banner
aug 23, 2019
1490 Views

Ontsnapt uit de hel van Eperlècques

Written by

Eperlèques, een stadje ten noorden van Sint-Omer kreeg een bedenkelijke primeur van Adolf Hitler. Hier moest een bunker gebouwd worden om V2-raketten af te schieten op Engeland.

banner

Eperlècques, een stadje ten noorden van Sint-Omer kreeg een bedenkelijke primeur van Adolf Hitler. Hier moest een bunker gebouwd worden om V2-raketten af te schieten op Engeland. Die bunker van 100m lang, 50m breed en 22m hoog steekt 60m hoog boven de grond uit. Het dak is 5m dik, in de constructie zitten 130.000 ton beton en 40.000 ton staal verwerkt. Dat reusachtig geval werd gebouwd door ‘verplichte’ vrijwilligers. Eén van hen was Sidon Gryspeerdt van Woesten.

We schrijven 1942, midden de tweede wereldoorlog. Velen onder pons herinneren zich nog levendig de Duitse bezetting. Veel huisgezinnen hadden noodgedwongen, één of meerdere Duitse soldaten in logement en allen hebben we honger en armoede geleden. Maar vandaag hebben we het daar niet over.

De beweeglijkheid van het Duitse leger berustte voor een groot deel op paarden. Deze dieren sleepten wagens en kanonnen over elk terrein heen. Het spreekt vanzelf dat de paardenhonger van de legerleiding dan ook moeilijk te stillen viel. Om de tekorten aan te vullen werden dan ook regelmatig paardenschouwingen gehouden. Het zal u meteen duidelijk zijn dat de landbouwbevolking er het eerste en grootste slachtoffer van was. Ook niet alle paarden waren voor legerdienst geschikt. Zo werden drachtige merries steeds afgewezen. Hiervoor moest de eigenaar slechts een geldig dekbewijs afleveren.

Een landbouwer die zijn dier opgeëist zag kon er nog aan ontsnappen door bij een aanwezige paardenhandelaar een ander dier te kopen en het bij de Duitsers in te leveren. Alleen zat er dan een giftig addertje onder het gras. De legerleiding betaalde slechts de officiële prijs terwijl de paardenhandelaar gemiddeld 4.000 frank per beest eiste. Dat was toen een gemiddeld maandloon voor 4 maanden!

Sidon, die ook paardenhandelaar was, geraakte ook in die zwarte markt betrokken. Een boer, die zich door bovengemelde handelingen van de handelaars grotendeels bedrogen voelde, verstond dit niet zo en legde meteen klacht neer bij de Duitse overheid. Dit was het startsein van veel ellende voor Sidon. Een paar dagen later kreeg hij reeds ongewenst bezoek. Hij werd meegevoerd naar Ieper m er ondervraagd te worden: hij moest naar Roeselare…. en als bij wonder geraakte hij terug thuis. In zijn binnenste leefde de angst…. hij wist dat dit varkentje nog niet gewassen was. Hij kon ook moeilijk zichzelf of een vriend er in praten.

Op 14 augustus 1942 klopten de Duitsers opnieuw bij hem aan. Hij moest weer mee…. een vrouw en drie kleine kinderen achterlatend. Deze keer werd hij naar Gent overgebracht samen met nog enkele andere ‘ongewenste personen’ uit de streek. In spanning en angst wachtte men de komende gebeurtenissen af. Ondertussen trachtte men elkaar te troosten en moed in te spreken. Omdat ze hun identiteitskaart afgenomen waren, zou ontsnappen zeer moeilijk zijn.

Enkele dagen later werden ze in het holst van de nacht, op een trein geladen en naar een onbekende bestemming gevoerd. Een verrassingsreis van bedenkelijk allooi! ’s Anderendaags, bij het afstappen, kon Sidon zijn ogen niet geloven. Hij herkende de streek waar hij was aanbeland. Als paardenhandelaar had hij hier vroeger regelmatig de boeren bezocht: de streek van Waten in Noord-Frankrijk. Van gevangeniskledij voorzien werden ze nu gehuisvest in houten barakken. Verder was het werkkamp van de nodige prikkeldraad en landmijnen voorzien om elk ontsnapping in de kiem te smoren. Sidon was verplicht tewerkgesteld bij de opbouw van de bunker van Eperlècques.

Eens dat men thuis wist waar hij zich bevond kon een invloedrijk persoon hem bij de timmerlieden laten rangschikken, hoewel hij van dit beroep niets afwist. Dit was minder gevaarlijk dan te moeten meewerken aan de bouw van de eigenlijke bunker. Het was immers aan de Engelse spionagedienst niet ontgaan was de Duitsers in Eperlècques aan het bekokstoven waren. Daarom kwamen ze regelmatig en onverwacht met hun bommenwerpers aangevlogen.

De lading werd zoveel mogelijk op de bunker gedropt. Het eigenlijke werkkamp was niet hun doelwit. Bij elk bombardement vielen ettelijke doden en gewonden. Telkens heerste er paniek. Op een keer kon Sidon, samen met een paar makkers hiervan gebruik maken om een nabijgelegen hoeve te bereiken. Het was toen eind september. De boer zou zijn vlas leveren aan een Belgische handelaar en Sion en zijn makkers zouden zich in de lading laten inmetselen om zo aan de gevangenschap te ontsnappen.

Hoe zorgvuldig hun plan ook uitgekiend was, toch mislukte het. Bewakers, die van de ontsnappingspoging lont hadden geroken, omsingelden de hoeve. Zo werden ze terug gevangen genomen. Gelukkig konden ze nog de bewakers met de nodige sigaretten omkopen. Sigaretten hadden tijdens de oorlog immers een goudwaarde. Zo konden ze de bewakers laten verklaren dat ze enkel uit angst voor de bommen gevlucht waren, zonder de bedoeling om te ontsnappen. Op ontvluchten stond immers de doodstraf.

Als straf kreeg ieder een stuk panlat waarmee ze elkaar moesten afranselen. Je begrijpt dat niemand wou slaan…. Toen namen de bewakers de opdracht over en voerden die nu wel ‘goed’ uit. En daarmee was hun ontsnappingslust tijdelijk bedwongen. Sidon zwoer echter het bij een nieuwe gelegenheid opnieuw te wagen….maar dan alleen.

Ondertussen trachtte zijn echtgenote Maria de ergste ellende een beetje te lenigen. Ze kwam hem bezoeken en een pakje brengen. Hoe ze dat deed? In schort gekleed, met een kindermandje op de fiets probeerde ze de aandacht van de bezetters af te leiden. Dit is haar telkens gelukt. Nabij Oost-Cappel werd ze door ‘vrienden’ illegaal over de grens gesmokkeld. En maar trappen, 50 km ver, in angst en spanning om je echtgenoot te bezoeken.

Dat ging vrij gemakkelijk als ze maar de bewakers van een portie sigaretten kon voorzien – zonder sigaretten was niets te bereiken! Zo werd een nieuwe ontsnapping zorgvuldig voorbereid. Nu zou hij naar een hotel vluchten waar hij sedert jaren een bekende was.

Ter gelegenheid van een nieuw en zwaar bombardement, in de winter van 42-43, dacht Sidon dat voor hem het licht op groen stond. Hij repte zich naar het ‘Hotel de France’ waar hij dus eens verwacht werd. Toen Sidon aan de achterdeur verscheen zat de gelagzaal vol Duitsers. Het kon niet slechter passen…maar nu twijfelen zou een zekere dood betekenen. Dus maar gewaagd. Hij kreeg snel andere kleren en was reeds van een groot herkenningsteken verlost.

En nu naar huis…Zonder identiteitskaart kon hij geen wegen volgen. Elke ontmoeting met een Duitse patrouille betekende bijna zeker de doodstraf of minstens een retourkaartje naar een of ander kamp. Dan maar door velden en bossen in de richting van de Belgische grens. Eerst stootte hij toch op een Duitse patrouille die hem gelukkig niet opgemerkt had. Terug langs een andere richting…en nu viel hij in de armen van 4 Franse rijkswachters. Ontsnappen was niet meer mogelijk. Gelukkig waren die agenten geen Duitsgezinden en ze stippelden zelfs een ontsnappingsroute uit en voorzagen Sidon van een valse identiteitskaart. Zo trok Marcel Duval uit Rijsel (dat was zijn valse naam) nu verder.

En zo geraakte Sidon eindelijk ook weer thuis. Maar als je nu denkt dat alle moeilijkheden opgelost waren, dan ben je verkeerd. De moeilijkheden begonnen nu pas. Zijn echte identiteitskaart bevond zich nog altijd en Gent en niemand mocht Sidon zien. Hij had natuurlijk ook geen rantsoeneringszegels, die nodig waren om zich van brood, vlees en andere voedingswaren te voorzien.

Hij heeft voor de rest van de oorlog, dat was nog meer dan anderhalf jaar, niet meer thuis in zijn bed durven slapen. Aanvankelijk ging dat nog een nacht bij een familielid, een nacht bij een vriend, maar elke nacht ergens anders. Bij goed weer sliep hij veel onder de haag in zijn achtertuin.

Wonder boven wonder kon zijn echtgenote te Gent zijn identiteitskaart aan de Duitsers ontfutselen. Ze moest die echter naar de Kommandatur van Ieper dragen…wat ze natuurlijk nooit gedaan heeft. Als een vuurtje liep het nieuws toch onder de inwoners van Woesten rond: ‘Sidon is weer thuis!’.

Zo heeft hij anderhalf in de grootste angst geleefd. Gelukkig werd hij door niemand aangeklaagd en is hij ook niet opgehaald geworden.

Toen kwam september 1944….de bevrijding. Dit was voor Sidon dubbel welgekomen. En zo werd Marcel Duval opnieuw Sidon Gryspeerdt.

Uit Vlietmara van 1982

Article Categories:
vergeten geschiedenis
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *