Diederik V, sinds kort de nieuwe burggraaf van Dixmude, krijgt in 1127 te maken met de moord op zijn graaf. Karel de Goede wordt op 2 maart, na een samenzwering, in Brugge vermoord. Daders zijn de families Erembald en Vander Straeten die de huurmoord laten uitvoeren onder de leiding van de machtige proost Bertulf Erembald. Hebzucht en de strijd om de macht zijn de drijfveren. Intriges alom. Karel de Goede wordt in Brugge vermoord in de St Donaaskerk, nadat hij tijdens een hongersnood de graanzolders van kooplieden heeft laten openbreken om de hongerige Vlamingen aan eten te helpen.
De graaf laat geen kinderen na en bezit alleen verre Deense bloedverwanten. Wie moet hem nu van rechtswege opvolgen? Het Vlaamse land dreigt zich abrupt in een anarchie te storten. Er wordt aanvankelijk wat getreuzeld maar uiteindelijk komen de allerhoogste edellieden van het graafschap bijeen. Het wordt onmiddellijk duidelijk dat de Vlaamse edelen onderling diep verdeeld zijn. De Bruggelingen koesteren een diepe haat tegen de heren Vander Straeten en het geslacht Erembald dat zich vanuit het lijfeigenschap heeft weten op te werken tot ‘incontournable’ in Vlaanderen.
Althans tot op het moment van de moord op de graaf. De proost Bertulf vormt met al zijn neven in Vlaanderen zowat de grootste macht na de graaf. De macht van het steenrijke geslacht van Erembald is buitengewoon groot. Ze bezitten de burggraafschappen in Sint-Winoksbergen, St.-Omaars en Brugge en daarbij nog een eersterangs heerlijkheid in Vladslo. Het hele gebied ten noordwesten van Brugge staat onder hun invloed en controle. Allen hebben ze hun wortels en hun achterban in de kuststreek. Vooral hun thuisstad Veurne en Veurne-Ambacht onderhoudt nog steeds nauwe betrekkingen met de Erembalds. Ook Ingelram van Eessen behoort tot de Erembald-clan.
Karel de Goede was voor zijn dood niet de enige vijand van de Erembalds. De heer van Dixmude, Diederik V, en de mensen van het woud, het woud van Houthulst, koesteren een diepe wrok tegen de Erembalds en leven in grote vijandschap met die van Veurne-Ambacht. Waarom die vijandschap tussen Veurne en Dixmude? Wie zal het zeggen? Maar dat Diederik V van Dixmude door heel het verhaal heen de meest standvastige vijand is van de Erembalds, lijkt duidelijk. Diederik vindt in Rijkaard van Woemen, de man van het woud van Houthulst, een loyale en trouwe bondgenoot.
Gaat het hier om een oeroude afkeer tussen de lieden van de zeekant en de mensen van het woud? Die hevige vijandschap zal de Erembalds uiteindelijk zuur opbreken. Kort na de moord op graaf Karel breekt de tijd van vergelding aan. Diederik V van Dixmude en Robrecht van Woemen vertrekken met een groot aantal edelen naar Brugge om er af te rekenen met de clan Vander Straeten. Zij zijn verantwoordelijk voor de laffe aanslag. Bij de moord is eveneens hun welbekende buur en verwant Ingelram van Eessen betrokken. De moordenaars en hun aanhangers worden binnen de kortste tijd belegerd aan de St.-Donaaskerk en aan de burg van Brugge.
De klopjacht op de moordenaars wordt ingezet. De heren van de respectieve heerlijkheden vangen de strijd aan met hun vazallen en alle beschikbare weerbare mannen. De kronieken geven het duidelijk aan: ‘de elfde maart, vrijdag, kwam Daneel, een van de pairs van het rijk en iemand die voorheen, voordat de verraderlijke aanslag op de graaf plaatsvond, nauwe vriendschapsbanden onderhield met de proost (Bertulf Erembald) en zijn neven, haastig toegesneld naar het beleg, in gezelschap van Rijkaard van Woemen, Diederik, burggraaf van Dixmude en Walter, bottelier van de graaf. Elk van die leiders was met zijn voltallige krijgmacht komen opdagen om de moord op de graaf, zijn heer, te wreken.’
De wraak van Diederik en zijn metgezellen is verschrikkelijk. De burcht waar de samenzweerders zich verschuilen, wordt in brand gestoken. Onder hen bevindt zich Ingelram van Eessen. Proost Bertulf, leider van de samenzweerders, vlucht naar Keiem. Naar de hoeve van zijn kompaan Bosschaert. Van daar trekt hij, opgejaagd als een wild everzwijn, naar Veurne en Waasten. In Ieper wordt hij ten slotte gegrepen en opgehangen. Diederik vindt bij het bestormen van de burcht in Brugge nog een samenzweerder. Gijsbrecht. De man besterft het letterlijk en figuurlijk van de schrik.
Van Beveren bindt de sukkelaar vast aan de staart van zijn paard en sleurt zijn lichaam in een slijkput. Ingelram van Eessen vlucht naar het Duitse Mannheim, waar hij gevat en gevonnist wordt. De strijd voor de opvolging van Karel de Goede moet nu alleen nog maar beslecht worden! En dat is geen eenvoudige oefening. De Franse koning, opperleenheer van Vlaanderen, moeit zich met deze staatszaak in zijn leengebied. Hij stelt Willem Clito, die van Normandië, aan als nieuwe graaf. De steden hebben elk zo hun eigen mening over de keuze van de aan te stellen graaf. Ze voeren onderling een felle actie ten gunste van hun kandidaat.
Burggraaf Diederik V van Dixmude en zijn verwanten erkennen Willem Clito, maar de stad St.-Omaars ziet Arnold, een neef van de vermoorde Karel de Goede, meer zitten. Dat terwijl Atrecht Boudewijn van Henegouwen als graaf kiest. De Gentenaars verkiezen Diederik van den Elzas. De Bruggelingen willen op een bepaald moment zelfs de graaf van Holland op de troon plaatsen. Ieper blijft de hele tijd trouw aan Willem van Loo, een bastaard uit het Vlaamse huis. Ook Rijsel, Aardenburg, Aire en Oudenaarde hebben zich krachtdadig voor de ene of de andere kandidaat uitgesproken.
De steden verkiezen na verloop van tijd Diederik van den Elzas. Maar die keuze heeft veel voeten in de aarde. Het feit dat Willem van Normandië uiteindelijk zal sneuvelen, zal de keuze ten slotte vergemakkelijken. Diederik van den Elzas wordt in 1128 de nieuwe graaf van Vlaanderen. In dat zelfde jaar 1128 overlijdt Diederik V. Op dat moment heeft hij al een zoon (Diederik de zesde, wie anders?) van 38 jaar. Om onduidelijke redenen echter wordt een zekere Bertulf als nieuwe heer van Dixmude benoemd.
Deze Bertulf wordt niet ‘van Beveren’ genoemd. Wanneer Bertulf kinderloos in 1139 sterft, komt het burggraafschap over Dixmude uiteindelijk dan toch in handen van Diederik VI van Beveren. De heer van Dixmude is trouwens ook recent aangesteld als graaf van Aalst. Diederik VI zal het tot in 1174 uitzingen. Hij wordt in Aalst, Beveren en Dixmude opgevolgd door zijn zoon Diederik VII (1125-1195). De heren van Dixmude houden prima relaties aan met de abdij Ter Duinen en de abdij van Sint-Winoksbergen. In 1121 schenkt Bertulf meerdere Dixmudse eigendommen aan Ter Duinen. Diederik VI schenkt bij zijn dood in 1174 een jaarlijkse rente van 6000 palingen aan Ter Duinen. Hij wordt er trouwens begraven.
Met de dood van graaf Filips van den Elzas in 1191 breken troebele tijden aan. Er ontstaan onlusten waarbij de graaf van Henegouwen en de koning van Frankrijk zich gaan bemoeien met het Vlaamse leengebied. Diederik VII mengt zich in de strijd omdat ook één van zijn eigendommen, het graafschap van Aalst, er bij betrokken wordt. Hij maakt in die jaren een aantal verkeerde keuzes door onder andere aan de kant te gaan staan van de graaf van Namen. De relatie met de graaf van Vlaanderen is zodanig verziekt, waardoor hij in 1195 uit Vlaanderen wordt gebannen.
Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek


