banner
nov 9, 2025
65 Views
Reacties uitgeschakeld voor Franse doorbraak te Komen

Franse doorbraak te Komen

Written by
banner

De kronieken van Olivier van Dixmude vertellen het in onze prachtige taal van toen: ‘in Brugghe geschiede groot jamer ende groote plaghe up tvelt, want daer bleef menich goed man doot. Myn heere die quam met cleenre menichte van zinen edelen bin Brugghe, die van Ghent ne rusten niet zy ne sloughen tvolc doot ende volghenden tot Brugghe ende wonnen ooc de steide.’

‘Myn heere van Vlaendren quam weder ter maerct waert met lichte omme weider hooft te maekene. Daer wonnen die van Ghent de steide ende daden daer grooten jamer in slainghen van vele goeden lieden ende in rove, ende omme dit wilt men segghen dat eenighe van Brugghe myn heere aldus verrieden. Myn heere ontquam in grooter armoede ende met grooter zoorghe aldus ende quam te Rysele daer hem volgheden groote multitude van goeden lieden.’ Brugge is gevallen. Die van Gent blijven acht dagen in Brugge en doen er al wat ze willen.

De graaf en zijn brigade zijn het land uitgevlucht dat nu als een rijpe vrucht klaar ligt om geplukt te worden door de wevers. In Brugge komt er een Gentsgezind stadsbestuur onder leiding van gouverneur Pieter van den Bossche en zijn kapitein Pieter de Winter. Vierhonderd Bruggelingen vliegen als gijzelaar naar Gent dat nu eindelijk weer kan ademen. De blokkade is voorbij en er kan weer volop voedsel aangebracht worden. De 7de mei vertrekken de goede lieden van Ieper naar Rijsel waar ze vergaderen met de graaf. Excellent nieuws hebben ze niet te melden. De overwinning van de Gentenaars heeft grote invloed op de kwaden in Ieper die met een bende van driehonderd man nogal wat ravage aanrichten.

De graafsgezinden hebben zich verweerd. Zo goed als ze konden. Twaalf wevers werden gedood en ze slaagden er in om de aanstoker Salomon van den Leene te vangen. Ze hebben hem richting Rijsel gestuurd waar hij onthoofd werd en tentoongesteld op een rad. Maar wat konden ze anders doen dan uit te wijken naar Rijsel als de Gentenaars zich aanmelden om hun stad binnen te vallen? Oudenaarde is nog niet gevallen en de graaf wil dat absoluut zo houden. Hij stuurt ridder Daniël van Halewijn, de heer van Lichtervelde en Drongen er op af. Ende daer trocken vele goeder frissche ghesellen met hem. Hij wordt ook vergezeld door een garnizoen goede Ieperlingen. Diegenen die op de vlucht zijn geslagen zijn in hun thuisstad.

De schrik slaat op 21 mei 1382 velen om het hart, wanneer de aarde in volle hevigheid beeft en drie dagen later staat Filip van Artevelde in Ieper. Hij heeft nu met uitzondering van Oudenaarde en Dendermonde, de volledige controle over het graafschap Vlaanderen. De poorters van Ieper zijn volop puin aan het ruimen als van Artevelde de stadsmuren binnen komt gereden. Nogal wat gelovigen beschouwen de aardbeving als een teken van de Heer. Een straf voor het meezeulen met de kwaden. Veel hebben lijf en goed verloren en dan volgt er nog een nieuwe aardschok die nog heviger is dan de voorgaande.

‘Het is warempel de schuld van een aantal geestelijken die zo graafsgezind zijn dat ze notabene gebeden hebben tot God dat de aarde zou beven.’ De lichtgelovige massa besluit in te grijpen en neemt een bewaarder van de Recolletten, de proost van de Augustijnen en twee Predikheren gevangen. Zij zijn het dus die met hun toverkracht zware schade hebben laten aanrichten. De vier geestelijken worden zonder veel show onthoofd. Filip van Artevelde, Lippe de Loddere voor zijn mannen, trekt nu met een flink uit de kluiten gewassen strijdkracht richting Oudenaarde die ze in de tang nemen. De hele omgeving van de stad moet er aan geloven.

Vrienden van de graaf worden gedood. Filip wil kost wat kost de macht grijpen in heel het land en afrekenen met alle grafelijke wetten en verordeningen. Heel wat onschuldigen worden gevangen genomen en als gijzelaars naar Gent overgebracht. Pasgeld voor de honderden gijzelnemers, Ieperse wevers die de graaf nog altijd gevangen houdt in Douai en Orchies. Artevelde speelt hoog spel. De graaf moet vervangen worden door de Engelse koning. Hij stuurt twaalf gedeputeerden naar de koning die Vlaanderen aan hem zullen overhandigen. Lodewijk van Male is na de dood van zijn moeder nu ook graaf van Artesië geworden.

Het is daar dat hij zijn schoonzoon Filips de Stoute ontmoet. ‘Er moet ingegrepen worden om de Engelse machtsgreep in Vlaanderen te verijdelen.’ De hertog van Bourgondië krijgt de steun van zijn neef, de jonge Franse koning, om een omvangrijke Franse troepenmacht naar het opstandige graafschap te sturen. De schermutselingen in de grensstreek nemen hand over hand toe. In oktober 1382 ‘begonsten een groot volc van wapenen neider te commene.’ Ze krijgen hulp uit de Westhoek. ‘Nu namen die goede lieden eene reise die gherne ghesien hadde dat tland an myn heere terug ghekeert hadde ende trocken eene groote menichte Vlaminghen te Comene waert ende wonnent vechtender hant.’

In Ieper wordt er heftig gereageerd op de interventie van de graafsgezinden. ‘Ze trocken met grooten volke daerwaert ende jagheden myns heeren volc weider te Ryssel waert ende slougher eene menichte doot ende wonnen veile perden ende daer verdronken eene menichte goede lieden in de Leye. Toen mynen heere dat sach was hy rauwich ende ontboot mynen heere van Bourgoingen zinen (schoon)zone ende bad dat hy zoude doen spoeden.’

Rond Sint-Maartensdag 1382, 11 november dus, komt een paraat Frans leger kamperen rond Rijsel. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje door Vlaanderen: de Fransen staan met een grote legermacht klaar om de ‘cummune van Vlaendren’ binnen te vallen! Filip van Artevelde vraagt versterking aan de Engelse koning. Hij laat het beleg van Oudenaarde voor wat het is. Iedereen in Gent die een wapen in de hand kan houden, wordt gemobiliseerd. Met een leger van 25.000 man trekken de opstandelingen richting Roeselare.

De 16de dag van november ligt de Franse koning nog in Seclin, maar dan acht hij het welletjes. Zijn troepen komen in beweging. De volgende dag arriveren ze bij het zwaar bewaakte Komen. ‘Ze scoten ende storemden der up, ende de lieden van wapene trocken in cleene sceipkinne ende wonnen by fortsen up de Vlaminghen de Leye.’ Het is een relatief kleine groep verkenners die onder leiding van de Franse hertog van Simpy de overkant van de Leie te Komen heeft ingenomen. Wat verderop, aan de Vlaamse zijde van het water, staat het garnizoen van Pieter van den Bussche klaar om de Franse opmars tegen te houden.

‘Pieter van den Bussche lach met eenen grooten here ontrent Meenen ende hadde verhoort dat de Fransoisen dus overcommen waren, ende quam snachts ontrent middernacht te Comene ende deide sine voorloopers met subtylhede de brugghe van Comene verbernen omme dat men niet te helpen commen souden die daer over waren ende quam treckende up den heere van Sempy.’ Maar de Fransen hebben zich verdorie goed georganiseerd en de mannen van van den Bussche worden gevangen genomen en verslagen in de ‘donkerheit van den nacht.’

De volgende dag herstellen de Fransen de vernielde brug en kunnen de koning en zijn achterban Vlaanderen binnen komen. Ze houden enkele dagen halt en daarna nemen de Fransen Waasten in waar het eerder al tot een confrontatie gekomen was tussen de goede en de slechte lieden en waar de goede lieden in de Leie verdronken waren. De kwaden (diegenen die de zijde kiezen van Artevelde) kiezen het zekere voor het onzekere: het hazenpad. Als het nieuws van de komst van de Fransen en de vlucht van de slechte lieden in Ieper komt overgewaaid, ‘zo vloo tqadie der uut te Philips waert.’

De sympathisanten van Artevelde worden de stad uit gegooid. ‘Ende men brochte de slotels van der steide te Comene den conynck up.’ Waarom zou de graaf en de koning iets belegeren en beschadigen wat hem toebehoort? Het nieuws van de overgave van Ieper is natuurlijk prima nieuws voor de graaf en de Fransen. Van Waasten trekken ze nu richting Ieper en slaan ze hun bivak op aan Zillebekevijver. Lodewijk van Male stuurt een delegatie de binnenstad van Ieper in, waar ze de stadsmuren zullen bewaken en de stad van verdere invallen zullen behoeden. De volgende dag is de stad van Ieper in grote nood.

Vierduizend gewapende mannen in de Westhoek staan klaar om een aanval op de grachten en de muren te beginnen. De goede lieden alarmeren de graaf die onmiddellijk met een fors leger ter plekke komt en hardhandig een einde maakt aan de belegering. De Fransen hebben nu het Westland ingenomen en beroofd. Nu stormen ze verder op richting ‘Roozebeke’ waar Artevelde halt heeft gehouden. Die nacht schallen de trompetten als nooit tevoren.

De mannen van Artevelde zijn in beweging gekomen en hebben de wapens ter hand genomen. Het zal er om spannen. Iedereen zet zich schrap voor het gevecht. De strijd zal plaatsvinden tussen Passendale en Westrozeke, op het grondgebied van Westrozebeke. Op de weg naar Brugge, op zowat drie mijl van Ieper. In de buurt van de huidige ’s Graventafelstraat. ‘Zo riep men te wapene, want zy waren commen up eenen sconen couter bezyder kerke.’ En daar trekken de Fransen nu naar toe. ‘Daar zo stond eene beike ende een helst.

Ende doe sach men staen die van Ghent met Philips wel gheordineert in drien grooten bataelgen ende hadden vele ribaudekinne (kanonnen) waer zy vele scaden mede deiden mynen heere.’ Filip van Artevelde berijdt een wit paard en voert zijn manschappen met hart en ziel aan. ‘Ende doe men aldus ghescoten hadde ende ghestaen wel twee heuren of meer, so sach men Philips beeten te voet in de vorderste bataelge.’ Het ziet er niet goed uit voor de Vlamingen, de flanken van Filips leger worden geteisterd. ‘Men begoste te porren an elke zyde ende dan quam an myn heere van Vlaendre ende dor wart daere zeere ghevochten, ende de achterhoede van den Vlaminghen worden vluchtich.’ Het onderspit komt in zicht.

En daar komt de auriflamme, de koninklijke banier ten tonele. De koning van Frankrijk in hoogsteigen persoon. Dus won ‘de conynck en myn heere de victorie up desen dach te Rosebeke.’ Filip van Artevelde sneuvelt op zijn veld van eer. ‘Daer bleef Philips zelve ende alle zine stoutste doot in de voorbataelge. Daer zaten up wel vyf hondert glavien (gewapende mannen) enden daden grooten moort int volc van Ghent. Zo bleever een ghedeel lieden van wapenen doot, daer of een was myn heere van Waverin ende her Roeger van Moerkerke ende andere.’ Langs alle zijden worden er Vlamingen doodgeslagen. Een deel onder hen probeert te vluchten en zich te verschuilen in een schuur, maar die wordt in brand gestoken en de mannen worden genadeloos aan de vlammen opgeofferd.

Franse schrijvers menen te weten dat er 25.000 en zelfs 40.000 mensen sneuvelen in Westrozebeke. Onze kroniekschrijver Olivier van Dixmude komt af met een meer bescheiden aantal doden. Hoewel. ‘Te deisen wyghe bleeven wel doot twaelf duizend of meer also men zeide ende deise wych was int jaer 1382, den 17sten dach in Novembre.’ Het beleg van Oudenaarde wordt opgeheven. De overlevenden van Westrozebeke strompelen hun thuisstad Gent binnen. De rouw is hevig en intens. Iedereen heeft vrienden of familie verloren. De mensen leven in het ongewisse.

Waar blijven hun geliefden? Maar die komen niet meer terug. De Fransen slaan hun tenten op in Kortrijk en de graaf trekt naar Harelbeke. ‘Ende de Fransoysen voeren al tland duere rooven ende namen al dat zy vonden.’ De stad Brugge paait de koning met een grote som geld en de goede lieden van de stad engageren zich opnieuw in het team van Lodewijk van Male. De steden van Vlaanderen hebben niet veel keuze: als ze niet met geld over de brug komen, zullen ze verwoest worden. Nadat de Franse koning een week verbleven heeft in Kortrijk, trekt hij naar Ieper. Ook hier wordt gedreigd dat alles kort en klein zal geslagen worden als er geen afkoopsom zal worden betaald.

Dit is een fragment uit Boek 4 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 4
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.