Ziemr (zijn we weg/ben je klaar?)
Zikteele (vervelende vrouw)
Zilvn (zenuwen)
Zimtje (limonade)
Zjatte (soeptas)
Zaan (uitdruipen)
Zadn (zij hadden)
Zampr (waterplas in weide)
Zantn (korenaren verzamelen)
Zeekn (plassen)
Zen (zij hebben)
Zeupe (drinker)
Ziedr (zij)
Ziemr (zijn we weg/ben je klaar?)
Zikteele (vervelende vrouw)
Zilvn (zenuwen)
Zimtje (limonade)
Zjatte (soeptas)
Zjielee (ondervest)
Zubbedut (sukkel)
Zubbedutten (sukkelen)
Zukfr (zulk een)
Zulle (drempel)
Zuppendenat (doornat)
Zuuptje (slokje)
Zurketrutte (verlegen vrouw)
Zuupteele (vrouw verslaafd aan de drank)
Zwomtje (zwaluw)
–
Uit ‘900 Westhoekse dialectwoorden’ van Adhemar Vandroemme
Article Tags:
drempel · drinker · korenaren · plassen · uitdruipen · waterplas · weide · zaan · zeupe · ziedr · zikteele · zimtje · zubbedut · zubbedutten · zulle · zuupteeleArticle Categories:
naar de bronnen van onze taal

