Als Allerzielen zachte begint, volgt er al zere regen en wind.
November is de kleinzeune van september, de zeune van oktober en de voader van de winter.
Oktober nat en koele, de winter zochte en zwoele.
Houd’n de bomen hun blaren lang, wees dan voor een strenge winter bang.
Gift de herfst veel mist en neveldoagen, in de winter zal de sneeuw u ploagen.
Op Lichtmis en is er geen vrouwtje zo arm of het maakt de koekepanne warm.
Na de lange winter verzuchten de mensen naar de eerste deugddoende lentedagen. Ze zijn er nog schaars en daarom worden ze zo zorgvuldig opgeteld.
’t Nazomerken van Allerheiligen en kan voor den winter niet beveiligen. (De nazomer, of S. Michielszomer.)
Sinte Marlijn | vuer en warme wijn!
De misse van sinte Merten brengt ons den winter dikwils herte.