Als ik iets wil te weten komen over de periode tussen 500 en 1200 zal […]
In 1107 is er in Poperinghem al sprake van scabini bij een overeenkomst tussen minister […]
Het inkomen van de pastoor bevat zo ’tienden’, 10% van alle opbrengsten van de kerk […]
Laat ons even terugkeren naar Ieper tijdens de glorietijd van onze tempelbroeders. We kijken eens […]
Het kapittel ‘Saint-Pierre’ van Rijsel, op en top een Vlaamse stad, wordt gesticht door graaf […]
Was de streek tussen leper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde, eenzame, eindeloze woestenij? Zo beweren de meeste geschiedschrijvers, o.a. Edmond Poullet en Victor Brants.
Rijk worden is niet zijn rijkdom vermeerderen maar zijn begeerten verminderen.
Geld is het land meester.
Geld maakt een huwelijk niet gelukkig! Nee, maar het is tenminste nog een troost in het ongeluk.
Die mensen zijn familie van Alexander, alles voor zich en niets voor een ander.
Wanneer de burg van Leisele gesloopt werd staat nergens vermeld. In de beschrijving van Pauwel Heinderycx staan er echter genoeg gegevens, waardoor we de verdwijning van de burg bij benadering kunnen bepalen. Voornoemde schrijver schreef zijn kronieken in de 17de eeuw. Dus weten we met zekerheid dat de burg er toen niet meer stond. Mogelijk was deze in verval geraakt en op het einde van de jaren 1500 afgebroken.
Is aldus misschien de gewoonte ontstaan die nog op vele plaatsen van onze Vlaamse buiten bestaat, om de pastoor en aan sommige notabelen bij een zwijnsslachting een geschenk te dragen, een ‘zwijnefruute’ zoals men in het noorden of een ‘zende’ zoals men in het zuiden van West-Vlaanderen zegt.
De situatie met al die kerken en godshuizen en de ongebreidelde macht van de proost van Sint-Maartens leidt tot ernstige misbruiken. De kanunniken laten bijvoorbeeld niet toe dat er meerdere huwelijken op het zelfde moment worden gehouden omdat ze zo meer offergaven in de wacht kunnen slepen. Huwelijken tussen personen van verschillende parochies worden enkel toegelaten als de proosdij hiervoor een zeker som geld krijgt. Wanneer lichamen van doden worden aangeboden tijdens een dienst, laten de kanunniken na deze een kerkelijke begrafenis te geven. Bovendien wordt voor de ‘kerkganc’, een soort huwelijksfeest, door de bevolking soms hogere bedragen betaald.
Na zekere tijd kwam Maximiliaan 88, zoon van Frederik III aan het hoofd van ons graafschap Vlaanderen. Maximiliaan kon niet overweg met de oproerlingen. Vandaar bezttingen, boetes, leveringen, kortom al de nadelige gevolgen van een bezetting. Door deze onmenselijke straffen, zoals halsrechting, het heffen van nieuwe belastingen, de waardevermindering van het geld, werd hij door het Vlaamse volk verwnest, vervloekt en gehaat.
Is een eigen kapittel niet de gedroomde plaats om hun kinderen te laten genieten van een gepast inkomen? De opbrengsten (prebenden) verbonden aan een kanunnikplaats zijn uitermate attractief. En dat ze daarbovenop nog een officieel karakter hebben dank zij kerk en staat is al helemaal meegenomen! En de verzekering van het eeuwige zielenheil is natuurlijk een toemaatje van belang.
Op 6 mei 1124 schenkt de graaf Karel aan de kanunniken te Ieper een deel van de tienden van ‘la terre des porcs’ en op 23 maart 1138 bekrachtigt Innocentius II de rechten van de Ieperse kerken en de verscheidene gronden o,a. te Passendale
De mensen zijn familie van Alexander, alles voor zich en niets voor een ander.
Was de streek tussen Ieper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde eenzame en eindeloze woestenij?
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Wervik en Warwick zijn zowat Siamese tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel ‘via’ dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de ‘Via Roma’ waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: ‘a road or paved part in a village or town’. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen. Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.