Willen appels trekken van ê pèreloare (het onmogelijke willen)
E goe verstoander hèt genoeg an’en’olf woord.
En ne n’is te leeg dat’en ze voeten van de grond heft
’t Waren slechte boerenjaren en een boer van ‘De Brabant’, een wijk te Poperinge, hing aan de balie. Ze waren zwart van d’armoe en een gebuur zou een zwijn gaan stelen.
Misschien is elk leven gewoon maar een echo
van al de levens voordien,
de weergalm van de dingen
die onze voorouders leerden
en nu naar ons terugkaatsen.
Neerplonzend in iets nieuw
en nog veel meer.