banner
mei 21, 2021
1236 Views

Schuttersdag op Hill 60

Written by
banner

Anno 1916, op de 16de januari, zondag. Ik beleefde beslist een bewogen eerste dag in de loopgraven. Er was rondverteld dat de Duitsers tijdens het weekend telkens een verse voorraad munitie ontvingen en dat de zondagen meestal geen rustige dagen waren. Wel, vandaag zondag was de slechtste dag die ik al in heel lange tijd niet meer had meegemaakt.

Nadat ze al enkele kleine granaten naar ons toegestuurd hadden begon het Duitse veldgeschut onze ondersteunings- en verbindingsloopgraven nu systematisch te bestoken met granaten, de zogenoemde ‘whizz-bangs’. Ze bleven er de hele ochtend mee bezig en na een wat rustigere namiddag begonnen ze dan die nacht aan een onvervalste loopgravenoorlog. Geweersalvo’s en bommen werden in grote hoeveelheden uitgewisseld en een deel mortieren kwamen aangevlogen vanuit de vijandelijke loopgraven. Onze zware kanonnen openden dan hun monden met een levendig spervuur waarop de vijand dan wat rustiger werd.

Ik kreeg in elk geval te maken met een flinke dosis geschut tijdens mijn eerste dag in de loopgraven waar alles zo vreemd en nieuw leek. De mannen verzekerden me dat een dag als vandaag zeker geen doordeweekse dag was – zelfs niet voor Hill 60 – maar deze zondag er toch wel sprake was van een georganiseerde schuttersdag.

Een ander fenomeen van onze loopgraven was zeker het aantal en het formaat van de ratten. Ze waren zo groot als konijnen als we ze ’s nachts door de grachten zagen lopen. Opvallend was ook de verschrikkelijk slechte smaak van het water dat we moesten drinken. Het water was dan al gekookt en veranderd in een soort sterke thee maar toch bleef het een onbeschrijfelijk slechte smaak bezitten. Het voedsel daarentegen was uitstekend en er was voldoende. Aangezien de bevoorrading stipt was beleefden we hier dagen in overvloed.

Dankzij de geste van enkele vrienden van ons bataljon in Engeland kregen de officieren en manschappen allemaal schapenvellen jassen die perfect geschikt waren om tijdens de nachten de kou buiten te houden. De wacht houden was een cruciaal element in de oorlogsvoering en dat moest gebeuren gedurende één uur voor het invallen van de nacht en één uur voor het eerste ochtendlicht.

Bij dageraad was dit natuurlijk het meest riskant maar rond die tijd werden de rantsoenen rum uitgedeeld en die beschermden je om niet stijf te vriezen en om achteraf de slaap te kunnen vatten. Al die zaken waren van begin tot einde nieuw voor me. Als we vanuit onze loopgraven achter ons keken hadden we een prachtig zicht op Ieper, met zijn vernielde torens en huizen nog altijd een schitterende grijze puinhoop, zelfs in zijn dood.

Ik was vastbesloten om er binnenkort eens nauwer kennis mee te gaan maken. De gebruikelijke rondjes granaten getrakteerd door beide kampen – zonder speciale betekenis – zouden drie dagen aanhouden tot ik op de avond van de 19de januari zou afgelost worden door een eenheid van de 5th Northumberland Fusiliers en na het invallen van de nacht voor een korte rustperiode kon verhuizen naar de troepenlijn in steun om er wat te rusten.

Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ – werk in opbouw

Article Tags:
· · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *