banner
Jun 16, 2026
3 Views
Reacties uitgeschakeld voor Als een lammetje naar de slachtbank

Als een lammetje naar de slachtbank

Written by
banner

25 februari 1573. De angst om honger te lijden zit er nu wel echt in bij mijn buren en vrienden. Miserabele toestanden in de straten en de steegjes. Bedelaars en behoeftige sukkelaars die smeken om een homp brood. De commerce zit nu zichtbaar op zijn gat en de prijzen stijgen mee met de schaarste. Twee dagen na de terechtstelling van die Hulle is er opnieuw sprake van een aanslag op een pastoor. Nu nog dichter in de buurt. In Wijtschate. De pastoor wordt daar vanmorgen vermoord teruggevonden. Matheus Marschal, een bejaarde priester die vroeger dienst deed in Moorsele en nu dorpspastoor was in Wijtschate werd er door een van zijn parochianen koelbloedig neergeschoten.

Een kogel in het hoofd terwijl hij klaar stond om in bed te stappen. De moord moet gebeurd zijn rond acht uur in de avond. Dergelijke aanslagen worden blijkbaar systematisch. Zo zijn er in Gent, Kortrijk en veel omliggende plaatsen al diverse pastoors geliquideerd. Wat voor een erbarmelijke tijd beleven we toch. In Antwerpen worden grote voorbereidselen getroffen om de geuzen uit Vlissingen te verdrijven om hen te beletten om nog verder Middelburg te bevoorraden.

De woensdag voor Pasen wordt bij ons ‘schortewoensdag’ genoemd. Pasen vieren we al op 22 maart en zo valt schortewoensdag in 1573 dus op 18 maart. Everaert spreekt nog maar eens recht. De stadspoorten gaan allemaal dicht omdat de soldaten aanwezig moeten zijn op de markt om de justitie van de baljuw te versterken. De eerste die opgeknoopt wordt is Mahieu de Mol van Noord-Berkin. Een straffe vijftiger die zijn kwaliteiten verspild heeft aan de strijd van de heretiekers en lange tijd de regio van Nieppe heeft geteisterd met een waslijst van aanslagen.

In Ieper is hij zo mak als een lammetje dat naar de slachtbank moet. Hij is in elk geval bereid om zijn geloof af te zweren. Bij de terechtstelling breken onverwacht twee pijlers van de galg zodat hij met zijn bakkes op de stenen van de markt kletst. Pijnlijk. Zoals gewoonlijk weer vlak voor het bezant. De Mol blijft als gebroken liggen waardoor hij nog extra geslagen en gefolterd wordt om recht te krabbelen. Maar hij blijft als gekraakt liggen. Tot de soldaten hebben tenslotte brutaal rechttrekken en hij de slotfase van zijn ophanging kan ondergaan.

Er staan vandaag nog meer terechtstellingen op het programma! Drie jonge mannen worden uit de gevangenis gesleept. Het zijn Walen. Smid Lambrecht Bonterave kwam gisteren zijn pachtgeld betalen voor het stuk grond dat hij van me huurt en hij wist me te vertellen dat het drietal gevangen werd genomen in de parochie van Reningelst.

In een herberg; ‘De Bussebomen’ waar ze volk aan het ronselen waren voor het leger van Willem van Oranje. Met briefjes en folders, maar ze werden onmiddellijk bij de kraag gevat en doorverwezen om opgehangen te worden. De dommeriken weigeren daarbij van hun geloof af te stappen. Daarom worden ze hier nu eerst omhoog gehangen met stokken in hun mond. Alle drie, de ene na de andere. Ze worden om beurt gewurgd en blijven als zielloze poppen in de nok van de galg bengelen.

Tijdens de paasweek wordt er extra wacht gelopen en volgen er aanvullende controles binnen de stadsmuren. Het gerucht circuleert dat de geuzen op Goede Vrijdag wel eens hun eigen paasspel zouden durven spelen. In en rond de Ieperse kerken worden er bijkomende wachtposten opgesteld. Maar er gebeurt helemaal niets. Tot Goede Vrijdag 23u wanneer alles stil lijkt en iedereen in een diepe slaap vertoeft. Enkele verraders, eigen burgers nota bene, zorgen er voor dat de geuzen via de Elverdingepoort naar binnen kunnen.

De sloten worden met geweld verwrongen, lang duurt het niet voor de poort wagenwijd open staat. Buiten staat er een bende kwaad volk te popelen om de stad binnen te trappelen. Maar God heeft hun kwaad voorkomen. Gezegend moet hij zijn. De man die boven op de poort woont is door het lawaai wakker geworden en alarmeert de goegemeente. De geuzen slaan op de vlucht. Bovenop de vesten in de buurt van de noord-molen worden er enkele schoten afgevuurd. Korte tijd later is de hele stad in rep en roer en staan de wachtposten op scherp.

Op zaterdagmorgen volgt er een inspectieronde aan de buitenzijde van de vesten. Voor de Elverdingepoort vinden de mannen een stuk geschut en blijkt er heel wat stro verbrand geweest. Het lijkt er wel op dat de geuzen er op uit waren om brand te stichten in de binnenstad. Een zoektocht naar de schuldigen levert niets op. Nog voor het einde van de dag looft de griffier een beloning van vierhonderd pond uit voor wie de daders kan identificeren.

Daarna worden alsnog de Diksmuidepoort en de Mesenpoort opengezet. Hoewel het bevelschrift nog diezelfde namiddag verspreid wordt dat niemand de stad mag verlaten, noch poorters, noch vreemdelingen. Tenzij ze in het bezit zijn van een officieel biljet van de griffier zelf. De mensen kunnen dit afhalen ter halle. De avond voor paaszondag verloopt hoe dan ook bezwaard. Veel feestgevoel is er niet present bij de bewoners. Ik probeer het van mijn kant wat te relativeren. Ik wens God in elk geval alle lof toe!

Pasen verloopt niet zonder verrassingen. Ja; Jezus verrijst nog een keer. Toch is het de landweer van Beselare die met de aandacht gaat lopen. Ze hebben in de herberg van Ruyter Cathuele zeven individuen betrapt die weinig goeds in het schild voerden. Het zevental kan eerst ontkomen maar de Beselarenaars kunnen alsnog twee van die lieden vatten in Komen. Met hun twee gevangenen bij zich komen ze onder groot bekijks binnen in Ieper, en dat dus op de hoogdag van Pasen.

De opstoot van de heretiekers heeft blijkbaar te maken met de terugkeer van heel wat bannelingen uit het Engelse Zandwijk, ginds Sandwich genoemd. De twee opgepakte lieden blijken dus ook landgenoten te zijn die er al enkele jaren als bannelingen hebben geleefd en mee beslist hebben om het vuur weer aan de lont te steken in hun Westhoek.

De geuzen uit Engeland hadden maar één strategie: Nieuwpoort veroveren en openstellen voor Willem van Oranje. Daarvoor zijn vierhonderd man naar de Westhoek afgezakt. Met hulp van binnenuit blijkbaar. Het kan de burgemeester van Nieuwpoort zelf zijn (toch volgens de roddels) of één van zijn schepenen die zorgt voor driehonderd stukken handgeschut. Die worden aangekocht in Antwerpen en via de Leie getransporteerd.

Samen met twee tonnen buskruit en driehonderd flessen poeder. Voldoende om de vierhonderd te bewapenen. Het materiaal wordt met wagens overgebracht naar Steenbrugge en daarna verscheept tot in de buurt van Nieuwpoort waar de wapens en munitie verdeeld worden onder de teruggekeerde bannelingen. Nu kunnen ze op subtiele manier hun aanval op Nieuwpoort aanvangen.

Dit is een fragment uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 8
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.