banner
dec 15, 2025
62 Views
Reacties uitgeschakeld voor Een dubbeltje op zijn kant voor Veurne

Een dubbeltje op zijn kant voor Veurne

Written by
banner

Veurne blijft trouw aan Maximiliaan en verweert zich hardnekkig tegen de andersgezinden. De inwoners worden beschermd door hun kapitein Jacob van Tepelle, een voormalig krijgsman die het klappen van de zweep blijkbaar erg goed kent. De burgemeester slaagt er zelfs in om een garnizoen Duitsers te laten logeren binnen de stadsmuren.

Het blijft trouwens een dubbeltje op zijn kant om te zorgen voor de gewenste munitie en oorlogsvoorraden en al die extra monden moeten natuurlijk ook nog gevuld worden. Op 15 juni 1488 houden die van Veurne en Veurne-Ambacht een algemene vergadering . De geestelijken van de kasselrij en van Sinte Walburga zijn eveneens van de partij. Net zoals de edelen met hun blauw trouwens, want die wanen zich uiteraard onmisbaar.

Hoe zouden ze de bescherming van de stad en de kasselrij aanpakken? Allemaal niet vanzelfsprekend. Toch komen er beslissingen uit de bus. Eerst en vooral moet de stad extra versterkt worden, zo goed en zo kwaad als het enigszins mogelijk is, de kasselrij zal instaan voor de helft van de kosten. Later zal blijken dat dit aandeel meer dan 1750 ponden zal bedragen.

De aankoop van munitie en schietpoeder wordt op dezelfde manier geregeld. Elk zijn aandeel lijkt voor al de partijen fair. Er worden twintig ruiters en dertig voetknechten naar Veurne gedetacheerd om zich te stellen onder het gezag van Denis van Morbeecke, de heer van St.-Omer, een ‘kloek en deftig oorlogsman’ die aangesteld wordt als de vervanger van Jacob van Tepelle die op zijn beurt doorschuift naar de functie van hoogbaljuw. Van Morbeecke krijgt een zekere Maarten van Fontegnis, ‘Trondelot’ als luitenant. Hij zal achteraf aangesteld worden als landhouder van de commune van Veurne-Ambacht.

Het blijkt eigenlijk pas enkele bladzijden verder in de jaarboeken van Veurne dat de bewuste vergadering van 15 juni 1488 er gekomen is op uitnodiging van Maximiliaan zelf en dat die doorgegaan is in Sint-Winoxbergen. De aanwezigen krijgen er de niet mis te verstane aanbeveling om daar ook hun eed van getrouwheid aan de Roomse koning af te leggen. Die van de omgeving van Veurne en van enkele andere steden van West-Vlaanderen doen dat met plezier en overtuiging.

De rest van Vlaanderen kan de houding van Veurne allerminst smaken en maakt dat direct duidelijk. ‘Die van Brugge en van het Brugse Vrije kwamen dikwijls onverwacht over de Ijzer om in Veurne-Ambacht te plunderen en te roven. Om dat te beletten werd er bevolen om het zeewater via de sluis van Nieuwendamme in de Ijzer te laten stromen, zo hoog als het mogelijk was. En verder dat de landslieden van de nabijgelegen dorpen de wacht moesten houden langs de Ijzer.

Er werd nog een sterkte of een schans gemaakt om de sluis te beschermen en om de doorgang naar Nieuwendamme te beletten. De versterking werd door de lieden van St.-Joris en Ramskapelle bewaakt. Ondanks al die voorzorgen trokken de Vrijlaten af en toe toch wel degelijk de Ijzer over en richten ze grote schade aan in de kasselrij.’

Het volk van Veurne-Ambacht pikt dat geweld natuurlijk niet en verzoekt aan de kapitein van Veurne om met een deel van zijn garnizoen naar het Vrije te trekken om er orde op zaken te stellen. Met succes trouwens want ik lees onmiddellijk dat enkele pelotons direct vertrekken richting Nieuwpoort om enkele van hun collega’s op te pikken om nu samen te vertrekken naar de regio Brugge. ‘Ze liepen gezamenlijk geheel het Vrije af, allerhande vijandelijkheden bedrijvende terwijl de landslieden van Veurne-Ambacht de Ijzer overstaken en binnenvielen in dezelfde streek waar ze niets of niemand spaarden en er zorgen voor grote hinder.’

De magistraten van het Veurnse zijn natuurlijk op de hoogte van de extra Franse troepen die op komst zijn om de Staten van Vlaanderen te ondersteunen tegen Maximiliaan. Ze zenden spionnen uit om te weten te komen waar de Fransen hun kampen zullen opslaan. Dat blijkt Ieper te zijn. Langs de wegen van de kasselrij van Veurne wordt nu overal gewapend landvolk geplaatst om het platteland van plundering te vrijwaren.

Op 21 juni 1488 is het zover. Een Frans leger bestaande uit vijfduizend man voetvolk en zeshonderd ruiters komt Vlaanderen binnen op zijn weg naar Ieper. Hun leider is Philippe van Creveceur, de heer van Cordes. De maatregelen om den buiten te vrijwaren slaan natuurlijk nergens op tegen zo’n bende volk. Ik had het kunnen denken. ‘Dat volk haalde op de parochies van de kasselrij ten zuiden van de Ijzer gedurende hun trip grote roof.’ In Ieper zijn ze daar niet gelukkig om. Het was voor niets nodig om de onschuldige Vlaamse burgers van de buitengebieden te pluimen. De heer van Cordes reageert hierop door de gestolen dieren te laten terugbrengen naar hun oorspronkelijke eigenaars.

De Fransen hebben zich ondertussen al meester gemaakt van Duinkerke en zijn van plan om de hele Westhoek onder hun controle te brengen. Joris van Everstein, een Duitse kolonel en Denis Van Morbeecke laten dit niet zomaar gebeuren en sturen er Duitse, Vlaamse en Bourgondische manschappen op af om de bezetters uit de havenstad te verjagen. Iets waar ze ook in slagen en nu richten ze hun pijlen op Roesbrugge dat blijkbaar meezeult met de rebelse Staten van Vlaanderen tegen Maximiliaan.

‘De sterkte van Roesbrugge wordt ingenomen en het dorp wordt samen met de kapel in brand gestoken’. Ik weet het direct als ik de titel aan de rechterkant van het handschrift er op naspeur. Blijkbaar houden nogal wat rebellen zich verschanst in een of andere versterking die nu onder vuur komt te liggen van de legers uit Veurne. Na enkele stormlopen zwichten driehonderd verschanste rebellen voor de overmacht en worden ze verplicht om zich over te geven. Hun rijke buit zijn ze kwijt. Het hele dorp wordt inderdaad samen met de kapel en veel huizen en hofsteden uit het omliggende verbrand omdat de mensen het hier hebben aangedurfd om de wapens op te nemen tegen de Roomse koning.

Die van Veurne en Nieuwpoort staan zoals eerder gezegd dus wel aan de kant van Maximiliaan en dat verschaft hen blijkbaar een alibi om nu ook grote schade aan te richten in het Brugse Vrije. Blijkbaar zijn ze niet enkel tevreden met het plunderen van de mensen, maar proberen ze die ook gevangen te nemen zodat er een systematische vlucht op gang komt tot aan de poorten van Brugge. De Bruggelingen wachten niet lang om hierop te reageren.

Samen met die van het Vrije trekken ze er op uit om een einde te maken aan deze verderfelijke roofpartijen. Ik blijf in het ongewisse rond het aantal Bruggelingen die aan deze acties deelnemen, maar blijkbaar zijn er toch voldoende om al de versterkingen en de huizen in de regio Nieuwpoort en Diksmuide te gaan bezetten.

Everstein en Van Morbeecke laten het niet zomaar gebeuren en sturen er hun mannen op af. De kastelen van Gistel, Esen en Woumen worden heroverd en daarmee is de Westhoek weer gezuiverd van Bruggelingen. Iets wat natuurlijk niet lang duurt, wanneer die van Brugge een nieuwe aanval opzetten. Ik moet er geen tekening rond maken, maar wil toch wel de bemerking doorgeven dat Filips van Kleef, de heer van Ravenstein zich nu aan het hoofd zet als kapitein-generaal van de troepen. De reactie van Brugge heeft geleid tot een nationaal leger dat de Westhoek nu toch wel eens echt wil aanpakken.

11 augustus 1488. Ravenstein trekt richting Westhoek met een leger van zeventienhonderd ruiters en tweeduizend mannen voetvolk uit Brugge, aangevuld met zesduizend man voetvolk uit het Noord- en West Vrije. Ze stappen de hele nacht naar de streek van Nieuwpoort waar ze bij aankomst hun tenten opslaan aan de buitenzijde van de beruchte stadsmuren. ‘Kies de zijde van Maximiliaan en niet die van zijn zoon Filips’ eist Ravenstein, iets wat ‘die van Nieuwpoort stoutelijk weigerden.’

Denis Van Morbeecke schiet te hulp vanuit Veurne en begint op zijn beurt de belegeraars van Nieuwpoort aan te vallen, iets waar hij blijkbaar ook in slaagt want de Bruggelingen zien zich verplicht om zich terug te trekken. Ravenstein laat een brug optrekken ter hoogte van Schoorbakke.

Terwijl die van Veurne zich hebben laten verleiden om Nieuwpoort te ontzetten, kan zijn leger misschien van de situatie profiteren door het nu relatief onbeschermde Veurne aan te vallen. Van Morbeecke ziet zich verplicht om zijn troepen haastig terug te sturen. Stratego op zijn best. De Bruggelingen sluiten zich de 13de augustus aan bij het Franse leger en bezondigen zich nu natuurlijk ook aan roof en plundering van de Westhoek.

De heren van Ravenstein en Cordes nemen nu Sint-Winoxbergen in de tang. Bergues. Het duurt niet al te lang voor de stedelingen zich daar overgeven. Ze mogen al tevreden zijn dat ze lijf en goed mogen houden. Daniel van Praet, de gouverneur van Sint-Winoxbergen, geeft zich niet over en vertrekt met zijn medestanders naar Broekburg die hij wat later ook daadwerkelijk inneemt. Van Praet verhuist nu naar Nieuwpoort waar hij aangesteld wordt als de nieuwe baas van de stad.

In Veurne zitten ze met de nodige schrik om hetzelfde lot te ondergaan als dat van hun buurstad Bergues. Op 22 augustus vertrekt Joos van Ekelsbeecke op missie naar Nieuwpoort en Diksmuide om daar bijstand te zoeken zodat Veurne een aanval van de Fransen zou kunnen overleven. Hij krijgt zijn medestanders zo ver dat ze tweehonderd Duitsers naar Veurne sturen om de stad te helpen verdedigen.

Er komt trouwens nog meer keizerlijke steun naar de Westhoek afgezakt. Nu ja. Afgezakt is een eigenaardig woord in deze context. Het gaat over een vloot Duitse soldaten die vanuit Holland via de Noordzee op weg is naar de haven van Nieuwpoort. Ravenstein brengt de inwoners op de hoogte van de nakende komst van soldaten en hulpgoederen en zo kom ik te weten dat die zogezegde Nieuwpoortse steun aan Maximiliaan er vooral komt uit de hoek van de rijkere burgerij en de adel.

De gewone burgers weten het zo niet en ondergaan de keuzes van de elite alleen maar. Veurne en Nieuwpoort zijn nu al kop van jut voor de rest van Vlaanderen. De komst van de Duitse schepen zal er nog een schepje bijdoen. En wie zal achteraf de pineut zijn? Juist. Zijzelf, de arme inwoners van Nieuwpoort. En heel gerust in die vreemde snuiters zijn ze trouwens ook niet. Zo blijkt het toch.

‘Daardoor rees tussen de burgers een grote twist. Het merendeel wilde niet dat die schepen in de haven zouden worden binnengelaten uit vrees voor de dreiging van Ravenstein en verder meenden ze dat ze grote overlast zouden hebben van die Duitsers.’ De als ‘schalks’ omschreven burgemeester van Nieuwpoort drijft natuurlijk zijn zin door en laat de soldaten toe in de haven en het centrum. ‘Een groot deel van die vreemde troepen bleef te Nieuwpoort en de rest werd naar Veurne en Diksmuide gezonden.’

De nieuw gearriveerde krijgsmacht zorgt onmiddellijk voor een verandering in de burgeroorlog. ‘De Duitsers deden scherpelijk den oorloge aan de weerspannige Vlamingen. Ze overvielen hun parochies en persten de inwoners ervan uit’. In Duinkerke nemen ze het zekere voor het onzekere en verzoeken ze om onderdak te mogen geven aan een garnizoen Duitsers. De enclave van steden die de Roomse koning trouw blijven situeert zich nu duidelijk in de hele Westhoek met Ieper als uitzondering en over de mening van de Poperingenaars krijg ik geen duidelijkheid.

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.