banner
aug 16, 2018
2664 Views

Brugge elf dagen onder water

Written by

De vierde december van 1405 staat de stad van Brugge 11 dagen onder water, ‘soe dat lieden moesten woenen up hare solders ende daer hare spyse berieden’.

banner

De wonderlijke komeet van 27 september 1384
De regio van de Vier Ambachten krijgt het nu zwaar te verduren van de Franse legers. Daags na de inname van Damme, zwermen de Fransen uiteen in het hele buitengebied ten noorden van de as Gent-Brugge. De mensen zijn zo verrast dat ze niet eens de kans krijgen om te vluchten. Hun schamele bezittingen worden meegenomen en hun huisjes in brand gestoken. De 10de september is de nachtmerrie voorbij en trekt de koning weg naar Doornik. De 27ste september 1384 kijkt het volk van Vlaanderen totaal verbijsterd naar de hemel waar zich een nooit eerder gezien fenomeen afspeelt. Er zoeft een wonderlijke komeet door de lucht. Zijn kleuren zijn spectaculair; ‘rood, groen, blauw, wit en geel’ staat het geboekstaafd, ‘ende soe was van veele varuwen, roedt, groene, blau, wit ende ghelu’. Is het de winter die in aantocht is, of staat het water hen echt aan de lippen daar in Gent?

De stedelingen beseffen dat de koning zich nog altijd in Doornik bevindt en schrijven een nota aan de graaf of er geen mogelijkheid bestaat om een vredesbestand af te sluiten of om er op zijn minst over te praten met zijn koning. De koning is natuurlijk maar wat blij dat hij het oorlogvoeren even opzij kan zetten en keurt het bestand goed, ‘ende warens zeere blyde ende men tracteerde in Dornike zeere langhe, ende met groeter pinen wart hij ghesloten in den advent up Sente Luciendach’, half december 1384 komt er eindelijk wat rust in de gemoederen.

De Fransen bouwen een kasteel in Sluis
Sluis is strategisch van groot belang voor de Fransen. De noordelijke toegang tot Frankrijk. Filips de Stoute geeft in die dagen de opdracht om in de haven van Sluis een kasteel te bouwen. De financiering van het 16 torens tellende bolwerk komt vanuit Frankrijk. De haven zal vanuit het nieuwe kasteel bewaakt worden door Franse soldaten. De Vlamingen worden geweerd. Korte tijd nadat het vredesbestand werd ondertekend, komen hertog Filips van Bourgondië en zijn vrouw Margaretha van Male naar Gent, waar ze in stijl en met alle egards worden ontvangen. Het gravenkoppel zweert bij hoog en bij laag het land van Vlaanderen te beschermen en de wetten van het land te respecteren. De afgevaardigden van Gent zweren op hun beurt om trouwe onderdanen te zijn. Blijkbaar is er geen vuiltje aan de lucht meer te bekennen.

Haveloze bendes nietsnutten zweren door Vlaanderen
In het jaar van Onze Heer 1386 trekken de Franse troepen met man en macht door Vlaanderen. Op weg naar Sluis. Ze plannen een invasie in Engeland, maar de wind op zee zit de hele tijd verkeerd, die bleef ‘altoes staende contrarye’, waardoor de adviseurs van de koning hem aanraden om af te zien van die plannen en om onverwijld terug te keren naar Parijs. De Engelsen staan te popelen om af te rekenen met de Franse indringers en de Fransen op hun beurt zijn woest omdat het Engelse crapuul de ene wandaad na de andere heeft gepleegd op Frans grondgebied. Haveloze bendes Franse en Bretoense nietsnutten, huurlingen, die oorlog voeren om geld en als alibi om onderweg te roven en te stelen, zwerven werkloos rond in de streek tussen Brugge en Sluis. Op zoek naar vertier. Ze logeren in herbergen te Sluis en te Brugge die zij achteraf met bruut geweld beroven.

De reactie van de Brugse bevolking blijft niet uit. ‘Die van Brugghe dat siende, sloughere vele van den Franssoysen ende Bortoenen bedectelyke doot’. De hertog Jan van Berry, oom van de koning en broer van de graaf, wordt het slachtoffer van één van die Brugse represailles. Ter hoogte van de Carmersbrug wordt hij zo hevig aangevallen dat hij alle moeite heeft om zwaar gewond van zijn paard te geraken en zich in veiligheid te begeven in een herberg waar hij drie weken nodig zal hebben om weer enigszins te herstellen. ‘Ende sijn paert was oec zeere ghequetst ende gewondt’.

Jan van Waes, de parochiepriester van Sint-Walburga
Gent 1387. Er worden nieuwe muntstukken boven de doopvont gehouden. Een nieuwe munt voor Vlaanderen. Zilveren penningen waar de wapenen van Brabant en Vlaanderen in geslagen zijn en die bekend worden als ‘Roesbekers’. In hetzelfde jaar 1387 dwingt de graaf zijn land van Vlaanderen om de paus van Rome te droppen in het voordeel van de paus van Avignon. De pausenkwestie ligt al jaren gevoelig in Vlaanderen en ook nu weer laat de maatregel van Filips de Stoute de bevolking niet onberoerd. Priesters, religieuzen en geestelijken van beide geslachten kuisen hun schop af en gaan wonen in het land van Keulen, naar Luik, in Utrecht of Brabant of op andere plekken waar Urbanus, de paus van Rome, wel gerespecteerd wordt als kerkelijke leider. Jan van Waes, de parochiepriester van het Brugse Sint-Walburga, predikt er op los.

‘De Clementinen sijn vermalendijt’ en hij trekt naar Luik. Pastoor Jacob van Oostburg en de Brugse Chartreuzen trekken ook al weg uit het graafschap Vlaanderen. Filips de Stoute pakt de dissidentie in Brugge bijzonder hardhandig aan. Bruggeling Pieter van Roeselare wordt opgepakt, naar Rijsel gevoerd en er onthoofd wegens zijn opruiende taal in het voordeel van paus Urbanus. En hij is niet de enige. Verschillende eerlijke poorters van Brugge worden vanwege hun geloofsovertuiging uit de stad verbannen. Het valt niet te verbazen dat de bevolking van de stad bijzonder geïrriteerd en rumoerig reageert op de grafelijke maatregelen. In Gent is de situatie vrij identiek. Ook zij willen hun paus zo maar niet laten vallen omdat hun prins dat eist. Nogal wat Brugse gelovigen zakken tijdens de vasten af naar Gent om er te biecht te gaan en om er de heilige sacramenten toegediend te krijgen.

Acht walvissen spoelen aan te Oostende
31 augustus 1389. Wever Vander Stelle en zijn gezelschap hebben uitgekiend dat de heren van de wet die avond zullen vergaderen met de commissarissen van de prins. De stadsrekeningen zullen er worden voorgelegd en de wetgeving voor het volgend jaar dient goedgekeurd. Het lijkt voor de mannen een interessant tijdstip om binnen te vallen, vooral in de wetenschap dat ze de steun hebben van één van de raadsleden in de vergadering. Maar het plan pakt anders uit dan verwacht. Wouter Vander Stake en tonnenmaker, ‘cupere’, Pieter van Sijsele plegen verraad waardoor Pieter Vander Stelle wordt opgepakt en er letterlijk zijn hoofd bij verliest. Tussen 1389 en 1395 hebben de kronieken het uitgebreid over politieke ontwikkelingen in en rond diverse Europese slagvelden. Over de Turken, de Sarazijnen en de Hongaren en over de heldhaftige daden van de zoon van de graaf daar in Hongarije. Die Jan van Bourgondië is blijkbaar niet de eerste de beste. En in 1395 is er sprake van een grote aflatencampagne in Rome. ‘T groete afflaet a pena et a culpa’.

Vrijstelling van schuld en straf in ruil voor geld en toevallig of niet is er sprake van grote sterfte ‘al Neederlandt dore’. In 1403 krijgt Oostende het bezoek van acht flinke walvissen. Ze spoelen aan tijdens de nacht van Sint-Brixius, 12 november dus, we gaan uiteindelijk toch nog de heiligenkalender leren kennen. Daar liggen de kolossen op het zand. De inwoners kijken ongetwijfeld hun ogen uit naar het schouwspel dat zich afspeelt daar aan de kustlijn. Ze noteren nauwgezet wat ze zien. Tussen ‘der mule ende den steerte’ meten ze 23 meter. Hun neusgaten zijn zo groot dat een mensenvuist er zijn plaats in vindt. De beesten hebben een muil als ‘eenen ingelsschen vullesacke’, wat dat laatste ook moge betekenen.

In hun buik vinden de Oostendenaars bij elk van de walvissen zowat 24 ton smout. Om ze in stukken te hakken, moeten ze de dieren met ladders beklimmen en in de opengesneden buik van de dieren staan 16 à 17 mannen te scheppen en te snijden om al het kostbaar smout te recupereren. ‘Sy schiepen ende goten ’t in tonnen die in der visschen buyke by hemlieden stonden, ende nochtan en letten sy d’een om den anderen niet haer werc te doene, sy stonden in deser visschen buyc en wrochten dat smoudt ute, als of sy ghestaen hadden up eenen schoenen saelvloer, verscheeden d’een van den anderen’. Het ongeziene spektakel zorgt voor een kort rijmdicht dat we u niet willen onthouden;

Oostende weet dat bij Brixte Nachte
gevangen waren Walvissen Achte’

De dood van graaf Filips van Bourgondië
De sterk verouderde en verzwakte Filips van Bourgondië trekt in 1404 op pelgrimstocht naar Onze Lieve Vrouw van Halle te Brabant. Dat vertellen de kronieken in elk geval. Dat er die dagen in Brabant een griepepidemie heerst, leren we op Wikipedia, en verder dat de graaf mag aanschuiven aan een rijkelijk banket dat door de lokale adel voor hem wordt georganiseerd. De 62-jarige Filips de Stoute raakt besmet door een kwalijke griep en voelt zich zo ziek en zo verzwakt dat hij beslist om door te reizen naar Dijon. Veel verder dan Ruisbroek trekt de man het niet. Hij overlijdt op 27 april in datzelfde Ruisbroek. Na heel wat verwikkelingen wordt zijn dode lichaam gebalsemd en overgebracht naar het door hem gestichte Bourgondische kartuizersklooster even buiten Dijon waar hij wordt begraven.

Een jaar later volgt zijn vrouw Margaretha van Male haar man in de dood. Tijdens ‘Sente Lijsbettennacht’, 19 november 1404, woedt er een helse storm op de Noordzee. De Sint-Elisabethsvloed! In Holland, Zeeland en Vlaanderen breken de dijken door onder druk van het zeewater dat nu doordringt tot in de streek van de Vier Ambachten. Koksijde, Nieuwpoort, Lombardsijde, Biervliet, Gaternesse bij Oostburg, Sluis en Soutenen-weert bij Goerken wordt door het water overstroomd ‘by denwelken al ’t volc verdronc dat in dese jeghenoeden woenden, mans, wijfs, kindere ende al de beesten.’ Op Goede vrijdag 1405, ergens halfweg de voormiddag, wordt er opnieuw een walvis verrast door het getijde van het noordzeewater. Een exemplaar van 25 meter lang en bijna 6 meter hoog laat zich ter hoogte van Duinkerke door de ebbe verrassen. Er zijn 60 mannen nodig die met man en macht proberen te beletten dat hun prooi weer het ruime sop zou kiezen bij het stijgen van het water. Uiteindelijk halen ze hun buit, meer specifiek 27 ton smout, op het droge.

Brugge staat in 1405 zowat 11 dagen onder water
Het zijn de dagen waarbij Jan van Dijon, de oudste zoon van Filips de Stoute en Margaretha van Male, zijn intrede doet als nieuwe graaf van Vlaanderen. De achtentwintigste in de rij zal 16 jaar aan het roer van het graafschap blijven. Kort na Pasen wordt hij volgens de Vlaamse gebruiken ‘alomme ende eerlyken’ ontvangen. En zweert hij, net zoals zijn vader dat deed, om de steden en hun dierbare vrijheden te zullen respecteren.

We mogen niet voorbij gaan aan de wetenschap dat de honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk in 1405 nog verre van afgelopen is. Een vloot van 100 schepen brengt een massa van zwaar bewapende Engelse soldaten op het droge aan de sluis te Mude, Sint Anna ter Muiden. Het ontscheepte leger staat onder het bevel van Thomas, de broer van koning Hendrik van Engeland. De Engelsen trekken nu naar Cadzand waar ze grote schade toebrengen. ‘Sy roefden ’t volc, verbarrenden de huuze, ende daer naer sy stormden up de Sluus, ende een Sluzenare schoet den amirael van den Ingelsschen doot, ende hiet de amirael, de grave van Pennebrouc.’ Jan, de hertog van Bourgondië krijgt de hulp van de Gentenaars (die van Brugge vertikken het van mee te stappen in dat verhaal) om weerstand te bieden tegen het geweld van de Engelsen die nu Ramskapelle in brand steken.

De Vlamingen slagen er in om de Engelsen weer in zee te drijven, richting thuisland. Onderweg gaan hun schepen voor anker in de haven van Nieuwpoort en leren we opnieuw een bloedmooi detail uit onze vaderlandse geschiedenis kennen. Het verhaal van de stielman Wouter Janszone. ‘Hy roefde den Ingelsschen de taeffele van den hoeghen outare van Sent Annen ter Mude, dewelke sy daer gheroeft hadden, ende oec vele anders goedts van haren roeve, dat zy ghemeent hadden in Inghelandt te voerene’. Of de kostbaarheden al dan niet werden terugbezorgd aan de rechtmatige eigenaars in Sint Anna ter Muiden, komen we helaas niet te weten.

De moord op de hertog van Orleans
Het wordt weer menens met de grote oorlog. In het najaar van 1405 verzamelt graaf Jan de Vlaamse adel in de Westhoekstad St.-Omer. Van hieruit plannen ze een opmars naar Calais dat door de Engelsen al tientallen jaren bezet wordt gehouden. De mobilisatie gaat ononderbroken zijn gang. Alle beschikbare mankracht en middelen worden aangevoerd daar in St.-Omer. ‘Groete provandssce van busscen, blyen, springalen en anderen diversschen engienen ende oec van vytaillien.’ De troepenopbouw van Jan van Bourgondië gebeurt blijkbaar erg tegen de zin van de Franse koning die hem een koninklijk bevel laat afleveren om weg te blijven uit Calais. Iedereen die het bevel negeert, riskeert de galg.

Op 10 november 1405 moet het gezelschap ongetwijfeld gezucht en gesakkerd hebben. Velen onder hen zijn van heel ver afgereisd en hebben kosten noch moeite gespaard om het Vlaamse leger van de graaf te vervoegen. Ze hadden zelf geld geleend met borgstellingen op hun land en nu moeten ze onverrichterzake afdruipen. Het is een schande. Vinden ze. En amper een etmaal later, nog tijdens ‘Sente Martinsnacht’, profiteren de Engelsen ervan om Sint-Omer binnen te dringen.

‘Sy roefden de Vosselaerstrate, ende trocken ten Predicaren, ende sy wilden ’t covent verbarren ende roeven, maer de broeders gaven hemlieden te drinken zeere goeden wijn, die hem de hertoghe Jan gegeven hadde, ende daden hem de beste chiere, die sy consten, ende hieromme lieten sy ’t cloester staen, ende en mesdeden hemlieden niet, ende des andersdaghs ’s nuchtens, omtrent den vieren, doen reden de Inghelssche ’t huuswaert met haren roeve ende met haren ghevanghenen, te Calays, te Hoye, te Ghysen, te Mark, te Balighem ende te Sandtgate.’ Veertien dagen later wordt Parijs opgeschrikt door de moord op de hertog van Orleans, de broer van de koning Karel van Frankrijk. Geliquideerd in opdracht van onze eigenste graaf. De vierde december van 1405 staat de stad van Brugge 11 dagen onder water, ‘soe dat lieden moesten woenen up hare solders ende daer hare spyse berieden’.

23 april 1408: de coup op het Brugse stadhuis
De watersnood is de voorbode van nog meer onheil. Op 23 april 1408 plegen de Bruggelingen een coup op het stadsbestuur. De administratie en het regiment van Brugge gaan over in handen van Clays de Soutere, Lievin Schotelare, Jan Biese en Jan Bortoen. Ze beloven aan de graaf om voortaan de vijfde penning van de jaarlijkse inkomsten van de stad aan hem af te staan. Zes van de ‘heerlijkste’ poorters worden uit Brugge verbannen. Het zijn zij die onder het bewind van Filips de Stoute de hele tijd de lakens hadden uitgedeeld in de stad. Jan Camphin, Jan Hoenin, Clays Barbesaen, Zeger van den Walle, Victor van Aartrijke en Pieter de Smet worden voor de Brugse hallen veroordeeld als zijnde staatsgevaarlijke elementen. Vijanden van de graaf Jan ‘ende den lande van Vlaenderen, ende haerlieder goedt was gheconfiskierdt, ende gheleydt ter taflen van den grave van Vlaenderen.

We gaan nu naar ‘Ludeke’. Zo wordt Luik in die dagen genoemd. Best een charmante naam, maar dat is dan ook alles. Het gaat er woelig aan toe, daar in ons Ludeke. Bisschop Jan van Beyeren wordt er weggejaagd en vervangen door de zoon van de heer van Peruweys. De verjaagde van Beyeren heeft zijn positie alleen maar te danken aan zijn familieband met hertog Jan en graaf Willem van Holland. September 1408. Hij smeekt hun om militaire hulp om hem te komen ontzetten uit het geblokkeerde Maastricht.

Een ontzaglijk leger, waaronder een grote menigte van edel volk maakt een tussenstop ergens op een schoon veld tussen Tongeren en Luik, waar het tot een bloedige confrontatie komt met duizenden moedige Luikenaars die uiteindelijk geen partij blijken te zijn tegen de overmacht van Jan, de graaf zonder vrees. ‘Die van Ludeke worder daer versleghen bet dan xxviijm mannen’, u leest goed 28.000 mensen sneuvelen, ‘ende daer bleef de goede oude heere van Peruweys versleghen, ende sijn sone de bisschop van Ludeke, ende meenich eedel man uut Ardanen, uut Buyllion ende uut den graveschepe van Loen’.

Uit deel  4 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *