banner
mrt 19, 2019
1815 Views

Een verdacht briefje op zak

Written by

31 juli 1579. De laatste levensdag van Mathieu Hoves, een 18-jarige jongeling uit het vendel van de kolonel en de hoogbaljuw. De jongen is afkomstig van Wulveringem.

banner

31 juli 1579. De laatste levensdag van Mathieu Hoves, een 18-jarige jongeling uit het vendel van de kolonel en de hoogbaljuw. De jongen is afkomstig van Wulveringem. Samen met nog vijf andere soldaten hebben ze een boerin ontvoerd uit haar hofstede in Kemmel. De vrouw van vijftig werd daarbij bestolen dat het geen naam heeft. Na Hoves’ bekentenis wordt hij voor het bezant opgeknoopt. Een dag later is de dood van deze soldaat al vergaan tot een fait divers in de geschiedenis van de Westhoek.

Nieuwe verwikkelingen op 1 augustus eisen al direct mijn aandacht op. In de vooravond worden er Waalse ruiters gesignaleerd omtrent Bikschote en er onderschept door de Schotten van Roeselare die meteen in de achtervolging gaan. Kapitein Baelde is al lang terug bij zijn positieven na zijn desastreus avontuur. Dit lijkt hem een geschikt moment om wraak te nemen op de vijand. Hij en zijn ruiters vertrekken spoorslags in de richting van de vluchtende Walen. Drie vendels voetknechten volgen in zijn spoor. Tijdens de afwezigheid van Baelde en zijn mannen nemen de burgers van Ieper de wacht van de stadsmuren op zich. Baelde komt echter rijkelijk te laat, zijn revanche zal niet voor vandaag zijn, de Walen zijn gelukkig wel nog in aanvaring gekomen met de landweer waarbij ze zeker tien paarden kwijtspeelden.

2 augustus 1579. Thuyndag. We proberen er met zijn allen een beetje de typische Thuyndagsfeer in te brengen, maar of dit goed lukt is een andere kwestie. Ondertussen wordt er sterk gewaakt en daarbij gekletst en geroddeld over het al dan niet afsluiten van een vredesverdrag. De Spanjaarden bevinden zich met een omvangrijk leger in het land van Aalst en Vilvoorde waar ze bijstand krijgen van de graaf van Egmont. In Ronse gaat het er lelijk aan toe, veel huizen verbrand en veel dode Gentenaars en in Mechelen organiseren ze precies een opendeurdag voor de Spanjaarden. Brussel houdt de zijde van de malcontenten, de Walen voor wie het nu nog niet mocht weten.

Diezelfde Walen regeren over de streek van Ieper. Onze stad vormt de grote uitzondering. De landlieden slagen er in om met deze schizofrene situatie te leven. De oogsttijd is aangebroken en de boeren kunnen hun opbrengsten zonder al te grote overlast binnenhalen. Egmont en De Lamotte zijn volop in de weer, de Schotten bewaken Duinkerke en zullen vermoedelijk ook ingezet worden in Bergen. In Gent heerst er een venijnig crisissfeertje. De ene muiterij volgt de andere. Ryhove is met de noorderzon verdwenen en zijn gewezen kompaan Hembyze zet de stad weer naar zijn hand. Hij krijgt daarbij de hulp van de wevers, veel andere ambachtslieden vragen niet liever dat hij een kopje kleiner zou worden gemaakt.

Willem van Oranje moet ingrijpen, komt eerst naar Antwerpen en Dendermonde om vervolgens orde op zaken te stellen in Gent. Augustus 1579 is in alle geval een hectische maand voor heel Vlaanderen. In Ieper wordt een lijst opgesteld van poorters die zaken willen doen met de steden waar de Walen aan zet zijn. Het wordt in elk geval moeilijk om te verkopen. Op boter, kaas, haring, vis, wijn en andere eetwaren eisen de malcontenten tussen de 30 à 40 percent taksen. Vooral in Rijsel tonen ze zich wel erg gulzig.

Begin september 1579. Prins Willem van Oranje bezoekt Brugge om daar een nieuwe bewindsploeg te installeren. Het was wel nodig dat hij zich daar liet zien. Men bazuint rond in Ieper dat hij op weg is om hetzelfde te komen doen hier bij ons maar de Hollander vindt de Ieperlingen niet eens de moeite waard om een omweg te maken. Tijdens die eerste septemberdagen krijgt Poperinge het bezoek van ruiters uit de vendels van De Lamotte. Ze komen van Menen en Wervik. Tien Poperingse wethouders worden opgepakt. Ze hebben zich te weinig geprofileerd en het zelfs op een akkoord met de Walen gegooid. Ze worden overgebracht naar Menen. Hondschote wordt overvallen door tweehonderd ruiters, ook al volk van De Lamotte. Vijftig woningen worden beroofd. Ieperse paarden worden her en der aan de Leiekanten scheefgeslagen en onder trompetgeschal aan de meestbiedenden verkocht.

8 september 1579. Dinsdag, eerlijk gezegd, ik raak helemaal de tel kwijt met de dagen. Een ruitersbrigade van Ieper pakt een lokale lekenbroeder op buiten de stadsmuren. De man heeft een verdacht briefje op zak. De stakker wordt onmiddellijk naar het centrum gebracht en verder doorgelicht. Het briefje moet doorslaggevend bewijs bevatten. Even later wordt er algemeen alarm geslagen. De poorten gaan allemaal dicht. Bij de militairen heerst er grote animositeit. De burgers weten niet wat ze er over moeten denken. Tot verscheidene Ieperlingen opgepakt worden. Ze worden ervan verdacht om samen te spannen met de Walen, daarom wordt er zo paniekerig ingegrepen. Het algemeen alarm weerklinkt rond 16u, ruiters en soldaten zwerven rusteloos en geagiteerd rond. De burgerij van de stad maakt zich grote zorgen. Een aantal van de opgepakte burgers wordt na een ondervraging van twee uur weer op vrije voeten gesteld.

Er blijven drie verdachte burgers over. Bernaert Byckman, Marx de Quycke en de pachter Paulus de Quycke samen met zijn vrouw. Vier dus, ik tel zijn madam er ook bij, plus natuurlijk ook de lekenbroeder die het boterbriefje aan het binnensmokkelen was. ’s Anderendaags worden de poorten haast niet opengezet. De verdachten worden gepijnigd en gemarteld en ondertussen horen we hier en daar geruchten dat de Walen grote verkenningsronden aan het uitvoeren zijn in de dichte buurt.

De 11de september gaat het verhoor en de pijniging van de gevangenen verder. Ze weten veel meer dan ze laten uitschijnen, zoveel is zeker. Aan de zuidkant van de stad wemelt het van de Walen, precies zoals dat zes weken geleden het geval was. De malcontenten lijken wel hier hun boodschappen te komen doen. Het vangen van mensen is nog nooit zo erg geweest. Het volk van De Lamotte zou naar verluidt opgedoken zijn in Lo waardoor het vendel van kapitein Pnesen rond middernacht de Elverdingepoort verlaat om zich naar daar te begeven. De volgende dag riskeren de Walen zich nu tot aan het kruis buiten de Mesenpoort waar ze paarden en poorters vangen en landlieden verwonden. De ‘protestantse’ Ieperlingen lijken wel op een eiland te wonen te midden een zee van ‘katholiek’ geweld en willekeur.

Guillaume de Quycke wordt op borgtocht vrijgelaten, de belastingen op de verkoop aan Waalgezinde steden wordt nog verder opgedreven, elk pond boter is nu al goed voor een stuiver taks waardoor de verkoop ervan stilvalt. Broerke de lekenbroeder, alias Basilius Camerlinck, Marx de Quycke en Bernaert Byckman worden op de avond van de 12de nog eens bovenaan de lakenhalle gebracht waar ze aan een nieuwe martelsessie onderworpen worden. De heren van de wet willen een en ander te weten komen en aarzelen niet om de limieten van het menselijk weerstandsvermogen op te zoeken. Op 14 september wordt de geseling verder gezet.

‘Maar wat willen jullie dan wel van ons weten?’ roepen ze in pijn en agonie uit. De bevolking stelt zich diezelfde vraag, van dit drietal kan in wezen weinig gezegd worden, het enige wat de mensen beseffen is de wetenschap dat Basiel, Marx en Bernaert morgen zullen sterven. Rond ‘de Roostere’ wordt een hele bende Walen gesignaleerd waarop een groep ruiters er naartoe rijdt. Ze komen te laat, de Walen zijn de pijp uit. Overal waar ze voorbij komen zwijgen de klokken, daar waar ze de voorbije vijf uur nog op uitdagende manier geslagen hebben.

18 september 1579. Het leger van De Lamotte bevindt zich in Roesbrugge. Het zou gaan om twintig vendels en daar krijgen ze nog de assistentie van de vendels van Sint-Winoksbergen en van Zonnevelt. De inwoners daar zullen het wel geweten hebben. Het hele dorp wordt in lichterlaaie gezet, het landvolk loopt rond als kippen zonder kop terwijl de klokken zonder ophouden hun katholieke serenades verkondigen. Jezus zou zich omdraaien in zijn graf, ik mag nog blij zijn dat hij verrezen is en het van hierboven of ergens anders aan het bekijken is.

Zaterdag 19 september 1579. Rond 9u worden de drie patiënten naar boven gebracht. Toch sinister dat ze hier hun terdoodveroordeelden omschrijven als zijnde ziek of gewond, patiënt, maar daar zorgt de wet dan zelf wel voor. Basilius Camerlinck is geboortig van Brugge, de andere twee zijn afkomstig van Ingelmunster. Rond 10u in de voormiddag brengen ze alles in gereedheid om hen te rechten. Het schavot verrijst recht voor de halle, tegenover de comptoir van de hoogbaljuw. Om 13u is het zo ver. De lakenhalle gaat dicht. Voor de toegangsdeur staan wachters, ondertussen leest de vierschaar de akte van beschuldiging. Niemand weet momenteel wat precies de aanklachten zijn tot er toch enkele spiekbriefjes op de marktplaats belanden. Tijdens de marteling zouden de mannen dan toch toegegeven hebben dat ze hier en daar wel wat verraad gepleegd hebben. Na al die pijnen en tormenten zijn ze gezwicht. Het enige wat hen nu nog wacht is een heel erg pijnlijk afscheid van deze wereld.

Hun straf is barbaars. Ik ben beschaamd om in deze inhumane en wreedaardige stad te wonen. Niet de stad natuurlijk maar wel zijn hardvochtige en tirannieke meesters die dergelijke beestachtige behandeling van mensen van vlees en bloed laten uitvoeren. Ik noteer de wrede details, het lijkt er wel op dat ik met hun bloed aan het schrijven ben. Eerst moeten Basiel, Marx en Bernaert, vastgemaakt op een vlaak en vastgebonden aan paardenstaarten rond de grote markt gesleept worden. Daarbij zien ze alle hoeken van de markt en ongetwijfeld de meeste kleuren van de regenboog. Basiel moet na zijn dood gevierendeeld worden en de vier stukken van zijn lijk zullen demonstratief opgehangen worden aan een schandpaal buiten een stadspoort. Zijn hoofd blijft binnen in de stad en krijgt een plaatsje naast de andere twee hoofden. Natuurlijk die van Marx en Bernaert.

Die twee zullen dus inderdaad ‘onthalsd’ worden en omdat de rechters toch enig medelijden betoonden voor hen, zullen hun lichamen begraven worden. Met uitzondering van hun hoofden die voor de lakenhalle op staven geplaatst worden. Een laatste bizarre glimp van de markt van Ieper anno 1579 zullen de drie sukkelaars niet meer te zien krijgen. Daarvoor zijn ze te dood. En zo is er gerechtigheid gekomen, de rechters maken hun borst nat dat ze goed voor ons hebben gezorgd.

‘Zal wel’, denk ik, ‘menen ze dat nu echt serieus?’ Broeder Basilius stierf terwijl hij dankbare bedankingen schreeuwde naar de Heer en onder de belijdenis van zijn zonden. Ook Marx heeft God bedankt en nog geroepen aan de mensen dat ze deugdzaam moeten leven, en ook Bernaert is tijdens zijn laatste ogenblikken een vroom man geweest, hij bleef dankbaar tot het einde maar bleef wel hardnekkig vasthouden aan zijn onschuld. Het duurt nog tot 17u vooraleer broeder Basilius ‘gekwartierd’ werd. De hoofden van de slachtoffers zullen pas op zondag op hun staven voor de halle gespietst worden.

Eind september. De Lamotte beitelt zich vast in het noorderkwartier van de Westhoek. Hij laat zowat overal de hoornbeesten wegleiden, zo ook in Lo, maar hijzelf blijft er niet lang. Op maandag 29 september ontstaat er grote deining in Diksmuide. Kapitein Wintershove heeft zich een tijd geleden op subtiele wijze meester gemaakt van de binnenstad hier tot hij eensklaps geconfronteerd wordt met de kwade roep dat er zich Walen zouden bevinden in Diksmuide. Volk van De Lamotte wel te verstaan. Het komt tot zware gevechten waarbij enkele Walen gedood worden of gevangen genomen. Ook buiten de stadsmuren komt het tot enkele confrontaties. Bij ons kan ik ook geen al te best nieuws melden. De pest sluipt rond door Ieper-stad met de eerste dodelijke slachtoffers tot gevolg. Elke dag opnieuw is er sprake van nieuwe pestgevallen in tien à dertien woningen.

10 oktober 1579. Rond 5u in de morgen, het is nog aardedonker, zo vertrekken alle Ieperse ruiters samen met de hoogbaljuw en een vendel knechten richting Elverdinge en Poperinge waar ze een akkoord sluiten met Walen rond het betalen van brandschattingen. Het water moet wel bij iedereen tot aan de lippen staan. De Westhoek kan de druk van De Lamotte niet langer aan en zwicht voor de Waalse eisen om op zijn minst gespaard te blijven van brandstichting en diefstal. Daarmee is de strijd tussen beide religies niet gestreden maar het zal tenminste niet meer zo’n pijn doen. Het stadsbestuur van Poperinge zwicht eveneens, ze overhandigen de 11de de benodigde sommen. Er is wel sprake van de gevangenname van drie of vier Walen. De Ieperse delegatie keert die dag terug naar Ieper. Voor de Elverdingepoort blijven de ruiters vreemd genoeg aan de buitenzijde van de stad wachten.

De wachter boven op de Sint-Maartenskerk slaat alarm. Waarop een grote menigte inwoners zich naar de Elverdingestraat haast. De voetknechten komen op datzelfde moment binnen in de stad en ze stappen een voor een naar hun logeerplekje. De Walen weten dat ze geld mogen verwachten van de Ieperlingen en dat is meteen de reden waarom een groep van driehonderd Waalse ruiters vergezeld van voetknechten zich overnacht komen aanbieden bij de Ieperse stadsmuren. De bende is afkomstig uit de regio van Stavele. Bij het krieken van de ochtend van 11 oktober laten ze zich ongegeneerd opmerken buiten de Boezingepoort, ter hoogte van de vroegere vestingen. Dat leidt natuurlijk tot groot alarm bij de Ieperse residenten. Trompetgeschal, een groepje paardenmannen gaat op verkenning, de poorters reppen zich naar de poorten en verzamelen zich rond ‘de sterfweide’, een plek met een voor wat mij betreft onheilspellende naam.

Veertig ruiters van kapitein Croix, zijn luitenant en nog een vendel soldaten verlaten eveneens de stad. Bij de oude vesten komen ze in aanraking met de Walen. Die zijn duidelijk in overtal. Onze ruiters kiezen het zekere voor het onzekere en zoeken een nieuwe positie in de buurt van de kalkoven. Croix en zijn volk blijven op hun posities op de weide bij de oude vesten. Op dat moment vallen de Walen geweldig aan, onze ruiters slaan nog verder op de vlucht en laten daarbij Croix en zijn mannen in de steek.

Ze zijn geen partij voor de Walen. Onze kapitein wordt gevangen genomen, samen met zijn voetknechten. Zeven mannen zijn gesneuveld en daarnaast worden nog andere soldaten gewond. Bij de gewonden behoort er ook een ruiter. En eveneens een Ieperse burger. De waard van café ‘Het Pauwken’ heeft een houw gekregen van een Waalse ‘coortylesse’, leeft nog wanneer hij in de stad wordt binnengevoerd waar hij korte tijd later sterft en nog diezelfde dag begraven wordt. Bij het gevecht werden ook enkele Walen gedood en die worden door hun eigen kompanen weggebracht.

In Ieper zelf heerst de noodtoestand. De poorters staan met zijn allen met een geweer in de handen. Paniek, bibberende benen, en bange harten. Een halfuurtje later steken de Walen het vuur aan de Schats-overdracht op de Ieperlee. De derde overdracht, die van Mentes krijgt een identieke behandeling en ook de behuizing rond de dichtste overdracht bij de stad is er aan voor de moeite. Nooit tevoren hebben de Walen zoveel schade aangericht als nu het geval is. Rond 10u laten ze ons eindelijk met rust en vertrekken ze met hun gevangenen naar Poperinge.

Uit deel 8 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ (Dagboek van Augustijn)

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *