banner
sep 12, 2025
63 Views
Reacties uitgeschakeld voor Vandalisme in Veurne-Ambacht

Vandalisme in Veurne-Ambacht

Written by
banner

Bij het hof in Brussel kunnen ze niet lachen met het vandalisme in Veurne. Wat heeft hen hier bezield om een van hun kerken zo maar te laten beroven door een handvol crapuul? Eigen schuld, dikke bult. En waarom hebben ze de beeldenstormers niet opgepakt en berecht zoals dat hoorde? De wacht wordt in elk geval flink opgedreven. Het magistraat vordert nu noodgedwongen alle burgers op om getrouwheid te zweren. ‘Trouw aan de koning, de opperhoofden van de stad en aan onze moeder de heilige kerk.’

Er wordt een lijst opgesteld van gezworen mannen die bekwaam zijn om wapens te dragen. Met zijn vierhonderd zijn ze, een mengelmoes van ambachtslieden en ander jong volk die nu de stad van verder onheil zal beschermen. Bij het magistraat zelf worden enkele hoofdmannen geselecteerd. Die krijgen elk een deel burgerwachten onder hun bevel, elk met een aantal locaties die voortaan zullen moeten bewaakt worden. Van zodra de klokken alarm slaan moeten ze zich haasten naar hun toegewezen plaatsen. Wie dat niet doet mag zich aan een ferme boete verwachten.

De toestand in Veurne-Ambacht is tegen die tijd al te omschrijven als precair. De heretiekers richten overal te lande grote malheuren aan. Hun voornaamste doelwitten zijn kerken en kloosters en de plekken waar een vleugje katholiek geloof kan worden opgesnoven. De woningen van de priesters bijvoorbeeld. Honderd Veurnenaars worden in allerijl naar de kasselrij gestuurd om er bijstand te verlenen en de roofpartijen waar mogelijk te verijdelen. De hulptroepen worden ingedeeld in drie groepen onder de leiding van hoogbaljuw Louis de Loueuse, de landhouder van de commune, William van Coornhuse en de stedehouder van de baljuw Joris Mattaert.

Ik mag zeggen wat ik wil maar de bestuurders van Veurne spelen het spel correct. Nog voor ze zullen ingrijpen op het platteland gaan ze nog even op bezoek naar Hondschote. Die ‘ze’ zijn keurheer Martin Pierin en meester Gilles Blomme. Een meeting bij Sebastiaan Matte. Die gaat door op 20 augustus. De minister wordt van de Veurnse plannen op de hoogte gebracht. ‘Er komen grote problemen van als Matte zijn geloofsgenoten niet kan overtuigen om zich vreedzaam te gedragen. De geuzen mogen niemand schade berokkenen en moeten dringend ophouden met het beroven van geestelijken.’ Ze eisen een document van Sebastiaan dat hij zijn gezellen aan de justitie zal overleveren als ze zich niet kalm houden.

‘Jullie moeten zich niet inhouden’, reageert Matte. ‘Wie rooft en kwaad doet mogen jullie gerust oppakken en berechten.’ Maar hij verzoekt wel om het eigen volk van zijn stad Hondschote aan hem persoonlijk uit te leveren en niet aan het gerecht.’ Hier zullen we zelf de nodige correcties doen die we willen. Ik wens er zelf aan mee te werken zodat er goede en verstandige vonnissen zullen worden uitgesproken.’ In één adem vertelt hij er bij dat er geen sprake kan zijn van terdoodveroordelingen. Vermaningen moeten volstaan. De eigen boosdoeners moeten met sermoenen op het rechte pad gebracht worden. Conform de leer van de ‘Heilige Schrifture’.

De volgende dag begint de razzia doorheen de kasselrij van Veurne-Ambacht. De streek wordt in betrekkelijk korte tijd gezuiverd. Hier en daar wordt een schurk opgepakt en de rest wordt verdreven. De geuzen van hun kant zijn ondertussen absoluut niet tevreden met de manier waarop ze aangepakt worden. Vooral de wetenschap dat hun ministers niet meer mogen en kunnen preken vinden ze een brug te ver. Jan Denys, een zeer krachtdadig en oproerig man uit Roesbrugge, krijgt de opdracht om een eigen militie uit te bouwen met het doel om de ministers en hun aanhang beter te beschermen. Blijkbaar is dat niet zo moeilijk. De inwoners ter plekke outen zich massaal als calvinisten en zijn bereid om hun geloof met hand en tand te verdedigen. Zo wordt een leger uitgebouwd met jonge mannen van Roesbrugge tot Hondschote. Het eerste officiële leger van de andersgelovigen in de Nederlanden.

De officiële instanties van Veurne-Ambacht brengen de graaf van Egmont stante pede op de hoogte van de bewapening van de geuzen en verzoeken hem om gepaste maatregelen te treffen. Ik moet er nog bij vertellen dat vooral de lokale edelen in de Westhoek zorgen voor de financiering van het geuzenleger. Hoe meer de abdijen bloeden, hoe meer er opportuniteiten te verwachten zijn. De wetenschap dat ze de gewone mensen voor hun kar spannen maakt me misselijk. Vooral de wetenschap dat ze zonder scrupules misbruik maken van het alternatief geloof stoot me voor de borst. De mensen opnaaien met opstandige gevoelens en die nog financieren ook. Adel en plebs verbinden hun lot aan elkaar. ‘En zo vermeerderde het getal van hun aanhangers dagelijks. In zover dat de hertogin van Parma begon te vrezen voor een algemene oproer.’

De hertogin besluit om zich wat toleranter op te stellen. Na advies van de voornaamste heren van het land besluit ze de vrije uitoefening van de religie alsnog toe te laten en de inquisitie af te schaffen. Zolang de mensen zich niet zouden opstellen tegen de koning en zijn wetten. En vooral dat ze een einde zouden maken aan het bederf en de roofpartijen in kerken, kloosters en kapellen en dat ze zouden meehelpen met het straffen van beeldenstormers en kerkbrekers. Het spreekt vanzelf dat ook de geestelijken met rust moeten worden gelaten. Calvinisten mogen preken maar dan niet op plekken waar er voordien katholieke diensten werden gegeven. En verder mag niemand zich bij dergelijke bijeenkomsten wapenen en wanorde veroorzaken.

Op 29 augustus 1566 ontvangen die van Veurne en Veurne-Ambacht enkele brieven van Egmont waarbij de beslissingen van Margaretha van Parma uit de doeken worden gedaan. Met daarbij zijn verzoek om die officieel te verkondigen. Het nieuws zorgt voor grote blijdschap onder de geuzen. Gezanten van stad en kasselrij haasten zich tot bij de ministers om hen plaatsen aan te wijzen waar preken mogen plaatsvinden en waar de geuzen hun eigen tempels mogen bouwen.

De geuzen verliezen in elk geval geen tijd om van de voordelen van de nieuwe wet te profiteren. Ze beginnen aan de bouw van een tempel op de parochie van Sint-Rijkers. Op een locatie niet ver van de herberg ‘Het Haentje’. In de buurt van café ‘De Hagedoorn’ te Roesbrugge komt er ook een godshuis. Verder nog een in Elverdinge en enkele andere in de ‘Acht Parochies’. Pauwel Heinderycx verwondert zich over de snelheid waarbij de nodige fondsen worden ingezameld om al die gebouwen neer te poten. Het geld wordt opgehaald tijdens de sermoenen. De eigen aanhang zou zijn laatste stuiver uitgeven om hun religie vooruit te helpen. ‘Zo groot was de hardnekkigheid van de geuzen.’ Hoeveel de edelen bijdragen is koffiedik kijken.

‘Ondertussen begonnen de ministers overal het officie van pastoor te bedienen, dopende de nieuwgeboren kinderen, de huwelijken doende en begravende de doden.’ De katholieke priesters staan er bij en kijken er naar. Hoe hadden ze ooit kunnen denken dat hun onaantastbaar statuut, een cadeau van de paus nota bene, zo zou kunnen gaan wankelen? Hun wrok tegenover de nieuwgezinden zal groot zijn. Maar hetzelfde mag echter ook gezegd worden van de calvinisten. In plaats van zich te beperken tot de uitoefening van hun eigen religie, blijven sommigen zich hardnekkig revancheren op de katholieken. Dwaze kortzichtigheid is het. De geuzen vragen werkelijk om problemen.

Lees maar: ‘ondanks het feit dat de leiders van de geconfedereerden geaccepteerd hadden dat de geuzen niet langer beelden mochten breken en dat dit desnoods met geweld zou belet worden, liepen er nog veel naar de kerken op zoek naar overblijvende heiligenbeelden. En ze wierpen die in stukken. Ja, de minister zelf, genaamd Pieter Haezaert, waagde het om op 10 september 1566 aan het hoofd van tweehonderd man naar Veurne te komen en dan te gaan preken in Wulpen. Dat werd hem echter geweigerd en toen vonden ze er niet beter op dan zich tussen Veurne en Wulpen uit te leven aan kerkbraak en sacrilegie.

Op dezelfde tijd werden er grote inbraken gepleegd door kwade inwoners in de kerken van Houthem, Izenberge, Wulveringem, Vinkem en de andere parochies van de kasselrij. Het klooster en de kerk van Eversam werden eveneens verwoest en gebroken door een bende kerkbrekers onder de leiding van Jacques Mormentin van Roesbrugge.’ Die laatste wordt door de schrijver getypeerd als een grote booswicht.

De maatregelen die Veurne neemt worden stipt gebrieft aan Egmont de gouverneur van Vlaanderen. Ze klagen steen en been dat de geuzen zich niet aan de afspraken houden die de geconfedereerde heren gemaakt hebben met mevrouw van Parma. De graaf reageert door enkele leiders van de calvinisten bij zich te roepen. ‘Als jullie niet ophouden met het beroven van kerken dan zal ik me verplicht zien om de vrije uitoefening van het alternatief geloof weer in te trekken.’ De magistraten in Veurne krijgen de opdracht om beeldenstormers en kerkbrekers zonder pardon op te pakken en hen conform de plakkaten te berechten. Van dan af aan gaan de geuzen zich wat gedeisder opstellen.

Dit is een fragment uit Boek 7 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 7
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.