– ‘Alle beetjes helpen en alle vrachten verlichten’, zei de schipper en hij smeet zijn vrouw overboord.
– ‘Alle begin is zwaar’, zei de dief en hij begon met een aambeeld te stelen.
– ‘Alles met mate’, zei de timmerman en hij ranselde zijn vrouw af met een meter
Er op staan lijk een scheve zeven. Krom en scheef en met een vies gezicht.
Er vliegt een ekster uit z’n gat.
Gods ezel, Maria’s peerd – Rijd er op tot je gat smeert.
In je laatste hemde zitten er geen zakken.
Als ’t kermis is staan er kramen,
en in den hemel moet je niet kramen
en in d’helle wordt je gestekt door de bramen.
Laat hem maar vliegen, hij is ’t pluimen niet waard: als iemand een wind laat
Als ’t hooi achter de karre loopt, zijn de vorken goedkoop – Schone nuchtens en schone vrouwen en zijn niet te betrouwen – Kinders van koeien en zijn nooit maar kalvers – Vuile pot, vuile pollepel –
Mijn buikenaffel staat op een hoogte (ik heb te veel gegeten)
Men kan niet schijten al vliegen: iets toch niet zo rap kunnen, onnodig aan te jagen.
–
Die nie besnot is moe zn neuze nie vagen: wie niet schuldig is moet zich niet verontschuldigen.
–
Gesneên en genezen : op zijn plaats gezet zijn. Niets meer te zeggen hebben bij tegenslag.
–
Men kan geen wijn tappen uut ’n anzielvat.
–
En hét meer snot in ze neuze of geld in ze beuze: wordt gezegd van iemand die het hoog op heeft.
‘k Peinsde wel dat er iets haperde, zei Klaai en hij schepte een pad uit […]
Oude & vergeten spreekwoorden uit Frans-Vlaanderen
De weireld is an bolle, we droayen ol a litje
Vriendschap is lijk geld; gemakkelijk te verdien’n moar moeilijk om ’t houden. – Kindjes hebben […]
Hoe verder da’j goat hoe minder da’j weet. Een scherpe tonge en een triestigen geest […]