banner
okt 9, 2020
1279 Views

Aan de voet van de Pottelberg

Written by
banner

Heel Vlaanderen is overstag gegaan voor de snelle opmars van de Vlaamse legers. Er rest alleen nog het Fransgezinde Gent. Oudenaarde besluit de doorgang van de Schelde te blokkeren. Geen enkel graanschip kan nog aanmeren in Gent. De Gentenaars hebben weken geen brood op de planken. De situatie zorgt voor een nooitgeziene malaise en hongersnood bij de bevolking. Ze zoeken met de moed der wanhoop steun bij de Franse koning. Filips belooft hen zo snel mogelijk te helpen. De twijfel slaat toe bij de gewone mensen van Gent. De tweespalt tussen de Leliaards en de Liebaards bereikte ongeziene hoogtes. De Leliaards blijven in de meerderheid maar heimelijk hebben enkele honderden Gentenaars besloten om de stad te ontvluchten.

Ze sluiten zich aan bij de Bruggelingen. Hun leider is Jan Borluut, een “Vlaams enfant terrible” en al eerder uit de stad verbannen poorter. Filips de Schone is in zijn eer gekrenkt als hij verneemt dat een Vlaams leger de Fransen overal heeft verjaagd. Hij vormt een legermacht van 2.500 ruiters, 500 boogschutters en 5.000 soldaten te voet. Robert d’Artois krijgt de leiding voor de krijgsmacht die op 30 juni 1302 vanuit Arras (Atrecht) opstoomt. Van zodra zij de Vlaamse grens voorbij zijn leveren ze zich over aan extreem geweld. Elke man, vrouw of kind die ze kunnen vatten wordt genadeloos onthoofd. De arrogante d’Artois laat zijn manschappen zelfs de kerken binnendringen en de heiligenbeelden vernielen. De legerleider heeft maar één doel: zo snel mogelijk op te rukken naar het vermaledijde Brugge!

Tijdens de bevrijdingstocht door Vlaanderen is het Vlaamse leger verder versterkt met delegaties van Ieper, Kassel (2.000), Poperinge (8.000), Gent (Jan Borluut met 700 man). Jan Breydel zorgt voor verse ravitaillering en Jan van Renesse komt met een groep elitesoldaten van Zeeland. Allen zullen ze strijden en vechten onder de gemeenschappelijke Vlaamse leeuwenvlag. Ook de tempeliers (een divisie van de zwarte, witte en grijze tempeliers) zijn van de partij om de Vlamingen militair bij te staan. Ondanks de oppositie van de Leliaards in Ieper zijn er 1200, in het rood uitgedoste, Ieperlingen van de partij.

Het geloof in eigen kunnen bij de Vlaamse massa gaat hand in hand met intense wraakgevoelens tegenover de Fransen. Veel boeren hebben zwaar geleden onder de plundertochten van de Fransen in de jaren 1297-1300. Ridders en edelknapen hebben nog steeds familieleden die gevangen zitten in Frankrijk. Zo bijvoorbeeld Gwijde van Dampierre, Robrecht van Bethune, Filippina.

Velen hebben hun bezittingen verloren omdat ze ooit partij kozen voor de graaf. Of willen ze hun doden wreken zoals Willem van Gulik zijn broer die overleed op het slagveld van Bulskamp. Iedereen kent zijn lot: het is ofwel winnen ofwel de niet te onderschatten wraak van de Fransen ondergaan. Zo eenvoudig ligt de keuze.

Op 8 juli slaan de Fransen hun kamp op aan de voet van de Mossenberg (die nu Pottelberg genoemd wordt). De 2000 Franse ridders doen zich enkele dagen te goed met spel, banketten en plezier. De Mossenberg wordt prompt omgedoopt tot “Berg van Weelde”.

Die nu heet die berch van Weelden,
Daer lagen die Franken ende speelden,
In hare tenten ende Pauwelyoenen

Het Vlaamse leger treft zijn laatste voorbereidingen. 1200 Ieperlingen staan opgesteld aan de wallen van het kasteel van Kortrijk waar ze de uitbraak willen vermijden van de daar gekazerneerde Franse divisie onder leiding van de heer van Lens. De posities blijven onveranderd tot woensdag 11 juli.

Rond 5 uur – zonsopgang – zijn er brandende toortsen te zien op de vestingwallen van het Kortrijkse kasteel waar zich het Franse regiment bevindt. De Fransen werpen ostentatief hun toortsen neer buiten de buitenmuren aan de noordkant van het kasteel. Rechtover de graslanden die leiden naar de Leie en het klooster van de Grauwe Zusters. “Hier staan de Vlamingen klaar” maken ze duidelijk aan hun basiskamp. De te duchten bevelhebber Robert d’Artois heeft de brandende hint gezien. Hij weet voldoende. De Franse aanval begint om 6 uur.

12.000 Vlamingen (onder hen zijn er duizend ridders) staan beschut en verstandig opgesteld met de Leie in de rug, de Grote Beek in het zuiden en de Groeningebeek in het oosten. Ze hebben opdracht gekregen om de rangen steeds gesloten te houden. Vooraan, net achter de twee beken, staan de kruisboogschutters beschermd door de grote schilden van hun helpers. Achter hen staan overal lange pieken in de grond geplant. De punt staat dreigend naar boven gericht. Met telkens één krijger die klaar staat om te mikken op de paarden die er nu elk mogelijk moment zullen komen aanstormen.

Iets naar achteren bevinden zich de krijgers met de goedendag. Zij zorgen voor de afwerking. Ze hebben de opdracht om op alles in te hakken: man én paard. Dan volgt de grote massa. De stevigste en best uitgeruste mannen worden schouder aan schouder in de voorste gelederen geplaatst. De met takken gecamoufleerde beken zijn met een breedte van zo’n drie meter en een diepte van twee meter geen grote rivieren, maar ze vormen wel een beduidend obstakel voor de vijand. Het Vlaamse leger oogt indrukwekkend in al zijn facetten.

Tien Franse bataljons van elk 200 gepantserde ruiters verspreiden zich aan de buitenkant van de Kortrijkse beken. Voor hen twee rijen voetvolk. Een massa die door hun overmacht door de 12 groepen Vlaamse boogschutters moet breken om zo de weg vrij te maken voor de ruiters. Dat is het strijdplan. Het Franse leger lijkt kwalitatief veel sterker. “Wij zijn te paard en zij te voet, en honderd paarden zijn duizend man waard”, beweert Robert d’Artois aan zijn manschappen.

De eerste pijlen ten teken van aanval zoeven door de lucht. Het Franse voetvolk zet zich in beweging. Het regent pijlen. De intensiteit van de pijlenregen is zo erg dat het lijkt of men de lucht niet meer kan zien. De vijandelijke strategie van de overmacht lijkt te werken. Door een overmacht in getalsterkte kan de Groeningebeek worden overgestoken. De Fransen worden wat overmoedig omdat hun plan functioneert maar worden tot hun verbazing door drie Vlaamse legerscharen omsingeld en in de pan gehakt.

Het plan om de Ieperlingen te posteren aan het kasteel van Kortrijk werkt perfect. De Fransen hadden een aanval voorzien in de flank van het Vlaamse leger, maar ze worden door het kordate Ieperse leger in hun Kortrijkse vesting geblokkeerd. Onaangename verrassingen dus voor D’Artois die de opdracht geeft aan het voetvolk zich terug te trekken terwijl de ruiters het aan de linkerkant zullen overnemen. Zijn plan zorgt voor chaos bij zijn eigen strijdkrachten. Velen worden door hun eigen paarden vertrappeld.

De Franse ruiters blijven maar komen. “Het is hoog tijd dat die Vlaamse boerenpummels een lesje krijgen”. Ze lopen zich vast en blijven zich vastlopen, terwijl de Vlaamse boogschutters alle tijd hebben om hun pijlen te richten op de weerloze vijand. De Vlaamse zwaarden, pieken en goedendags vormen een “ijzeren” muur. Vele Franse aanvaller komen in het water van de beken terecht en verdrinken door het gewicht van hun stalen gevechtsuitrusting. Chaos alom. Paniek.

Aan de rechtervleugel van het front gaan drie bataljons Franse ruiters zonder tegenstand over de Groeningebeek. Maar ze lopen hun dood tegemoet tegen het goed geordende Vlaamse leger. Nieuwe aanvalsgolven volgen. Er wordt nu overal gestreden. Vaak man tegen man. Met hun verwoestende goedendags viseren de Vlaamse krijgers de paarden van de Franse ridders die zo gedwongen worden te voet verder te strijden.

Langzamerhand komen de Vlamingen in de meerderheid. 3.000 à 4.000 Vlamingen tegen 1.800 ruiters te paard. Zo kunnen de Vlamingen hun strijders aflossen. In de achterste gelederen staan steeds mannen klaar om in te springen met hun zwaarden, schilden en goedendags. Steeds minder en minder ridders te paard nemen het op tegen duizenden Vlamingen tegelijk die de ruiters vol zelfvertrouwen terugdringen tot aan het water van de twee beken. Velen worden van hun paard gesleurd in gedood. Die beken vormen nu een dodelijke hindernis voor de uitgeputte Fransen die in de modder uit het zadel geworpen worden, in het water terechtkomen en hopeloos en ellendig verdrinken.

Pierre Flote, de machtigste raadgever van de koning, wordt door de drieste Vlamingen genadeloos afgeslacht. Een ziedende legerleider Robert D’Artois ziet vanaf de rechteroever van de Leie de debacle van zijn troepen met lede ogen aan. Hij is een dappere man en besluit zich persoonlijk in de strijd te mengen in de hoop het tij nog te doen keren. Hij stuurt zijn persoonlijk bataljon ten aanval. Jacques de Châtillon volgt.

Gwijde van Namen bemerkt de aanstormende Franse bevelhebber en beseft het gevaar. Hij trekt er onmiddellijk naar toe met een groep Gentenaars. D’Artois geflankeerd door De Châtillon, is sterk en ze slagen er in om door te dringen tot diep in de Vlaamse gelederen. Tot bij de grafelijke banier, de Vlaamse leeuw, die hij aan stukken trekt. In de kortste tijd wordt hij omsingeld door woedende Vlamingen. D’Artois houdt lang stand. Hij slaat er in alle richtingen op los. Hij jaagt zijn paard voortdurend naar nieuwe groepen tegenstanders die tevergeefs met het lansen door het pantser van zijn paard proberen te boren.

Uiteindelijk vindt hij zijn meester in Willem van Saaftinge, een lekenbroeder (een tempelier) uit de abdij Ter Doest van Lissewege. Met een forse slag van zijn goedendag brengt hij het gepantserde paard ten val. De Vlamingen sparen paard noch ruiter. D’Artois wordt genadeloos doodgeslagen. Ondertussen is ook de gehate landheer De Châtillon gesneuveld. De zege wenkt.

De ontredderde Fransen slaan met de moed der wanhoop op de vlucht maar worden achtervolgd, vertrappeld en vermoord door de verbitterde Vlamingen. Voor de handwerkers en de boeren is het uur van de onverbiddelijke wraak aangebroken. Omschrijf het als een ijselijke slachting. De Fransen zijn in paniek en vluchten halsoverkop. De opgehitste Vlamingen jagen hen genadeloos op. Ze roepen en schreeuwen: “Slaat allen dood! Al wie sporen heeft aangegespt is vervloekt voor ons volk!”. Ze worden opgejaagd tot Dottenijs, Zwevegem en Sint-Denijs. Tot 10 km buiten het slagveld liggen de velden en wegen bezaaid met vermoorde Fransen.

Aan de stadsmuren van Doornik stromen armzalige resten van het roemrijke Franse leger toe. De stadspoorten worden gesloten. De gehavende strijders moeten noodgedwongen beschutting zoeken in de huizen van het platteland in het Doornikse. Het bloedbad duurt tot ’s avonds. Het slijk rond de omgewoelde beken is bezaaid met de lijken van 12.000 à 15.000 soldaten. Het water van de Kortrijkse beken (de bloed meersch) heeft een dieprode kleur. De slag is afgelopen. Het Vlaamse leger van ambachtslieden, boeren en vissers heeft het prachtigste leger van heel West-Europa vernietigd!

De Vlaamse krijgers zijn uitgeput, verstijfd en uitgehongerd. Ze hebben sinds 6 uur ’s morgens niet meer gegeten noch gedronken. Hun handen doen pijn door de urenlange omknelling van hun goedendag. De avond valt. De boeren van over de Leie komen met brood, wijn en gedroogde vis om hun helden te voeden en te eren. Ze brengen allen samen de nacht door op het slagveld.

’s Anderendaags worden de lijken ontkleed en zonder enige vorm van ceremonie in massagraven begraven. Graaf d’Artois wordt begraven rond de abdijkerk van het Groeningeklooster. De oorlogsbuit is interessant. De Fransen hadden hun wijn met zich meegebracht om hun overwinning te vieren. Het zijn echter de Vlamingen die hun mond zetten aan hun roemers. 700 gouden sporen en een hele vracht zilveren sporen (van de niet-ridders) worden verzameld en naar de O.L.V.-kerk van Kortrijk gebracht. Ze zullen er 80 jaar blijven hangen tot dat de Fransen ze zullen roven in de vergeefse hoop om die rampzalige Guldensporenslag uit hun collectief geheugen te wissen.

Uitbundig feest in Kortrijk op 12 en 13 juli! Al vroeg in de morgen van de 12de vernemen de uitgehongerde Gentenaars het nieuws van de Vlaamse triomf op de Fransen. In heel Vlaanderen heerst euforie. Iedereen wordt gek. Het is als een roes. Een trance. Het eenvoudige Vlaamse volksleger heeft het elitaire ridderleger van de Fransen verslagen.

Uit deel 2 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *