banner
feb 7, 2025
158 Views
Reacties uitgeschakeld voor Dreiging aan de kust

Dreiging aan de kust

Written by
banner

Mei 1491. Langs de kust zwerft een grote Franse vloot en dit voelt bedreigend aan voor de kustbewoners. De mensen vrezen dat er wel eens een havenstad zou kunnen worden aangevallen. Of misschien mogen ze wel weer roofpartijen verwachten. Extra wachtposten houden voortaan elke beweging op zee in de gaten. Nadat ze wat in het rond hebben gekruist, pogen de Fransen ter hoogte van Oostduinkerke aan land te geraken. De kustbewoners hebben het vijandelijk spelletje door en komen massaal toegelopen waarop de schepen weer het zeegat kiezen. Ik kan hier inderdaad moeilijk van een hazenpad spreken.

Karel van Halewijn, de bestuurder van Duinkerke, heeft berichten opgevangen dat de Fransen van plan zijn om zijn stad in te nemen en verzoekt om bijstand in Veurne, maar uiteindelijk blijkt ook die dreiging een scheet in een fles voor de Westhoek. Er volgt nog een poging in de buurt van Westende met de bedoeling om dan maar op strooptocht te gaan in het Vrije. ‘Het alarm werd aanstonds op alle de prochien zo sterk geslagen dat er in korte tijd een grote menigte volk naartoe liep en de Fransen genoodzaakt waren om weer in te schepen.’

Het regent problemen. Nu met de Duitse huurlingen die her en der gelogeerd zijn in West-Vlaanderen en zich gefrustreerd voelen dat ze weer eens moeten wachten op hun centen. Avonturiers van laag allooi en met beperkte verstandelijke vermogens, sukkels die zich verkopen aan de hoogst biedende en dan niet betaald worden. Ik moet er eigenlijk geen tekening van maken. Als ze het niet tijdig krijgen dan zullen ze het wel grijpen waar het te vinden is. ‘En zo begonnen ze te muiten en maakten zich meester van Diksmuide. Ze deden daar zo veel moedwilligheden aan de inwoners dat veel van hen naar andere steden wegvluchtten. De Duitsers liepen ook in grote menigte op de kasselrij van Veurne, doende aldaar grote overlast aan het landvolk.’ De bestuurders van Veurne klagen hierover steen en been bij de gouverneurs van het land.

Het probleem van de muitende Duitse soldaten van Maximiliaan moet zich afspelen tijdens de winter tussen 1490 en 1491. Na een stroom van klachten vindt er uiteindelijk op 12 maart 1491 een overlegvergadering plaats om de problemen aan te pakken. Maximiliaan laat zich vervangen door de hertog van Saksen die aangesteld is als gouverneur van de Nederlanden. De West-Vlamingen eisen dat de soldaten eerst en vooral moeten krijgen waar ze recht op hebben. Albrecht van Saksen belooft de zaak te bekijken en antwoord te brengen op 22 maart. Het zal uiteindelijk nog duren tot 12 april vooraleer Denis van Morbeecke met een goede som geld naar Diksmuide gestuurd wordt om de Duitsers tevreden te stellen en hen aan te sporen om er te vertrekken. ‘Alles gebeurde trouwens naar wens.’

De vrees voor een Franse invasie blijft latent aanwezig bij het aanbreken van de zomer van 1492. De streek van Belle en Poperinge heeft het al mogen ervaren. ‘Daarom deed men op de uiterste palen van de kasselrij grote wachte houden en alsook de straten opdelven en beschansen. Met legde veel volk op de wal van Roesbrugge dewelke nog zeer versterkt werd om zo de Fransen te beletten van langs daar hun doortocht te nemen.’ Ook de Duitsers worden op afstand gehouden want blijkbaar zijn die andermaal aan het muiten geslagen bij gebrek aan betaling. Wat een hopeloze en uitzichtloze tijd toch. De vreemdelingen dreigen er weer mee om Diksmuide in te nemen. Het magistraat moet verdorie zijn eigen mensen optrommelen om de stad te helpen beschermen tegen de legers die hen zouden moeten beschermen.

De Westhoekbevolking zal wel de buik vol hebben van deze of gene partij. Steun aan de Roomse koning, mijn kloten ja, veel sympathie zal er ondertussen al lang niet meer bestaan voor de Duitse bezetter. Terwijl ze krampachtig proberen om de Fransen van hun land te houden, blijven de mannen van Maximiliaan de boel verpesten. Heel de helse zomer van 1492 gaat zo voorbij in een kokend sfeertje van ongenoegen en onrust.

In het najaar komt het tot een nieuwe uitbarsting. ‘Op de 15de oktober van 1492 kwamen de Duitsers tot Lo en de parochies van daaromtrent legeren. Ze deden de landslieden hen de kost en veel geld geven en bleven zich daar ophouden tot in de maand van december. In die tussentijd kwamen die Duitsers ook dikwijls bij grote hopen en zonder orde in andere gemeenten van de kasselrij liggen, van waar ze vaak werden weggezonden door extra geld die het stadsbestuur van Veurne-Ambacht voor hen had vrijgemaakt. Het was wel erg dat men finaal verplicht werd om de grenzen van de kasselrij ook af te sluiten tegen het binnendringen van de Duitsers, zoals men dat eigenlijk moest doen zoals met de vijand.’

Het achterliggend probleem ligt bij Filips van Kleef die zijn bastion Sluis met hand en tand verdedigt tegen de troepen van de hertog van Saksen en Maximiliaan. Terwijl het er de hele zomerperiode hard aan toe gaat in Sluis, vangt de Westhoek de randfenomenen van de oorlog op. Uit de regio van Veurne vertrekken er in augustus 1492 zesentwintig pioniers om mee te helpen bij de verovering van het Sluise bolwerk. Na lang aandringen van zijn vader, beslist Filips om vrede te sluiten met Maximiliaan en Sluis over te leveren aan zijn troepen. De vreugde in het land is algemeen. Zal er nu eindelijk vrede komen?

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.