Nikolaas Zannekin wordt aangesteld als hoofdman van Veurne-Ambacht. Zijn grootvader heeft met zijn zonen de […]
Het jaar 1382 loopt op zijn einde. Het slechte weer van het winterseizoen noodzaakt de […]
In 1076 sterven heel wat dieren en mensen door de bittere winterkoude. De strenge vorst […]
Ja. Het Westland van Vlaanderen moet maar al te vaak de gebroken potten betalen voor […]
En nu dwalen we terug naar het Veurne van 1300 waar ze het gelag betalen […]
Op 4 oktober 1818 schreef de Ieperse dichteres en auteur Lambin een heel interessant artikel over de eerste burggraven van de stad Ieper. Een prima onderwerp voor de ‘Kronieken van de Westhoek!’
Er waren zes heerlijkheden in Watou. Onder de regering van Oostenrijk is er een zevende bijgekomen. Ze waren afhankelijk van andere heerlijkheden.
Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad.
Een plotse aanval bij de Nerviërs in -57 was geslaagd, maar Julius Caesar, de beroemde veldheer had de taktiek van de bewoners door en in een minimum van tijd stond zijn leger van ongeveer 80.000 man slagvaardig. Ondanks de heldenmoed van de streekbewoners moesten ze terugwijken tot in de bossen en vandaar verder. De Morinen wisten heel goed dat ze in een geregeld gevecht tegen de goed gedrilde Romeinen het niet konden halen.
Die de pest gewaer wierden in den arm of in het been deden het zelve lidmaet afhouwen op dat het vier niet voorder en zoude smijten. Nauwelijkx waeren d’ er eenige huysen of wegen van deze siekte bevrijd waeren. Op dat den vergiftigden stank geen hinder en zoude doen, saeg men alle geuren van geur stroyen. Het geene de meeste droefheyd veroorzaekte was het gebrek der middels het geene alle de geneesmeesters bekenden dat sij geene dranken en konden uytpeysen buyten die de welke sij nu tevergeefs hadden gebruykt. Overzulkx was den laesten toevlugt die den ersten hadde moeten zijn tot God den Opperheelmeester en waeren Samaritaen.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?