Men kapt de bomen bij ’t klimmen van de maan omdat zij niet zouden zweten, alias, om dat ze niet weer in hun sap zouden schieten.
Als de inden duiken, mag men zich aan slecht weer verwachten. Blaaskensregen voorspelt aanhoudende regen.
De regen zal spoedig ophouden, als de kiekens schuilen.
VOLKSBIJGELOOF
– Wanneer men een koude rilling door al de leden voelt kruipen, wordt er gezegd : ze rijden over mijn graf.
– Als ’t regent en ’t zonneken schijnt, dan is ’t in de Helle kermis.
– Twee messen over kruis leggen , voorspelt ongeluk.
– Wanneer een kind in ’t vuur valt, dan moet men, vooraleer het kind er uit te redden, het brood omkeren, indien ’t verkeerd ligt.
– Ongelukkig in ’t spel is gelukkig in ’t huwelijk.
– Hij heeft een mollenpoot in zijnen zak, zegt men van iemand die in ’t spel wint.
– Als de katten met hun rug naar het vuur zitten, zegt men: ’t zal regenen.
– Wie lang de koorts gehad heeft, moet om ze kwijt te geraken , eene strowis aan een boom binden, op het ogenblik dat de koorts op komt, en dan lopen tot dat de koorts af is.
– ’s Morgens druk, ’s noens geluk , ’s avonds min, dat heeft de spinnekop in.
– Een stoel ronddraaien voorspelt gevecht.
– De schippers beloven geen vlees te eten op Paasdag om van onweder op zee bevrijd te zijn.
– Het kittelen van de palm der hand beduidt slagen krijgen.
– Te Veurne wil men op een vrijdag geen dienstmaagd huren. Deze mag ook op geen vrijdag in haar dienst treden.
– Een dode met de voeten, in plaats van met het hoofd vooruit naar kerk of kerkhof dragen, is een schimp op het gedrag van den afgestorvene.
– De persoon naar wie op een maaltijd de punt van een mes dat met de sneé omhoog ligt is gerigt zal in dit zelfde jaar trouwen.
– Twee persoonen welke in gezelschap zijnde, te zelfde stonde, hetzelfde nieuws beginnen te vertellen, zullen tegelijk op ’t zelfde tijdstip trouwen.
– Kokend schotelwater beduidt dat de persoon welke de schotels wassen moet, in geen zeven jaar zal trouwen.
– Een meisje die haar halsdoek scheef omhangt doet om een weduwenaar, zou graag een weduwenaar voor man hebben.
– Met dertien aan tafel zitten is akelig. Hij die alsdan onder de balk zit, is een verrader. Van de dertien moet er in dit zelfde jaar een sterven.
– Een meisje, dat haar koussenband verliest, laat weinig goeds nopens haar gedrag vermoeden.
– Lammeren zien als men wandelen gaat, voorspelt goed. Varkens en kraaien slecht. Kraaien over het vaderlijk dak zien vliegen, slechte mare, ongeluk.
– Pissebloemen. De kinderen blazen op de wolachtige stofjes welke op de bloemblaadjes volgen en vragen: hoe oud zal ik worden? Zo dikwijls als zij blazen kunnen zonder dat ’t laatste stofje er afgevlogen is, zo veel jaren hebben zij nog te leven.
– Vele mensen, wanneer hun been, hun arm, hun hand of hun voet slapen, maken met de duim er een kruis over, om de zingelingen te doen ophouden.
– Anderen, wanneer zij geeuwen, maken met den duim een kruis voor den mond, om dezelfde reden.
– Wanneer een verdronkene door een bloedverwant aangeraakt wordt, begint hij uit den neus te bloeden.
– De duiven hebben geen gal.
– Men kapt de bomen bij ’t klimmen van de maan omdat zij niet zouden zweten, alias, om dat ze niet weer in hun sap zouden schieten.
– Als de inden duiken, mag men zich aan slecht weer verwachten. Blaaskensregen voorspelt aanhoudende regen.
– De regen zal spoedig ophouden, als de kiekens schuilen.
– Eene toveres kan van haar stoel niet meer opstaan, als een vrouw haar trouwring verdoken weg onder de zelve weet te schuiven.
– Als men het haar afsnijdt en het op een vuur van groen hout verbrandt, dan zal het haar nooit meer groeien.
– Men werpe geen afgesneden haar op de straat; het kan door een toveres opgenomen worden en dan stond men in gevaar, want die kan er door betoveren.
– Als iemand niest en het zegt niemand, God zegent u, dan heeft een toveres macht van diegene die niesde te betoveren.
– Verliest een vrouw haar trouwring, dan zal zij spoedig door de dood of anderzins van haar man gescheiden worden.
– Men geve geen mes of schaar aan een vriend; de liefde wordt er door afgesneden.
– Kinderen mogen niet in een wagenspoor wateren; zij krijgen er rode oogen van.
– Men drage geen doodsbeen van het kerkhof met zich naar huis; de dode zou zo lang u plagen tot dat gij het op zijn plaats terug draagt.
– Werpt men een mes op de tafel en het valt toevallig op de rug, dit betekent een aanstaande bruiloft.
– Gloeit een sprankje gelijk een sterretje onder aan de wiek van een brandende kaars, dit voorspelt onverwacht nieuws.
– Als er verscheidene zulke sprankjes rond de vlam stralen en gelijk een krans vormen, dan zal men triomf over zijn vijanden hebben.
– Wil men de duivel bezweren dan moet er licht branden; in het donker gesproken, hebben de woorden geen kracht
Uit Wodana – 1843 – van J.W. Wolf


