banner
Jun 21, 2018
3868 Views

De bevrijding van Vlamertinge

Written by

Op dinsdag 6 juni 1944 ’s morgens landden de Engelsen op de Franse zeekust tussen Le Havre en Cherbourg! Na een hardnekkige strijd werden de Duitsers achteruitgeslagen en weldra kon men hier door allerhande voortekens vaststellen dat het Duits leger tot de aftocht gedwongen werd.

banner

De Duitse aftocht gezien te Vlamertinge

Op dinsdag 6 juni 1944 ’s morgens landden de Engelsen op de Franse zeekust tussen Le Havre en Cherbourg! Na een hardnekkige strijd werden de Duitsers achteruitgeslagen en weldra kon men hier door allerhande voortekens vaststellen dat het Duits leger tot de aftocht gedwongen werd.

Vier dagen na voornoemde landing lieten de Duitsers de startbaan op het vliegplein van Vlamertinge in sstukken springen. Op zaterdag 26 augustus 1944 vernam men via de Engelse radio dat voortaan het mitrailleren van alle vervoermiddelen uitgebreid werd tot België en dezelfde dag werd op de statiekaai hier een hoop hout, dienstig voor barakken, gemitrailleerd en tot twee maal toe werden de Duitse auto’s tussen ’t Hoeksen en de Brandhoek beschoten.

De burgers die nog op het vliegplein werkten werden allen op 1 september 1944 afgedankt. ’s Morgens werd een goederentrein bij de Augustijnenstraat gemitrailleerd en ’s avonds een paar Duitse auto’s op de staatsbaan tussen ’t Hoeksen en de Brandhoek.

De volgende nacht zijn de hier ingekwartierde Duitse soldaten in de richting van Ieper vertrokken. Op zaterdag 2 september 1944 ’s middags, werd een Duitse auto, waarop vijf ongeladen torpedo’s lagen, door een Engelse vlieger in brand geschoten. Dat gebeurde nabij herberg ‘De Campagne’, Hospitaalstraat. De landbouwerszoon Oscar Lemahieu was daar juist met paard en kar. Het paard werd door de mitrailleuse-kogels gedood en de jonge landbouwer kwam er met de schrik van af.

’s Namiddags deden Duitse soldaten de loodsen op het vliegplein in stukken springen en staken gebouwen en materiaal in brand. Van ’s morgens kreeg men geen elektriciteit meer, zodat de mensen niet meer naar de radioberichten konden luisteren en voortaan zelf een denkbeeld van de oorlogstoestand moesten vormen naar hetgeen ze hoorden of zagen.

Men voelde dat de bevrijding op komst was, maar hoe en wanneer dat bleef een vraag! Reeds op 30 augustus 1944 zag men hier op de staatsbaan Poperinge-Ieper, weliswaar in geringe aantallen Duitse soldaten in aftocht. Vanaf vrijdag 1 september 1944 tot de volgende woensdagvoormiddag trokken hier haast onophoudelijk, zowel bij dag als bij nacht Duitse troepen voorbij, komende uit Frankrijk over Poperinge.

Sommige van deze troepen overnachtten hier op hofsteden, in scholen of andere gebouwen om ’s anderendaags zo spoedig mogelijk hun vlucht langs Ieper voort te zetten.

Het was een ordeloze aftocht van het Duits leger. Welk een verschil met de intocht van de Duitsers einde mei 1940. Er waren nog wel groepen van hetzelfde regiment bijeen, maar zeer veel soldaten schenen hun regiment verloren te hebben! De enen reden per moto, auto of fiets, de anderen te paard. Velen gingen te voet of zaten op honderden Franse boerenwagens, karren en allerlei voertuigen. Ook kanonnen, afweergeschut, tanks, veldkeukens, vrachtauto’s met allerhande materieel, auto’s van het Rode Kruis, enzoverder, enzeoverder trokken in grote aantallen Ieperwaarts.

Op veel Duitse auto’s zaten soldaten langs voor op de motor met het geweer in de hand geklemd, schietensgereed en loerend naar mogelijk onraad, hetzij op de grond als in de lucht. Bijna alle voertuigen, gemotoriseerd of niet, waren gecamoufleerd met groen bebladerde takken om niet opgemerkt te worden door de Engelse vliegers. De Duitse soldaten waren zeer beducht voor de Engelse vliegers en bij de minste bedreiging zochten deze vluchtende soldaten een schuilplaats in de grachten langs de baan of zo het paste in woonhuizen of gebouwen.

De infanteristen waarvan sommigen geen wapens meer droegen, waren in het algemeen vermoeid, afgemat en versleten. Enigen maar half gekleed of met gekneusde voeten van het verre gaan. Weinig voertuigen waren getrokken door Duitse legerpaarden en gemend door Duitse soldaten, maar honderden Franse boerenwagens waren getrokken door Franse boerenpaarden en geleid door Fransmannen. Wanneer deze paarden de nodige rust niet konden krijgen en afgemat of afgebeuld waren, werden ze vervangen door andere paarden, ter plaatse opgeëist of meegenomen. En zo werden ook verscheidene Vlamertingse boeren verplicht man en paarden te leveren om de Duitsers met hun materieel verderop te voeren.

Een boerin van Vlamertinge die zich verzette tegen het meenemen van haar paard, kreeg van een Duiste soldaat een geweerschot in de bil en het paard werd alsnog meegenomen. Dit gebeurde op 5 september. Nee, het was nu geen zegevierende optocht meer maar een wanoderlijke haastige aftocht. Deze vluchtende soldaten zager er in het algemeen bedrukt en teleurgesteld uit. Sommigen schenen zich te schikken in hun lot. Anderen maakten zich kwaad wanneer hun door burgers gezegd werd dat ze ingesloten waren en een afzonderlijke soldaat fluisterde weleens dat de Tommies binnenkort hier zouden aankomen.

Duitse soldaten eisten die dagen, naast paarden wagens ook de fietsen op, niet alleen langs de straat, maar zelfs zochten ze sommige huizen door. Het rijwiel mocht slechte banden hebben of niet, zelfs fietsen zonder banden werden meegenomen om hun vlucht te kunnen verhaasten.

Het volk geraakte deze opeisingen rap gewoon. Paarden werden elders gestald en de rijwielen uiteengenomen of verstopt. Bij navraag om paarden of fietsen was het gebruikelijke antwoord ‘gisteren al door Duitse soldaten meegenomen’, maar niet altijd werd dit antwoord zomaar aanvaard. Gedurende die aftocht warfen nu en dan Engelse vliegers boven de gemeente, maar de laatste twee, drie dagen lieten ze hier even die vluchtende soldaten met rust.

Ondanks een zekere vrees nopens een mogelijke strijd hier tussen het wegtrekkende en het aankomende lager, was het volk vol hoop en moed. Men mocht zijn blijdschap nog niet luidruchtig tonen, ten minste niet bij die vluchtende soldaten. Kalm blijven was de leuze. Die dagen waaide een tamelijke zuidwestenwind en buren ondereen lispelden betekenisvol en met een blijde glimlach op de liggen ‘ze hebben de wind van achter!’.

Op maandag 4 september 1944 hoorde men enkele tijd aanhoudend kanongebulder in het zuidwesten en ’s anderendaags werd het kanongeschut beter waargenomen uit de richting van de bergstreek. Het geraakt woensdag 6 september 1944. ’s Morgens duurde de Duitse aftocht hier voort, maar deze soldaten waren haastiger dan die van de vorige dagen omdat ze de paarden lieten lopen.

Rond de middag trok voor mijn woning de laatste wagen voorbij met twee Duitsers er op en iets na 13u zag men op voornoemde plaats de laatste Duitse soldaat voorbijgaan. Deze was zeer gejaagd en keek nu en dan om met een onrustige blik, want mitrailleusegeschut en ratelend gerucht werden waargenomen in de richting van Poperinge! Dit was hier de laatste dag van de Duitse bezetting.

De bevrijding van Vlamertinge

Woensdag 6 september 1944. Nauwelijks was de laatste Duitse soldaat hier te voetvoorbijgetrokken of men hoorde het mitrailleusegeschut uit de richting van Poperinge nader en nader komen! Uit voorzichtigheid trok het volk zich meestal in huis terug. Opeens hoorde men het ratelend en oorverdovend gerucht van zware tanks die op de betonbaan voorbijreden.

Men keek door de venster. ‘Het zijn Engelsen! De Engelsen zijn daar!’, was de algemene kreet en elkeen stormde naar buiten en begroette deze bevrijders luidruchtig en uitbundig. De mensen hadden lang moeten zwijgen en verkroppen maar nu mocht men de teugels vrij laten vieren aan de vreugde van de bevrijding waardoor sommigen tot tranen toe bewogen waren.

Bij deze intocht werden er bloemtuilen en fruit op de voorbijrijdende tanks en auto’s geworpen. Weldra prijkte de Belgische vlag aan veel huizen. Het is onmogelijk de vreugde en de blijdschap van het veolk te beschrijven bij de aankomst van dit machtig en groots gemotoriseerd bevrijdingsleger en voor velen zal de aanblik van deze eerste bevrijders nog lang bijblijven.

Het was om 13u30 (volgens de zon om 11u30) toen de eerste vijf pantserwagens hier voorbijreden, met korte tussenpozen gevolgd van nog 40-50 zulke zware tanks, waartussen zich motorijders mengden. En daarna kwam vrachtauto’s, kleine gepantserde wagens, personenauto’s, moto’s, rode kruiauto’s, afweergeschut, kanonnen, enzoverder. De hele doortocht duurde tot 22u in de avond.

Boven elke grote pantser stond kalm en statig een koene waarnemer, de vreugde op het wezen wegens het blijde onthaal. Met de ene hand wuifde hij terug, al reeds moe van het vele teruggroeten of hij toonde een V (beginletters van victorie) met de twee vingers. Terwijl de andere hand een microfoon vasthield, want deze pantsers stonden in radiotelefonische verbinding met lkeaar, ofwel een verrekijker waarmee de omgeving afgespied werd tegen alle onraad, want het gebeurde dat door de achtergebleven of ingehaalde Duitse soldaten, hetzij langs de spoorbaan of van de omliggende velden of boerhoven nog geschoten werd!

Na het voorbijrijden van die zware tanks, gedurende een kleine tussenpoze van ander aanrollend oorlogstuig, werd bij het kapelletje van O.L.Vrouw van Troost op het Hoeksken door een vijftiental buren spontaan een tientje van de paternoster gebeden om Onze-Lieve-Vrouw te bedanken voor deze plotse en gemakkelijke bevrijding.

Niet alleen de waarnemers van de tanks werden door de bevolking geestdrifitg toegejuicht, maar ook alle soldaten die volgden, zowel die per moto of per auto. De mensen waren in een vreugderoes. Van zodra er auto’s stilhielden en soldaten uitstapten, omringde het volk deze bruingebrande koene strijders en men bemerkte dadelijk het woord ‘Poland’ op het bovenste van hun mouw. Het waren geen Engelsen, geen Amerikanen of Canadezen maar Polen!

Deze Poolse geblindeerde afdeling onder het bevel van generaal Maczek maakt deel uit van het eerste Canadees leger. Leve Polen!

Bij hun intocht schoten de Polen enkele mitrailleusekogels op de Brandhoek, nabij de Galgestraat waar strijdende Duitsers achter de spoorbaan verscholen zaten. Op de hofstede van Jerome Devos en bij de herberg ‘Buda’ waren de Duitsers aan het wegtrekken toen de eerste Poolse tanks in zicht kwamen. Sommige Duitsers schoten met hun geweer naar die tanks maar kregen spoedig enkele mitrailleusekogels terug. Vier Duitse paarden werden in deze schermutseling gedood. Enkele Duitsers vluchtten weg over het land terwijl anderen zich krijgsgevangen gaven.

Van op de velden bij de hofstede van Omer Clarebout, nabij de Lombaardbeek, schoot een Duitse soldaat met een mitrailleuse naar de Poolse tanks maar het duurde niet lang vooraleer hijzelf neergekogeld werd (1). Terwijl deze Poolse tanks naar Ieper oprukten en deze stad gedeeltelijk omsingelden werd aan de Poolse tanks, komende uit Dikkebus, gedurende ruim één uur weerstand geboden op den Krommenelst.

In de Vijverdreef schoten de Duitsers met een paar anti-tank-kanons en menige Duitse soldaat die zich achter gebouwen of in de loopgrachten langs de baan Dikkebus-Ieper verscholen had, zette de strijd voort met geweer of mitrailleuse, teneinde zoveel mogelijk de vooruitgang van het aanrollend leger te stremmen. Deze weerstandsnesten werden weldra door de Poolse tanks uitgeroeid en hier ook weer menig krijgsgevangene gemaakt.

In dit gevecht werd een Duitse soldaat (2) gedood in de weide van de landbouwer Benoit Gombeer. Daarbij werden verscheidene huizen min of meer beschadigd, enkele koeien gedood; een loeie vlas, een mijt koolzaadstengels en de stalling van herberg ‘De Hovenier’ in brand geschoten.

Na deze weerstand gebroken te hebben omsingelden de Polen de stad Ieper langs de Augustijnenstraat en de Kruisstraat en nog diezelfde avond werd ook Ieper bevrijd. Die avond werd een Poolse motorijder die rond Ieper door granaatscherven aan het hoofd gekwetst werd met een ambulance-auto naar de Krommenelst gevoerd ter verpleging, maar deze dappere krijgen is er ’s nachts overleden en de volgende dag begraven in de hof van Julien Cappelle.

De naam van deze soldaat is niet gekend door de inwoner, maar hij verklaart dat er een fles waarin papieren staken bij het lijk gelegd werd en dat sindsdien kameraden van deze held een bezoek aan dit graf hadden gebracht. De twee hoger vernoemde Duitse soldaten werden ’s anderendaags (7 september 1944) naar het gemeentekerkhof van Vlamertinge overgebracht en daar begraven langs de kant van de pastorie. Eerwaarde heer onderpastoor Devynck heeft de absolutie gebeden bij de teraardebestelling van deze soldaten.

Op bijna elk gemotoriseerd voertuig van de Polen was met krijt geschreven dat deze of die gemeente of stad op zulk een dag en uur bevrijd was. Natuurlijk werd de bevrijding van Vlamertinge en zelfs van de Brandhoek ook op een of ander voertuig vermeld.

Men bemerkte weinig Engelse vliegtuigen boven de streek tijdens deze zegevierende intocht! Tgerwijl er colonnes auto’s stilhielden langs de baan, rond 19u ’s avonds, schoten de Duitsers gedurende ongeveer een kwartier enkele tientallen brisantobussen naar Vlamertinge. Een tiental obussen vielen rond de hofstede ‘Het Legergoed’ waar in een weide vier paarden die toebehoorden aan landbouwer Arthur Vandeputte gedood werden. Ook op de hofstede van Daniël Derycke, langs de Brielenstraat werden twee koeien gekwetst en een obus viel op het woonhuis. Nog op andere plaatsen, zo onder andere bij de hofstede van Cyriel Struyve en rond de Augustijnen- en Omloopstraat vielen verscheidene brisantobussen te lande.

Met het vallen van de avond verwijderden zich veel auto’s en kanonnen van de grote verkeersbaan tussen het Hoeksken en de Dorpsplaats en ’s anderendaags toen het klaar werd, bemerkte men op de landerijen tussen Bontes dreef en de Hospitaalstraat tientallen kanonnen in slagorde, maar gelukkig zijn die niet in actie moeten treden.

De Polen waren hier nauwelijks toegekomen of door de ‘witte brigade’ van Vlamertinge werd overgegaan tot de aanhouding van de Duitse soldaten die zich hier en daar teruggetrokken of verscholen hadden. Er werden te Vlamertinge op de Krommenelst 187 Duitse soldaten en 6 Duitse officieren krijgsgevangen genomen. De soldaten werden opgesloten in de gemeenteschool en de officieren eerst in het huis van wijlen Charles Vereecke en daarna in het gemeentehuis.

Onder deze krijgsgevangenen bevonden zich verscheidene Polen die verplicht waren soldaat te spelen voor Duitsland en deze Pools krijgsgevangenen werden aanstonds door voornoemde Poolse legerafdeling meegenomen.

De wind, sedert enige dagen hevig, was gestild en het weer was schoon gedurende die heuglijke namiddag maar het regende bijna heel de volgende nacht.

Deze verblijdende bevrijdingsdag zal door het volk van de streek niet gemakkelijk vergeten worden en in de annalen geboekt blijven.

Remy Duflou in ‘De Poperingenaar’ van 1946 – www.historischekranten.be –

(1) Deze Duitse soldaat heette Hans Erwert, geboren te Rehden op 17-05-1920 en woonachtig te Füchou (Kreis Hagenon Duitsland)
(2) Deze Duitse soldaat heette George Schorer, geboren te Rottenried bei Stornberg op 25-5-1919 en woonachtig te Gürthafen bij Augsburg in Duitsland.

Article Categories:
vergeten geschiedenis
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *