beurt Watewe, Wateeuwe, Watue en Watuwe aantreffen
De periode tussen de jaren 96 en 180 betekent een bloeiperiode voor de Romeinen en wordt als “de gouden eeuw van de Antonijnen” omschreven. Bij gebrek aan eigen nakomelingen kunnen vijf opeenvolgende Romeinse keizers één of twee zonen als opvolgers adopteren.
Maar; het was jammer van het huis des Heren. Ja! Zeer jammer. Deze kerk was op die vreselijke dag ’s morgen nog de schoonste en de grootste van Veurnambacht. Bij het vallen van de avond was ze nog een rokende hoop as.