banner
mrt 8, 2020
1933 Views

Van de Hallebast tot in Belle

Written by
banner

Naast de afwerking van mijn boek 10, werk ik nu al anderhalf jaar onverdroten verder aan mijn volgend project. Genaamd: ‘De Grote Kroniek van Ieper’ waarbij ik alle getuigenissen en geschriften uit de Ieperse geschiedenis in chronologische volgorde ga bundelen. Van bij het ontstaan van de stad tot in het jaar 2000.

Om jullie een gedacht te geven van de omvang van mijn nieuwe klus kan ik misschien even meegeven dat ik nu eigenlijk al twee boeken van 750 bladzijden heb neergeschreven en dat ik er zelfs nog geen flauw idee van heb wanneer ‘De Grote Kroniek van Ieper’ ooit in de etalage van de boekenzaak zal liggen.

Een voorzichtige schatting zou wel eens einde 2022 kunnen zijn, maar dat kan net zo goed een jaar later worden. Ik heb vermoedelijk nog geen 30% van de weg afgelegd en heb er trouwens ook nog geen idee van welk formaat ik zal kiezen en of ik al dan niet met illustraties en foto’s ga werken.

Om jullie volgers een (voorlopig) idee te geven van wat jullie mogen verwachten, alvast een voorproefje. Een fragment dat betrekking heeft met de eerste gedachten over de aanleg van de Dikkebusseweg.

—-

Anno 1841, op de 27ste maart, was er volop sprake van een eventuele aanleg van een weg van Ieper naar Belle. En daarvoor werd er door de gemeenten van Dikkebus, Reningelst, Loker en Westouter een petitie ingediend die de Ieperse politieke instanties moesten overtuigen. Het was de bedoeling om Ieper met een steenweg te verbinden met Belle en tezelfdertijd met de Franse verbindingsweg tussen Duinkerke en Rijsel.

Volgens de petitie was deze weg een absolute noodzaak omdat alleen de zuidwestelijke kant van Ieper niet beschikte over een degelijke baan. De ruimte tussen de wegen naar Poperinge en die naar Mesen toonde een grote blanco ruimte.

Daarbij mocht geen rekening gehouden werden met de kleine weggetjes naar Reningelst, naar de ‘Plas’, die een beetje gelijkaardig waren met die naar Pilkem, Langemark, Beselare, Zillebeke en naar het gehucht van de ‘Verbrande Molen’ omdat die alleen maar dienst deden om het verkeer tussen die plekken en Ieper toe te laten.

Van die grote wegen zoals die naar Menen, Mesen of Poperinge hing de toekomst van onze handel af. De nieuwe weg tussen Belle en Ieper zou bovendien een heel interessant tolkantoor kunnen betekenen en heel wat extra vreemdelingen kunnen aantrekken. Iets wat nu bewezen werd door het verkeer dat zich nu al een weg zocht ondanks deze moeilijke en gebrekkige omstandigheden.

Maar in de wintertijden zou dat verkeer de onderlinge wegverbindingen tussen de dorpen onderweg helemaal vernielen. Daarbij verwezen ze uitdrukkelijk naar het gehucht van De Klijte dat al jaren bewezen had over een extreem moerassige bodem te beschikken waar zijn naam dan ook expliciet verwees.

De nieuwe steenweg zou de inwoners van Dranouter, Loker, Westouter, Reningelst en zelfs een groot deel van Kemmel in een gemakkelijke verbinding met Ieper en Belle stellen wat een enorme vooruitgang in hun handel en landbouw zou teweeg brengen. En ook Dikkebus zou meegenieten van deze voordelen en wat zou de nieuwe weg niet bijbrengen voor onze kwijnende foor?

De stad Belle vertrouwde er dan ook op om te verbroederen met Ieper en de Fransen zouden instaan voor hun deel van de weg tot aan de Douve. De rest zou natuurlijk op kosten van de Belgen komen. Het zou er nu op neerkomen om de weg die nu loopt tot aan de Hallebast verder te verlengen tot aan de grens. Een kost die wel zou meevallen aangezien het traject tussen Ieper en de Hallebast nu al met kasseien was voorzien.

De kosten van de nieuwe weg werden geraamd op 270.000 frank. Van dat bedrag zouden Dikkebus, Reningelst, Dranouter, Loker en Westouter een deel voor hun rekening nemen.

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *