Pas geschreven voor het nieuwe hoofdstuk ‘De komst van graaf Dirk’.
Er volgt een aanval met lansen en met zwaarden. Een kegelspel in het groot, met velen die neervallen. Een strijd tot ter dood. De getrouwen van Clito willen liever sterven dan verjaagd te worden uit het graafschap Vlaanderen. Galbert brengt trouw verslag uit. De Rudi Vranckx van zijn tijd. Tijdens de eerste clash staat Daniel aan de zijde van Dirk en vechten ze samen tegen het bataljon van graaf Willem. Richard Woldman, de neef van Tancmaar, wordt krijgsgevangen genomen. De confrontatie ontaardt gaandeweg in een regulier zwaardgevecht.
Het bataljon van Willem van Normandië begint te plooien en slaat op de vlucht. Gevolgd door Daniel en zijn groep, maar die vallen in een hinderlaag wanneer ze plots in de rug aangevallen worden door de tweede divisie van het vijandelijk leger en zich nu zelf in de tang geplaatst zien. Een nederlaag is dichtbij. De ridder van graaf Dirk gooien hun harnassen opzij en slaan naakt op de vlucht. Slechts tien onder hen blijven bij graaf Dirk. Ze gooien hun maliënkolder van hun schouders en vluchten te paard zover en zo snel als ze kunnen. Galbert is best weer liederlijk in zijn oorlogsverslag: ‘Graaf Willem heeft de vrucht van de overwinning behaald.’ Een deel van de vijand wordt gedood en de rest krijgsgevangen.
Het is al volop nacht als Dirk van de Elzas binnen druipt in Brugge. De Brugse vrouwen barsten in tranen uit als ze horen wat er hun mannen overkomen is. Hun echtgenoten zijn dood. De zonen huilen om hun gesneuvelde vaders. De dienaars en laten treuren om hun meesters. Ze leveren zich de hele nacht en de volgende dag over aan een bedroevend spel van tranen en zuchten. Uiteindelijk gaan ze met zijn allen naar het slagveld op zoek naar hun geliefden. Hier moeten ze ergens liggen in de modder. Tot hun verbijstering komen de wanhopige nabestaanden oog in oog te staan met de soldaten van Clito en worden velen onder hen op hun beurt in de boeien geslagen.
Er moet uiteindelijk heel wat zilvergeld aan te pas komen om iedereen weer vrij te krijgen. Het lijkt er sterk op dat het land nogmaals kaal geplukt wordt, merkt de schrijver op. Graaf Willem buigt nu nederig neer voor zijn God. ‘Merci man’, lijkt hij te zeggen. De wapenuitrusting is afgezet. Idem dito trouwens bij Dirk van de Elzas. Ook hier gaan de haren eraf en wordt er stilletjes om penitentie gebedeld bij ‘Heere God’.


