Om boer te zijn moet je hazepoten hebben en een zwijnemage. – Rap van hand en rap van tand en niet kieskeurig zijn in de spijzen.
bedrogen zijn; kzin ik bien buk ezèt
bij een dondervlaag met zonneschijn: t’ is kerremesse in d’ helle
de gevolgen van iets dragen: potje brik, potje betoaln
Begin mei 1347. De koning van Frankrijk heeft dan toch een nieuw leger op de been gekregen. En wat voor een! In en rond Atrecht zien ze de aankomst van 35.000 ruiters en 100.000 voetknechten onder de leiding van Jan van Normandië, de zoon van Filips van Valois
Ik schrijf u zonder geneeren,
Ge moet me ekskuzeeren,
Dat ik zondag niet en kwam
met mijn velo of den tram.
Maar ik en mijn vrouwe Katriene
Met onze kinders alle zeventiene
Zijn noagelbak is stief èdind (hij heeft niet veel geen tanden meer)
Hoe oud ziejje? E joar oeder of min taans!
Tussen een echtpaar dat nog maar nauwelijks de wittebroodsweken achter de rug had, ontstond onlangs een grote verandering.