Anno 1915, op de 29ste april. Rond 10u terug een ‘Stand to’ alarm, we liepen direct naar onze kanonnen toen de Duitsers al opnieuw begonnen met een nieuw bombardement. De bommen kwamen zo snel dat we besloten om beschutting te gaan zoeken in onze militaire keuken. Na een tijd gaf Munsey aan dat hij graag poolshoogte zou nemen van de toestand in onze omgeving. Dat kon gebeuren via een gat dat geslagen was door een granaatscherf aan de bovenkant van de wagen en dicht bij het dak uitkeek op de richting van Ieper. Het meest opmerkelijk object dat hij van daaruit kon zien was de torenklok van de stad.
Munsey had nog niet zo lang gekeken toen hij plots bemerkte dat de wijzers van de klok nu een keer in die richting draaiden en dan terug in een andere. Hij keek nog eens nauwkeurig en riep ons dan dat we best ook eens zouden kijken naar de wijzers van die klok. We sprongen allen tot bij de uitkijkpost. Al na enkele minuten stelden we vast dat het granaatvuur dat in volle hevigheid uit de lucht viel schijnbaar gestuurd werd door de wijzers van de Ieperse stadsklok. We keken er op toe hoe de stroom van granaten telkens groter werd als de grote wijzer naar rechts draaide en verminderde als deze wijzer naar links terugkeerde.
Elke sprong van de wijzer kwam blijkbaar neer op een verschil van 25 meter rechts of links. En telkens als de kleine wijzer één minuut naar rechts verschoof kwam dat overeen met een bijstelling van 3 meter rechts voor de vijandelijke kanonnen, twee minuten kwam neer op 6 meter rechts, enzovoort. En ook de linkerbeweging kwam telkens overeen met sprongen van 3 meter naar links. Plots sprongen beide wijzers nu op 12u00. We konden er uit opmaken dat de vijand een nieuw object voor beschieting uitkoos en de juiste richting opnieuw links en rechts kon afgesteld worden. Er waren trouwens nog meer tekenen te zien: elke keer als de grote wijzer het toertje rond aflegde betekende dat de start van een ware orkaan aan granaten en als de kleine wijzer de cirkel volmaakte ging de storm liggen.
We keken gebiologeerd toe, het leek er wel op dat onze ogen zich vastkleefden aan de hallenklok en de grillen van zijn wijzers. Het resultaat van hun combinaties op het uurwerk zorgde voor de vernietiging van één van onze kanonnen en van twee 75-ers uit de Franse batterij. Er was nog een andere observant die de bewegingen van de klok in de gaten had gekregen en we verwittigden de gendarmen zowat gelijktijdig over het fenomeen. Die liepen naar boven op het belfort en troffen er twee mannen aan, een verkleed in een Brits uniform en de andere in een Frans. Die met het Engels uniform droeg een Franse pet en vice versa. Ze werden allebei opgepakt, naar beneden geleid en onder strenge bewaking opgesloten in de kelder van een vernielde woning.
–
Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ – werk in opbouw


