banner
mrt 19, 2025
133 Views
Reacties uitgeschakeld voor Grijpgrage handen

Grijpgrage handen

Written by
banner

Het inkomen van de pastoor bevat zo ’tienden’, 10% van alle opbrengsten van de kerk en het koor. Een tiende van alle offergaven, het mishonorarium en de opbrengsten van de stichtingen, schenkingen en verworven eigendommen. Vanaf de jaren 811-813 zijn het de inwoners van de diverse parochies die er voor zorgen dat de tienden aan de parochiekerk worden betaald. Tienden die in handen vallen van niet-geestelijken moeten op bevel van de kerk gedeeltelijk worden teruggeschonken en verdwijnen in de grijpgrage handen van de abten en abdissen van lokale kloosters en abdijen. De parochiepriesters heffen tienden op het graan, de veldvruchten en op de kweek van gevogelte en dieren. Ze worden door de bewoners zowel in natura als in cash betaald. Vanaf de 9de eeuw komt een deel van die tienden eveneens toe aan de heren en de vorsten.

Je begrijpt meteen waarom de grenzen van de parochies in Wervik goed aansluiten met de grenzen van de diverse heerlijkheden. Vooral het kapittel van Rijsel boert goed want het krijgt twee derden van de Wervikse tienden toegewezen. De Sint-Maartenskerk is de eerste kapelanie voor wat Wervik betreft. Wanneer de kerk gebouwd wordt, weet Defrancq niet te vertellen.
Zeker niet voor de 9de eeuw. Hij heeft het vermoedelijk over de stenen constructie die de kapel van de heilige Maarten van Tours vervangt, het gebouwtje dat op zijn beurt bovenop de funderingen van de oude heidense offerplaats, de tempel van Mars, gebouwd werd. Je kan trouwens de ouderdom van zowat alle parochiekerken van de Westhoek linken met een periode kort na de sterfdatum van hun respectieve patroonheiligen. De heilig Medard van Noyon is er overleden rond 550. Honderdvijftig jaar na Maarten van Tours.

De eerste kapel die de Sint-Medarduskerk voorafgaat, zal er dus ook grofweg diezelfde tijd na de constructie van de Sint-Maartenskapel opgetrokken worden. Dat geldt uiteraard niet voor de Sint-Maria-Magdalenakerk die vermoedelijk een stuk jonger is en pas gebouwd wordt nadat de rage van de mannelijke heiligen wat is uitgeraasd en men terug grijpt in het arsenaal van de figuren uit het begin van het christendom. Het valt wel op dat het grondplan van de drie Wervikse kerken vrij identiek is. Met de Sint-Medarduskerk als grootste.

Er is sprake van zes heerlijkheden: Wervik (het centrum), Eecke, Ter Elst, Canonickhove, Cruys en Oosthove. Aan de zuidkant van de Leie is er ook bewoning. In oude Rijselse documenten duikt nieuwe informatie op. De heuvelrug van Wervik en de Pevelenberg zijn de twee hoogste heuvels van het arrondissement Rijsel. Als gehuchten worden hier uiteraard Franstalige plekken aangegeven, maar ik probeer waar mogelijk te vertalen: Le Blaton; La Planche-de-Pierre, La Montagne (de Berg), La Bouteille-Noire (de Zwarte Fles), Le Robinet (de Kraan) en La Ferme brûlée (de Verbrande Hoeve). De naam van Viroviacum slaat met verloop van tijd aan het muteren. Latijn zal wel niet besteed zijn aan de gewone mensen.

Er gaan eeuwen overheen vooraleer Wervik zijn definitieve naam zal krijgen. Ondertussen zijn Wervy, Wervii, Wervi, Werny, Werni aan de beurt en die namen zullen stilaan plaats maken voor Wervick, Werwick, Wervick, Wervicq en uiteindelijk dus Wervik. J. Roelandt wijdt in de Biekorf van 1971 een interessant artikel aan de toestand van de Wervikse heerlijkheden. Hij beschrijft de toestand van de eigendommen rond de jaren 1400 die in wezen een spiegel vormen van hun testament uit de feodale tijden, waarbij adepten van de eerste graven van Vlaanderen en natuurlijk de abdijen grote stukken land in leen kregen. Het Wervikse leen Oosthove is een onderleen van het leengebied van Nevele bij Gent. Het is veruit het grootste leengebied van Wervik.

Uitgestrekte landerijen aan weerszijden van de Leie. In Wervik en zijn centrum. In Komen. En ook in Menen waar nu nog altijd sprake is van het park van Oosthove. Allemaal gelegen binnen de kasselrij van Ieper. Oosthove houdt op zijn beurt de controle over een reeks van achterlenen. Omvangrijke gebieden in de Westhoek: in Zarren, Zandvoorde, Reningelst, Handzame, Staden en in Dikkebus.

De heren van Nevele bezitten ook nog de heerlijkheid Cruys die ook wel ‘de splete ter Kruisse’, genoemd wordt. Het oude Kruiseke? De Leie maakt van Wervik letterlijk en figuurlijk een grensgeval. Wat niet tot de kasselrij van Ieper behoort, is allemaal leengebied van de heerlijkheid Blaton-Linselles die volgens Roelandt als ‘Les Franchises’ betiteld wordt. Die heerlijkheid is zelf een leengebied van het kasteel van het Henegouwse Leuze dat zich in de vroege middeleeuwen binnen het Duitse Rijk bevindt.

Dit is een fragment uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 5
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.