Tussen Woemen, Eessen en Dixmude staat in de 13de eeuw een vrouwenklooster dat de naam […]
Diederik V, sinds kort de nieuwe burggraaf van Dixmude, krijgt in 1127 te maken met […]
In 1380 revolteren de Brugse textielarbeiders tegen de adel. Ze worden daarvoor op het matje […]
Dinsdagmorgen, rond 6u30, verliet Albert Ligneel, konijnenkoopman zijn woning op Merkem dorpsplaats en hij reed […]
Aan de IJzerdijk ter hoogte van de ‘hoge brug’ bij de herbergen ‘het Fort’ en ‘De Kroon’, was er nog een concentratie van enkele huizen. Met zijn ± 633 inwoners op 843 ha, meer dan viermaal de oppervlakte van Diksmuide, kon men Kaaskerke toen dun bevolkt noemen.
8 augustus 1380. Opperbaljuw Goossen De Wilde wil de Brugse wevers straffen die op 30 mei de zijde hadden gekozen van de Gentenaars. Ze zijn volgens hem medeverantwoordelijk voor het aangerichte bloedbad aan de Vrijdagmarkt en verdienen een sanctie omwille van hun weerspannigheid.
De hoogten van Terrest en van de de Kaaiaard zijn bekleed met keivelden (silex of vuursteen, koppekeien). Die silexen werden ter plaatse bewerkt, wat blijkt uit de splinters die daar lagen. Ook moeten bewerkte silexen overgebracht geworden zijn uit Henegouwen (Spiennes).
De burggraaf van Dixmude is een diepgelovig man. In die tijd geloven de mensen er rotsvast in dat ze met de schenking van geld en voordelen hun hemel kunnen kopen. Diederik VIII van Dixmude doet in elk geval flink zijn best.
Dinsdagnamiddag rond 15u30 werden we opgebeld uit Woumen en onze correspondent vertelde ons door de telefoon: ‘Er is hier een vliegmachine neergevallen: ’t vloog al brandend in de lucht; het brandt nog, als nog wil komen zien.’ Tien minuten later waren we weg in de auto.
Vrouw Leonard Treve te Woumen had 1160 frank in bankbiljetten ontvangen in in de beurs van haar voorschoot verborgen. De som moest dezelfde dag onder andere personen verdeeld worden.
Tot aan de oorlog 14-18 waren de oude sluizen te Nieuwpoort aan de monding van de Ijzer veel te smal om in tijden van aanhoudende stortregens het water van Ijzer en bijriviertjes tijdig te kunnen slikken. Dikwijls in maart-april, ook al eens in september-oktober, altijd zeker in de winter bij het smelten van de sneeuw, zette de Krekelbeek geheel de vlakte onder water tussen Diksmuide, Esen, Zarren, Handzame, Werken en Vladslo; een blanke zee!
Zeere te wapen’, roept de graaf, maar die van het Vrije kunnen wel eens traag van reactie zijn, schrijft Olivier van Dixmude. Lodewijk zit al goed en wel en zwaar bewapend op zijn hengst en trekt met die van Brugge te velde. ‘Zy quamen buuter de stede van Dixmude ende batelgierden an beeden zyden van de straete, ende scoten bussen in de rechte straete daer die van Ghent quamen.’ De opstandelingen zijn verrast door de plotse uitval van de graaf en roepen ‘velt, velt’, maar tijd om te vluchten in de velden is er niet meer. Ze worden compleet overrompeld. Wat nu volgt is een bloedbad.