Anno 1910, begin juni, was het in Elverdinge wat te zeggen van het verhuizen. Camiel […]
‘De kerk is een winkel’, zo leren de geuzen maar ze dolen, want als er […]
Een vertrouwelijke verzuchting: ‘Ge moest ’n keer in mijn schoens zitten!…’ ge zoudt nog anders klagen.
Mijn beste lezers en lezeresjes, wat vliegt de tijd toch pijlsnel vooruit. Nog rapper dan een sneltrein! En zeggen dat we terug in de herfst zitten, de tijd van de vallende bladeren en de lekkende neuzen. De tijd waarin moeder de vrouw ’s avonds begint met een warme pull-over te breien voor de komende winter. In mijn huishouden zitten ze allemaal met een verkoudheid, de neusdoeken, gaan ne gang
Twintig mijlen in het rond was er geen betere ambachtsman dan Jan. Hij hanteerde op een meesterlijke wijze even goed de weversspoel en het houthakkerskapmes als de eenvoudige platte hamer van de koordvlechter. Hij was een opgewekt man, van een uitzonderlijke gestalte, die een buitengewone kracht bezat.
Een meisje van een elftal jaar, E. Nuyten, was ’s morgens naar de school gegaan en het moest bij de schoenmaker 75 centiemen dragen voor vermaakte schoenen.