Robrecht van Bethune, graaf van Vlaanderen, gaf bij akte van 23 juli 1320 vergunning aan de Ieperlingen tot het graven van een vijver, op de ‘Kemmel’, tussen Vlamertinge, Dikkebus en Voormezele, onder verscheidene heerlijkheden.
Hij stond hen toe de nodige gronden te onteigenen, mits betaling van een rechtvaardige en redelijke prijs en behoudens de rechten en de heerschappij van de graaf en anderen.
Onder de verkopers van gronden treft men aan: de proost van de Sint-Maartenskerk van Ieper, Jan van Voormezele, Herbert de deken van de Sint-Pieterskerk van Rijsel en anderen.
Die deken Herbert heeft bij akte van 1 mei 1323, in zijn naam en in de naam van het kapittel verkocht aan de schepenen van de stad Ieper 24,5 gemeten en 60,5 roeden land (= ongeveer 11 à 12 hectare) gelegen te Vlamertinge, om in een vijver herschapen te worden. Deze verkoop had plaats mits een jaarlijkse rente van 17 stuivers, betaalbaar met Kerstdag en op voorwaarde dat het kapittel op deze gronden zijn wereldlijke rechtsmacht en het heffen van de tiende blijft behouden voor het geval deze gronden opnieuw beschikbaar zouden gemaakt worden voor de landbouw.
De vijver werd gegraven in 1321. Hij is gelegen aan de voet van de Kemmelberg en op ongeveer 4.700 meter ten zuidwesten van Ieper en hij heeft een oppervlakte van 42 hectare en 75 aren.
Dikkebusvijver ontvangt de regenwaters van de Kemmelberg en omliggende bronnen en is bestemd, om samen met Zillebekevijver te voorzien voor drinkbaar water aan de inwoners van Ieper.
Ook kon men met het water uit Dikkebusvijver de ‘Bellevloed’ veroorzaken, t.t.z. een zekere oppervlakte grond onder water zitten, dicht bij de stad Ieper, tussen de Rijselsteenweg en de Bellesteenweg gelegen.
Insgelijks dient dit water tot het bevoorraden van de Boterplas en de Majoorgracht te Ieper. Het overtollig water van Dikkebusvijver wordt afgevoerd in de Vijverbeek welke uitmondt in de Boterplas te Ieper.
Tot het graven van deze vijver werden 51 gemeten grond (circa 22,5 hectare) ingenomen van de heerlijkheid van de Crommenelst. Deze heerlijkheid, met eigen bestuur, werd onder de Franse revolutie afgeschaft en bij de gemeente Vlamertinge gevoegd.
Kort na de oorlog 1914-1918 liet de stad Ieper een waterkasteel bouwen op de grens van Vlamertinge, in het park van het kasteel van de Crommenelst. Dit kasteel werd trouwens tijdens deze oorlog vernield). Samen met een pompstation werd het waterkasteel opgericht langs de Vijverdreef, dicht bij de vijver, insgelijks op Vlamertinge’s grondgebied.
Het Vijverhuis is Dikkebus voor de wet en Vlamertinge voor de kerk.
–
Remy Duflou in de krant van 1930 – www.historischekranten.be –


