banner
dec 26, 2024
172 Views
Reacties uitgeschakeld voor Iemand aan de kaak stellen

Iemand aan de kaak stellen

Written by
banner

De kasselrij van Ieper heeft zijn eigen rechtspraak. Ik heb er ooit een uitgebreid hoofdstuk aan gewijd. Wanneer een man of een vrouw al voor de derde keer van overspel beticht wordt, wordt de veroordeelde verbannen op galg en put. Het is eigenlijk een heel simpele straf: ze moeten maken dat ze uit de streek verdwijnen en als ze alsnog opduiken en betrapt worden in het Ieperse, dan weten ze welke straf hen boven het hoofd hangt. Eigenlijk heeft de verbanning iets weg van een voorwaardelijke straf.

Het plakkaat van Keizer Karel op 4 oktober 1539 is duidelijk: ‘voor wie die mede ware in wille of in varde waar men wijf verkrachtte zoude men bannen uit het land van Vlaanderen, zes jaar, de man op de galg en ’t wijf op den put levende te delven.’ Vrouwen uit alle standen, van de geringste tot de deftigste burgerklasse, jeugd en ouderdom zonder onderscheid, worden op deze wijze gedurende ruime tijd om het leven gebracht. De voetnoot van de schrijver is duidelijk. De straf is bepaald schrikaanjagend en er zijn nogal wat verdachten die smeken om dan toch maar verbrand te mogen worden in plaats van levend begraven te worden.

De misdaad van valsheid wordt afgerekend met de strop. In Ieper, Brugge en Gent straffen ze de valsaards met ‘den pelorijn, sleutelen in ’t aangezichte ende met banne.’ Die ‘pelorijn’ blijkt een pellerijn te zijn, een frame in hout op dewelke de dader blootgesteld werd aan de spot en de belediging van het volk. De schandpaal van lang geleden is blijven leven in de term van ‘aan de kaak stellen’. Bij de pellorisatie worden vaak brandtekens aangebracht in het gezicht. Ook het afhouwen van de rechterhand en het afsnijden van de oren vervolledigen dikwijls de straf aan de schandpaal.

Meinedige en valse getuigen worden in de kasselrij van Ieper getrakteerd met een gloeiende sleutel op één van hun wangen. Een straf die in het oude Vlaanderen regelmatig toegepast wordt. Het zal dus wel op iemands gezicht te lezen staan dat het een valsaard is. Gwijde van Dampierre maakt eveneens gebruik van deze bestraffing; ‘Zo wie valse waarheden zegt of valse oorkonden voor de schepenen brengt, zal men drie dagen in de kooi zetten en daarna tekenen aan zijn kaak met een slotele en dan uit het land verbannen voor een periode van zes jaar op straffe van de galg en nimmermeer geloofd te worden daarna.’

Met overspel wordt er niet gelachen. Een uitspraak in Gent op 9 november 1554 bewijst dat vreemd gaan in Vlaanderen niet zo’n goed idee is. In naam van de justitie moet stadsbeambte Jan de Paepe in zijn ondergoed naar de kerk van Sint-Baafs stappen. Door de Hoogpoort met een kaars van twee kilo in de handen, geflankeerd door twee deurwaarders van de rechtbank. Hij dient er om vergiffenis te bidden, knielend op één knie. Zijn dienaarschap van de stad Gent is hij voor altijd kwijt.

Daarbovenop krijgt de man een boete van 20 gulden aangesmeerd plus de kosten van de gevangenis. De waarschuwing van het hof is duidelijk: de Paepe mag binnen zijn huwelijk geen andere meisjes of vrouwen boven zijn getrouwde huisvrouw verkiezen, oneerlijk te converseren op straffe van gegeseld te worden en nog zwaardere straffen te krijgen.’ Het houden van lichte vrouwen wordt anno 1459 door Filips de Goede bestraft met het afhouwen van de vuist en een verbanning van 10 jaar.

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.