In het kadaster van 1314 vinden we ook interessante wetenswaardigheden over de Spelleplekke (aan de inham van Nieuwe Ijde bij Oostduinkerke) die op ongeveer vijf kilometer verwijderd is van de stad van Nieuwpoort. De Nieuwe Ijde telt 140 percelen, over een totaal van een kleine drie hectare grond. De woningen aan de Spelleplekke liggen her en der in de duinen verspreid en zijn door zandweggetjes met elkaar verbonden. Er is ook sprake van een “Visschershuus”, een soort centrum voor de vissers. Er staat een molen en een soort parochiaal centrum, het huis van de “kercke van der Hijde” dat ook als “huus van der steide” geboekstaafd blijft. Hier zwaait de pastoor, de “pape Eustaes van Ansinghem” de plak.
De circa vijfhonderd bewoners van het sterk geïsoleerde Nieuwe Ijde hangen natuurlijk in grote mate af van het werk dat ze vinden in zowel Nieuwpoort als Veurne. De vier hoofdwegen van en naar de Spelleplekke zijn niet zonder belang. Er is de “mene wech besuden an de galghe toter Nieuwerpoort”, de “winterwech”, een gemene weg “zuut te Veurne waert” en de “kerckwech”. Die kerkweg loopt trouwens landinwaarts en dient “om te oesterne”, om zich te bevoorraden. Rond 1357 zal de bevolking nog de toelating krijgen om een tot dan toe betwiste “voetwech” richting Nieuwpoort te mogen gebruiken. Het wegeltje verbindt de Nieuwe Ijde met het gebied “benoorden der galghen” te Nieuwpoort.
Vlakbij de Nieuwe Ijde zien we vanaf 1296 ook de “kete des dunes” opduiken. Het gaat hier waarschijnlijk om een zoutziederij, een zoutkeetinstallatie die dient om zout te winnen uit het Noordzeewater. Het gebouw wordt door de grafelijke ontvanger vrij regelmatig in pachtgebruik aangeboden aan geïnteresseerde partijen. Het aantal gegadigden om de “kete des dunes” te huren, wijst op een lucratief handeltje hier in de duinen en dicht bij de zee.
Fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek


