Anno 1768, op de 26ste maart, wezende dag dag van Palmzondag, was er binnen Ieper op de korenmarkt een groot tumult. Veroorzaakt door enige Franse handelaren die het koren opkochten waardoor de prijzen kwamen te rijzen tot ongeveer 24 pond per zak. Deze Franse opkopers hadden menigvuldige boeren uitgekocht voor een permisse schelling om op de markt te gaan kopen, de ene een zak, de andere een halve, of een spint enzovoort onder het mum dat het voor hun gezin was.
Ze moesten al dat koren dragen in een bakkerij of een herberg van waar het met hele wagens uit de stad werd gevoerd. Wanneer de burgers dit bedrog opmerkten hebben ze met honderden tegelijk tumult gemaakt en namen ze al het koren weg dat de boeren met zich meedroegen. Een van de zogezegde opkopers werd door het gemeente schromelijke meegesleurd, geslagen en gestampt.
Mijnheer Jan De Gheus die toen voogd van de stad was en andere heren zagen zich genoodzaakt om met boodschappers en dienaren overal controle te houden om het gemeente te kalmeren. Dat gebeurde in al de aangewezen huizen waar er volgens de mensen koren opgestapeld lag. Zo hebben ze in de aanwezigheid van de voogd en de andere heren het verborgen koren uit de herbergen, bakkerijen en andere woningen weggehaald, sommigen haar hun huis, anderen elders.
Ja het kwam zover dat het gemeente alle wagens doorsnuffelde welke door de Mesenpoort naar buiten wilden rijden. En als ze daar ook maar enig koren aantroffen trokken mannen en sloegen de Ieperse mannen, vrouwen en jongens de zakken van de wagen die terstond werd geplunderd. Het tumult was zo groot dat men zelfs de deuren van de Mesenpoort heeft moeten sluiten zodat er geen wagens meer zouden kunnen wegrijden.
In dit jaar was het binnen Ieper zo een geweldig duur leven dat een pond boter verkocht werd voor 10 à 11 stuivers, de aardappelen 2 à 3 voor een oortje en alle andere eetwaren navenant. Na deze rellen kocht het magistraat een grote partij koren welke op het stadhuis werd verkocht, in kleine maten tot 21 pond per zak.
–
Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ – werk in opbouw


